Motorclubs verbieden 'colours' te dragen kan lastig worden

VAN ONZE VERSLAGGEEFSTER ELSBETH STOKER

AMSTERDAM - Leden van motorbendes, laat je colours thuis aan de kapstok hangen. Die oproep is afkomstig van de Tilburgse burgemeester Peter Noordanus. Vanaf vandaag is het voor leden van clubs als No Surrender en Satudarah verboden in het stadscentrum te verschijnen in vol ornaat - in bikersjargon ook wel colours genoemd. Noordanus is de eerste burgemeester die op deze manier de invloed van omstreden motorclubs wil beperken. Mag dat?

Nee, zegt Wim Voermans, hoogleraar bestuursrecht aan de Universiteit Leiden. 'Hij gaat te ver.' De hesjes of jacks - versierd met emblemen die namen dragen als top-, bottom- en siderocker - zou je kunnen zien als uiting van een mening. 'Het zijn symbolen. Gemeenten hebben weleens geprobeerd om het uitdelen van folders of uithangborden te verbieden. Soms lukte dat, gemeenten mogen immers paal en perk stellen aan wat er gebeurt in de openbare ruimte.' Maar er zijn grenzen. 'Op het moment dat het verbod raakte aan de inhoud van bijvoorbeeld de folder, zette de rechter er altijd een streep door. Een gemeente mag niet censureren.'

Volgens een woordvoerder van de gemeente Tilburg is het kledingverbod juridisch wel houdbaar. Maar in een interview met NRC liet Noordanus vorige week al wel weten dat hij rekening houdt met 'een rechtszaakje' over de kwestie.

Aanleiding voor het verbod is een reeks geweldsincidenten waarbij leden van No Surrender of Satudarah betrokken zouden zijn. Volgens de gemeente gaat het om een stuk of tien incidenten in ruim een jaar tijd. Veel slachtoffers zouden geen aangifte durven doen.

Om 'intimidatie' te voorkomen, mogen de leden daarom in het Tilburgse uitgaanscentrum geen kleding meer dragen die verwijst naar motorclubs. Ook geldt er op uitgaansavonden een samenscholingsverbod. Ziet de politie vanaf vandaag iemand in colours, dan krijgt hij een waarschuwing. Trekt hij zijn hesje uit, of vertrekt hij, dan is er niets aan de hand. Als hij weigert, wordt hij aangehouden.

Het kledingverbod is een nieuwe stap in een al langer bestaand beleid. Meerdere gemeenten hebben afgelopen jaren clubhuizen geweerd of geweigerd vergunningen te verstrekken voor evenementen. Reden zijn de misdrijven waarmee de zogenoemde outlaw motorclubs worden geassocieerd. Leden zouden zich schuldig maken aan onder meer afpersing, geweld en drugsmisdrijven. Uit onderzoek van de politie bleek vorige week dat 80 procent van de leden een strafblad heeft, bijna 30 procent is met tien veroordelingen een veelpleger.

Tilburg is, voor zover bekend, de enige gemeente die deze maatregelen neemt. In Den Bosch mogen horecaondernemers sinds vorig jaar groepen weigeren die 'geen gepaste kleding' dragen. 'Ik kan me geen ander geval herinneren waarbij een gemeente bepaalde kleding in de openbare ruimte verbood', zegt Jenny Goldschmidt, directeur van het Studie- en Informatiecentrum Mensenrechten aan de Universiteit Utrecht. 'Je kunt je voorstellen dat kleding met een politiek symbool, zoals een hakenkruis, verboden wordt vanwege de openbare orde of de rechten van anderen. Zo'n verbod kan alleen als je zwaarwegende redenen hebt.'

Wat Satudarah-kopstuk Santerra Manuhutu betreft is een rechtszaak nog niet aan de orde. Volgens hem laten Satudarah-leden hun colours al een tijdje thuis om provocatie te voorkomen. 'Maar we leggen ons er niet bij neer. We bouwen een dossier op van alle maatregelen die tegen ons worden genomen. Mogelijk stappen we naar de rechter om deze aan te vechten.'

undefined

Meer over