Muis-, stof-, grauw-, vaal- en betongrijs

Al jarenlang hebben computers nagenoeg dezelfde vorm. Laptops worden steeds platter, Apple deed met de i-Mac iets nieuws. Maar verder?...

D E laatste heeft Stefan Mansier de andere dag nog opgehaald uit Nijmegen. Waarmee zijn collectie uitkomt op 103 unieke exemplaren. 'Maar het kunnen er ook 104 zijn.' Massieve en fragiele, antieke en meer recente, gestileerde en bruut-lompe, zeldzame en hele gewone, werkende en nooit meer tot leven te wekken computers, draagbare machientjes en een stuk of wat kolossale mainframes die slechts met de vorkheftruck van zijn vader naar de hooizolder achter de boerderij in het Zeeuwse Nieuwland konden worden gesjord.

De MTS-student houdt een elegante ponskaartmachine in zijn armen. 'IBM, 1915.' En wijst op twee 'Teletype'-machines uit de jaren zestig. Nee, een zelfbouw-Altair, de eerste pc, heeft-ie niet. Maar een Sinclair - eigenzinnige Britse fabrikant - staat hier wel, en veel Apple en Commodore en Bull en Digital en de-hemel-alleen-weet welke andere merken nog meer. Wang, Olivetti, Atari. Kijk, Philips. Hé, een Mac. Tjokvol is de zolder, met onderdelen, beeldschermen, joysticks, printers, kabels, insteekkaarten.

'Het gaat', zegt Stefan Mansier, 'iets harder dan ik had gedacht.'

Anderhalf jaar geleden had hij een computer nodig 'om aan te knutselen'. Binnen de kortste keren, zegt zijn moeder, stond zijn slaapkamer vol, net als de gang en de trap en de overloop en de keukentafel. Stefan Mansier kreeg ze uit Zoetermeer en uit Utrecht, liet er één opsturen uit Drenthe, mocht een oude zwaargewicht ophalen bij scheepswerf De Schelde, en begon ze te ruilen met de tien andere verzamelaars die Nederland telt.

Totdat de woeker van toetsenborden en tachtig kilo zware printers alleen nog viel te bergen door de graanzolder leeg te halen.

Die zolder laat zien wat enkele decennia computer-design vermag. Met uitzondering van die ene zwarte Philips MSX-computer ('Kan zo in de stereotoren') en een Commodore 8096 met een trapezium-vormig beeldscherm en een nog iets wijder uitlopend toetsenbord die vagelijk aan Star Trek doen denken, zijn alle apparaten uniform. Onaanzienlijk. Blokkendozen en doosjes. Met één kenmerk: ze zijn grijs. Muis-, stof-, vies-, beton-, grauw- en computergrijs.

Vanaf de dag in 1981 dat IBM de eerste personal computer op de markt bracht, hebben alle klonenfabrikanten nét als IBM hun pc's aangeboden volgens het marketingconcept van Henry Ford. Die zoals bekend zijn T Ford aanbood 'in alle kleuren, zolang het maar zwart is'. Terwijl het inwendige van pc's in een noest tempo krachtiger werd, is een bak van Hewlett Packard aan de buitenkant nog altijd amper te onderscheiden van een Tulip of een Compaq.

'In het licht van honderd jaar industriële vormgeving, lijkt het wat raar dat de belangrijkste uitvinding van de twintigste eeuw er in de grond nog hetzelfde uitziet als toen hij twintig jaar geleden op de markt kwam', schrijven de Zweedse bedenkers van 'Le Tosh', een schootcomputer van de Japanse laptop-wereldmarktleider Toshiba. Met studenten van de kunstacademie in Stockholm bedacht het Noord-Europese kantoor van Toshiba vanaf 1996 een lijn van gestileerde computers die zelfs een eigen naam mochten hebben ('Jackie K' bijvoorbeeld), en een eigen tas, en een 15 procent hogere prijs.

Toshiba was er eerst, maar Apple heeft de design-pc - dat wás een oxymoron - naar het grote publiek gebracht. Een fabrikant als Silicon Graphics bouwt al langer fraai vormgegeven computers met kleurige, gebogen frontjes. Maar die machines kosten tienduizenden guldens en lijken bedoeld voor veeleisende, op hip kickende powerusers. Industrieel en grafisch vormgevers, animatiegoochelaars, het type dat liever Beetle rijdt dan Toyota. Voor de krappere consument - wel Alessi, geen LC-2-bank - bedacht Apple de i-Mac.

Leuk hoor, dacht industrieel ontwerper David Keyson, toen hij de blauw-transparante, jolig-ronde i-Mac voor het eerst zag. Eindelijk een pc die persoonlijk wil zijn, die afwijkt van de massa, een apparaat waarmee je iets van jezelf kunt uitdrukken, een pc als statement. Omdat de Amerikaan Keyson zich als universitair hoofddocent aan de TU Delft vooral bezighoudt met de ergonomie van computers, en minder met design, dacht hij ook: die i-Mac is er nog niet, het beeldscherm is te groot en het toetsenbord onhandig. 'Het is een mooie verpakking rond ouwe technologie.'

Computers, zegt Keyson, lopen achter op auto's. Toen die begin jaren negentig allengs meer op elkaar gingen lijken, en geen Japanner meer van een andere Japanner te onderscheiden viel, waren ze technisch geen van alle nog inferieur. Wie ánders wilde zijn, en wie wil dat niet, zocht het in vorm. Zie Ka, zie Smart. Maar pc's zijn volgens Keyson nog lang niet uit-ontwikkeld. 'Tot nu toe is al het geld in de binnenkant gaan zitten.' De beeldschermen, zegt hij, zullen wel plat worden. 'Maar waar is de muis in een maat voor kinderen? Is er nog niet.'

Keyson verwijst naar een boek waarin de Amerikaanse professor Donald Norman ('Hij was hoofd research bij Apple') tegendraads volhoudt dat mensen analoog zijn en denken, hoe luidruchtig Internet-goeroe Nicholas Negroponte ook beweert dat het in het postmoderne leven gaat om Being Digital (ook de titel van Negropontes boek). 'Volgens hem moet alles en iedereen wired zijn', zegt Keyson. 'Maar wij zijn analoge mensen, denken niet in enen en nullen. Vanuit het menselijk perspectief moet een computer juist onzichtbaar zijn, verdwijnen.'

Er valt volgens Keyson nog veel te bereiken met humaner software en slimmere bediening. Met tastzin en emotie bijvoorbeeld. 'Zoals een intelligente wekker anders zou moeten reageren als je er een harde klap opgeeft dan wanneer je zachtjes op snooze drukt. Computers zijn heel beperkt. Je zou er meer dingen tegelijk mee willen doen. Ik hoef niet zo nodig een nóg snellere computer, of een goedkopere computer. Wel wil ik een computer die beter begrijpt wat voor soort gebruiker ik ben. Die human factor, daar gaat het nu om.'

Dat pc's er nog steeds - die Philips MMX op de graanzolder van Stefan Mansier uitgezonderd - in slechts één non-design zijn - grijs, rechthoekig en lomp - noemt Keyson een gemiste kans. 'Net als bij stereo-apparatuur worden de marketing-beslissingen genomen door techno-freaks. Die waarderen te weinig dat consumentenproducten ook karakter kunnen hebben. Of dat binnen vijf jaar verandert? Dat is kort. Er valt nog zoveel te doen op technisch en ergonomisch vlak, dat het nog wel even zal duren voordat er ruimte is voor vormgeving. Je zou willen dat het gelijk op ging, maar de geschiedenis leert dat dat zelden gebeurt.'

Meer over