Muisstil aan het Vrouwjuttenland tijdens grachtenconcert in Delft

DELFT Er zitten geen duizenden, maar honderden mensen aan de waterkant. De gracht ligt niet vol met bootjes, maar met kroos....

Van onze medewerker Frits van der Waa

Toch is de sfeer er niet minder om bij de Delftse grachtenconcerten, die ook al vijfentwintig jaar plaatsvinden. Eén concert fungeert ook als officieuze opening voor het jaarlijkse Delft Chamber Music Festival. Violiste Liza Ferschtman, artistiek leidster van het evenement, verricht de muzikale aftrap met de prelude uit de derde vioolpartita van Bach. Het kleine beetje geroezemoes verstomt en het wordt muisstil aan het Vrouwjuttenland.

Het Delftse kamermuziekfestival gooit bij zijn veertiende jaargang de deuren open. Nog altijd vindt het leeuwendeel van de concerten plaats op de luisterrijke, tot concertzaal verbouwde binnenplaats van het Prinsenhof. Maar er zijn ook twee ‘stoelendansconcerten’, waarbij het publiek achtereenvolgens de Sint Hippolytuskapel, het gebouw van de Evangelisch Lutherse Gemeente en de Joodse Synagoge aandoet. De naam van die concerten sluit aan bij het thema van het festival: Speel!

Vanaf de dekschuit aan de gracht geeft het Rubens Kwartet intussen een gedreven uitvoering van Beethovens strijkkwartet op.18 nr.1 ten beste, waarin de emotionele turbulentie nauwelijks te lijden heeft onder de kunstmatige versterking. De vier strijkers weten ook goed raad met de onderhoudende muziek van Glazoenov en de niet aflatende stuwkracht in Extasy, een voortreffelijk stuk van Joey Roukens.

Na de pauze voegt Rick Stotijn zich bij het kwartet, en laat in Bottesini’s Allegro di concerto horen hoe je eerste viool speelt op een contrabas. Terwijl de schemer invalt, besluiten de musici hun optreden met Georgische leut in vier Miniaturen van Sulkhan Tsintsadze.

De blauwe hemel heeft ’s anderendaags plaatsgemaakt voor een loodgrijs zwerk, dat via het het glazen dak van de Prinsenhofbinnenplaats dienst doet als plafond bij het openingsconcert. Ferschtman heeft daarin een belangrijk aandeel, terzijde gestaan door een viertal strijkersvrienden van internationale herkomst. Verscheidene deelnemers aan het festival horen tot de wereldtop, zoals pianist Jonathan Biss, baszanger Robert Holl en harpiste Lavinia Meijer.

Een van de rode draden in het festival is de muziek van de Hongaar György Kurtág, wiens miniaturistische muziek dikwijls uitdrukkelijk refereert aan het spelen van spelletjes. Zo ook Signs, Games and Messages, waarin drie strijkers elkaar op allerlei manieren de bal toewerpen. In het warmbloedige Terzet van Dvorák is het vooral Spielfreude wat de klok slaat.

Met het Tweede strijkkwintet van Mendelssohn geven Ferschtman en de haren een voorproefje van de vele kwintetten die het Delftse de komende week nog te wachten staan. Mozart, Beethoven, Schubert, Dvorák, Schubert, ja zelfs Bruckner: allemaal hebben ze kwintetten geschreven, stukken die je niet heel dikwijls hoort, omdat dat nu eenmaal geen standaardbezetting is. Dat wreekt zich in het veeleisende slotdeel, waarin de vijf musici net niet de verdieping realiseren die een goed op elkaar ingespeeld kwartet vaak wel bereikt. Maar gevoel voor de spanningsvolle luwte kan hun niet worden ontzegd, en Mendelssohns werk is met zijn ingehouden dramatiek en het schalkse getokkel in het Andante scherzando zonder meer van de bovenste plank.

Meer over