Multiculturele auteurs kleuren festival Toronto

Ierland was het thema op het literair festival in Toronto. Interessanter waren stemmen uit andere windstreken...

Toronto Één van de zeldzame schrijvers die het publiek van het International Festival of Authors (IFOA) in Toronto aan het lachen kunnen krijgen, is Arnon Grunberg. Op de vertrouwde vraag welk boek hem heeft beïnvloed, tijdens een van de talrijke openbare gedachtenwisselingen tussen de schrijvers, verwijst hij naar de rol die Mein Kampf in zijn onlangs in Engelse vertaling verschenen roman De Joodse Messias toebedeeld kreeg. Zo veel wrang absurdisme, daar schieten zelfs de Canadezen van los. Als hij even later, op de vraag welk boek van een ander hij zelf had willen schrijven, antwoordt dat dat de Bijbel had zullen zijn, worden de aantekenboekjes door het publiek tevoorschijn gehaald.

Grunberg was één van de tientallen schrijvers die de afgelopen tien dagen in Toronto waren uitgenodigd om er voor te lezen, te discussiëren en vragen van moderatoren en het publiek te beantwoorden. Het werkt zichtbaar als een geïndividualiseerde vorm van literatuur-kritiek, het IFOA: de bezoekers, die in verbluffende aantallen opkomen, bezoeken de voorleesprogramma’s blijkbaar vooral om te besluiten wat zij deze winter zullen gaan lezen. Tien avonden achter elkaar vinden er in het Harbourfront Centre – voormalige pakhuizen en een oude krachtcentrale die zijn omgebouwd tot culturele centra – vier, vijf literaire programma’s tegelijkertijd plaats. En na afloop ziet men de bezoekers naar de boekenstalletjes in de centrale hal gaan en daar met ellebooghoge stapels weer uit te voorschijn komen. Van sommige daar verkochte boeken moeten inmiddels meer gesigneerde dan ongesigneerde exemlaren in omloop zijn.

Thema-land is dit jaar Ierland, en zodoende is er een relatief zware delegatie Ierse schrijvers opgetrommeld. Daar zijn bekende dichters onder, als Paul Durcan, niet zo heel erg bekende prozaïsten als Harry Clifton of Dermot Bolger en een stoet auteurs die lijken op de karavaan die Nederland in dit soort gevallen naar het buitenland afvaardigt. Zij spelen hier vrijwel een thuiswedstrijd, zoveel Ieren in de Canadese diaspora of Canadese Ieren zijn er present.

Dat de Canadese auteurs zelf kunnen bogen op een loyaal lezerspubliek is voelbaar tijdens de voorleessessies van Helen Humphreys en Ronald Wright. Zij worden verwelkomd als de leukste ooms en tantes van de familie, terwijl niet altijd na te voelen is waarop die hartelijkheid teruggaat.

Maar het opvallendst is de zeer aanzienlijke en doorgaans interessante stem die hier vertolkt wordt door schrijvers met een complexere, dat wil zeggen: multiculturele, achtergrond. Dat ligt in een immigratieland als dit voor de hand, maar toch blijft opvallend hoe dat voor revitalisering van de literatuur zorgt. De ster is Amitav Ghosh, die vanuit Bangladesh via Sri Lanka, Iran, Egypte, India en Groot-Brittannië wel een heel lange weg heeft afgelegd om in de Verenigde Staten te belanden. Maar minstens zo confronterend is de debutant Nam Le, geboren in Vietnam, opgegroeid in Australië en inmiddels werkzaam in Engeland, die een verhaal voorleest waaruit blijkt dat zijn vader de Amerikaanse bombardementen indertijd vanaf de grond heeft gadegeslagen.

Of denk aan Dan Vyleta, een jonge Tsjech wiens ouders naar Duitsland uitweken en die zelf in het Engels schrijft omdat hij in Cambridge studeerde en inmiddels in Canada woont. De geografische en dus culturele gelaagdheid van zijn belevenissen is neergeslagen in zijn eerste roman, Pavel & I. Hij lijkt in de voetsporen te treden van de eminente Josef Skvorecky, de Tsjechische schrijver die al in 1968 naar Canada uitweek en een uitgeverij opzette voor de literatuur die in zijn vaderland verboden was.

Veel schrijvers met een zodanig samengestelde biografie komen van buiten de westerse literaire traditie: M.G. Vassanji uit Kenia, Rohinton Mistry uit India, Mohammed Hanif uit Pakistan, Damon Galgut uit Zuid-Afrika en de achtergrond van Junot Diaz is die van de hispanics. Die rijkdom toont overigens precies ook de beperkingen aan van een Engelstalig festival: wie niet in het Engels schrijft of vertaald is, heeft hier niets te zoeken. Eéntaligheid is, als altijd, een vorm van blindheid.

Meer over