Muis kan 't niet anders bezien als flierefluiten

In dat troosteloze Sheffield van twee jaar geleden was het zelfs bondscoach René Dekker te gortig. Het EK zwemmen was een fiasco geworden....

Van onze verslaggever

Hans van Wissen

EINDHOVEN

Dekker eiste hogere trainingsquota. Lanterfanten diende bestraft te worden met verlies van faciliteiten. Onvoorwaardelijke overgave zou het parool voor de jaren na 1993 zijn. En dan staan twee jaar na dato in een soort Eindhovense Hoogoven met de naam Tongelreep, acht zwemsters klaar voor de 100 meter vrije slag, van oudsher het parade-nummer van de KNZB. In hun midden, op baan vier en dus als snelste uit de series opgedoken: Marianne Muis.

Had die ene helft van de tweeling dan al niet lang haar schitterende loopbaan afgesloten? Daar komt het inderdaad wel zo'n beetje op neer. Muis heeft nog wel Olympische plannen maar van een werkelijke rentree is voorlopig nog geen sprake. Ze ging weer een paar maal in de week trainen omdat de Universiade in Japan lonkte. Een vrolijk evenement met zeer rekkelijke deelnemerseisen.

Dus toog Muis toch ook maar naar Eindhoven voor de nationale titelstrijd. Leuk meespartelen, misschien zelfs wel in de finale van de 100 vrij. Want ze wist natuurlijk dat de kwaliteit op dat onderdeel danig was teruggelopen. Maar waarachtig, al zondagmorgen was niemand sneller en 's middags hoefde ze op 75 meter maar even te versnellen of de concurrentie lag op apegapen.

Muis zwom exact dezelfde tijd waarmee Annemarie Verstappen in 1981 (!) Nederlands kampioene was geworden. Nog zes jaar eerder, in 1975, had Enith Brigitha gezegvierd in 57,53. De vroegere begeleidster van Brigitha, Wil Storm, zag het in Eindhoven hoofdschuddend aan. 'Het is allemaal anders geworden,' monkelde ze. Anders? 'Nou ja, ik bedoel slechter.'

Marianne Muis zelf was stupéfait. 'Dit is een aanfluiting. Ik lach natuurlijk wel in mijn vuistje maar zou er nu echt geen lichtje gaan branden? Als je dit ziet plaats je toch je vraagtekens bij de wijze van training. Als er goed getraind wordt, zwem ik toch niet zo gemakkelijk weg van de rest?'

Op het schamperen van Muis viel niets af te dingen. De nieuwe aanpak van René Dekker en diens beleidssupervisor Roskam hebben dan wel geleid tot een aantal nieuwe maatregelen - de vorming van een kernploeg, geïntensiveerde wetenschappelijke flankering en hoogtestages -, maar behalve bij PSV blijken die dus niet te hebben geleid tot een alom verhevigde (club)inspanning. Bovendien, PSV werd niet door de bond aangespoord maar door zichzelf. Althans door voorzitter Van den Hoogenband, de voetbal-arts, door de staf van trainer Verhaeren en door een geestdriftige en gastvrije ploeg vrijwilligers.

PSV heeft negen vertegenwoordigers in de equipe die gisteren werd aangewezen voor de EK van Wenen. Twee jaar geleden suggereerde René Dekker dat de internationale teloorgang óók gestuit zou moeten worden door strengere selectie. Te veel spelevaren had hij in Sheffield waargenomen en bij het WK van Rome, vorig jaar, was het al niet beter geweest. Daar was bovendien gebleken dat de mentale weerbarstigheid van de Nederlandse zwem-elite flink aan het afnemen was.

De enige remedie, zo bezwoeren Dekker en Roskam: 'Wijs de krabbelaars af en maak het voor de echte gedrevenen zo aantrekkelijk dat ze een voorbeeldfunctie gaan vervullen.' Het netto resultaat ziet er na Eindhoven bepaald anders uit. Het lijkt of het oude adagium van 'niet geprobeerd is niet gewonnen' opnieuw van kracht is geworden. Zelden is naar een EK een Nederlands team van twintig leden gezonden.

