Mountainbiker in roze trui

De Australiër Cadel Evans (25) maakte naam als mountainbiker. Sinds gisteren is de debuterende profwielrenner de leider in de Ronde van Italië....

Marcel van Lieshout

Uit de boze wereld van de Ronde van Italië - waar het gebruik van een paar druppels Natterman voor een beroepswielrenner kunnen leiden tot maandenlang verplicht thuis-zijn om daar het eventueel verkouden zoontje (Natterman!) bij te staan - komen nog wel degelijk sprookjes voort.

Cadel Evans is 25 jaar en komt uit het plaatsje Katherine, een vlek in Australië's Northern Territory. Dit onherbergzame land - het thuis van de Aboriginals - is zo ruw dat een fietser wel een geoefend mountainbiker móet zijn. Dat was Evans dan ook: in 2000 in eigen land werd hij olympisch kampioen.

Pas sinds dit jaar rijdt Evans voor het eerst serieus op dunnere banden en is de 'Amerikaans' aandoende mountainbike-wereld - fietsjes met schreeuwende kleuren, kekke helmpjes - verruild voor de oudste beroepssport ter wereld. De beoefenaren van die oude sport staan ook wel bekend als 'de slaven van het asfalt'.

Maar sinds gisteren is Cadel Evans koning. Met nog vier dagen te gaan draagt hij de leiderstrui van de Giro d'Italia, de op één na belangrijkste etappekoers ter wereld. 'Dit is een droom', kneep de Australiër zichzelf woensdag in finishplaats Corvara in Badia in de arm.

Nu al wordt Evans vergeleken met landgenoot Phil Anderson, 'de Kangoeroe' die als profdebutant zo gemakkelijk over de Franse bergen hupte dat hij in 1981 op 23-jarige leeftijd tiende werd in het eindklassement. In 1982 én 1985 besloot Anderson die ronde - veel zwaarder dan de Giro - als vijfde. Voorlopig 'droomt'Evans er naar eigen zeggen alleen nog maar van ooit zo'n loopbaan op te bouwen als die van Anderson.

Het was het Italiaanse Mapei dat Evans in oktober vorig jaar wist over te halen tot het tekenen van een profcontract als wegrenner. Scouting had geleerd dat Evans goed kon klimmen (de 1.72 meter lange en 65 kilo zware Evans won als mountainbiker veel wedstrijden op dat onderdeel) én tijdens zijn spaarzame avonturen op de weg ook blijk gaf van goed tegen de klok te kunnen rijden.

Kunnen tijdrijden én kunnen klimmen, het zijn de voorwaarden om tot een ronderenner te kunnen uitgroeien.

Dat Mapei geen miskoop had gedaan bleek al in de maand januari. In eigen land, tijdens de Tour Down Under, won Evans de vijfde etappe en het bergklassement. Parijs-Nice sloot hij af als tiende, de Ronde van Baskenland als zesde, begin deze maand eindigde hij als derde in de Ronde van Romandië. Er zijn maar weinig wielrenners die in hun debuutseizoen een dergelijk voorjaarsrapport kunnen overleggen.

'Tot dusverre ben ik wel tevreden', vertelde Evans twee weken geleden aan de Australische Sunday Mail. Ook over zijn aanpassing in Europa. Hij spreekt al aardig Italiaans, 'want binnen Mapei móet ik dat wel'. Het belang van de Giro was de Australiër duidelijk geworden. Mapei maakt al sinds 1996 (de Rus Tonkov) tevergeefs jacht op die voor Italiaanse ploegen belangrijkste trofee van het jaar.

Dit jaar moest Stefano Garzelli de eindzege binnenslepen. De 30-jarige was ook aardig op weg totdat hij wegens zondiging tegen de Dopinglijst uit de koers werd gezet. Sindsdien heeft Mapei-baas Squinzi plotseling in Cadel Evans een grote troef. De Australiër bewees zondag inderdaad een goed tijdrijder te zijn en gaf gisteren in de eerste écht zware bergrit geen krimp.

Vrijwel niets wist Evans tevoren van de Giro. Het enige deel van het parkoers dat hij wel heeft verkend is dat van de tijdrit van zaterdag tussen Cambiago en Monticello Brianza. Plus nog een klein stukje van de tweede etappe (nabij Luik). De Giro is ontdaan van grote namen (Garzelli, Simoni, Casagrande) maar in de beslissende fase heeft Cadel Evans de steun van zijn grote idolen. 'Mijn moeder en oma zijn overgekomen.'

Meer over