Geen Nederlands record werd benaderd - behalve vrijdag door een clubteam van PSV-, geen Olympische richttijd werd gehaald - behalve op de 4x200 vrij vrouwen -, en toch werd Europees geselecteerd alsof Nederland nog steeds tot de toonaangevende zwemnaties behoort.

Voor het eerst werd dit jaar een nieuwe procedure gehanteerd. De toch al schappelijke richttijden voor het EK mochten ook in het voorseizoen worden gehaald en een zestal voldeed eraan. De enige grote afvaller was Ron Dekker. De al geplaatste zes trainden door en hoefden niet per se hun status te bevestigen in Eindhoven. Dat speelde natuurlijk mee in het belabberde niveau van de titelstrijd, maar het werd vooral toch ook duidelijk dat de EK-richttijden veel te coulant waren tegen de achtergrond van het 'verscherpte' KNZB-beleid.

Dat 'limieten' niet langer tijdens één toernooi gehaald hoeven worden, had ook voor het NK zelf enkele vreemde gevolgen. Zo moet de argeloze leek die gisteren toevallig de ligweide rond de Tongelreep had verlaten om de 200 vlinder gade te slaan, vreemd hebben opgekeken. Een zwemster, Karin Brienesse, ging op die afstand als een malloot van start, noteerde halverwege bijna de beste tussentijd uit de zwemgeschiedenis (1.02,75) en deed vervolgens niets meer. Ze liet zich althans met een van haar onbekend mooie stijl als in slow motion uitdrijven en eindigde als laatste.

De verklaring aan het publiek bleef uit. Waarschijnlijk omdat die argeloze leek er niet was. Brienesse was er niet in geslaagd op de individuele 100 vlinder vormbehoud te tonen (ze was een van degenen die in het voorseizoen de richttijd haalden) en greep de dubbele afstand aan om dat alsnog te doen. Want plotseling gunt de KNZB iedereen elke kans, hetgeen ook al weer in tegenspraak lijkt met de beloofde strenge hand.

Toch is het ook weer niet één en al verkrampte en overdreven ophemeling van het eigen potentieel dat uit de gulheid van de KNZB blijkt. Mogelijkheden en talenten zijn er nog steeds. Carla Geurts met haar drie EK-richttijden toonde dat aan, evenals de jonge Pieter van den Hoogenband. En onverwachte doorbraken kent het Nederlandse zwemmen ook nog altijd.

Vooral in het herenzwemmen lijkt het dieptepunt voorbij. Marcel Wouda, in Barcelona nog de enige man, weet zich in Wenen omringd door acht collegae. De iele Benno Kuiper presenteerde zich als schoolslag-opvolger van Ron Dekker; de informatica-student Mark van der Zijden liet zich door niemand imponeren en Marc Veens werd 'zo maar' tweede op de 100 vrij. Hij had zich al gebonden aan een optreden bij de Europese jeugdkampioenschappen maar 'moet' nu ook naar Wenen.

Opvallend was vooral de nominering van Kuiper en Van der Zijden, de pupillen van André Cats bij de Waterkip uit Barneveld. Ooit werd Conny van Bentum daar groot onder leiding van Rian Smit, en opnieuw bleek dat een betrekkelijk kleine vereniging met een enthousiaste en capabele coach nog steeds succes kan hebben.

Bij de vrouwen was het vooral de dartele Wilma van Hofwegen die zich van reputaties nog benauwende hitte iets aantrok. Ze werd tweede op de 100 vrij, onder meer Inge de Bruijn royaal achter zich latend. De Bruijn blijft, ook nadat ze gekozen heeft voor PSV, een toonbeeld van wisselvalligheid. Zoals er eigenlijk in het hele Nederlandse zwemmen nog niet de lijn valt te vinden die Dekker en Roskam zich wensen.

Meer over