Motie van vertrouwen

Voor het eerst sinds de val van het communisme gunt het Poolse electoraat een regering een tweede termijn.

Het is soms even zoeken, maar er gaan ook heus wel dingen naar wens in Europa. Zie het verloop van de Poolse parlementsverkiezingen. De (nog voorlopige) uitslag geeft aan dat het land een wezenlijke verandering ten goede doormaakt. Een verandering die - fijne paradox - tot uiting komt in de keuze voor continuïteit. Voor het eerst sinds de val van het communisme in 1989 is een regering niet afgestraft, maar kan ze een tweede termijn ingaan.

Deze electorale motie van vertrouwen is vooral een triomf voor premier Donald Tusk, leider van het gematigd liberale Burgerplatform. Onder het bewind van de gebroeders Kaczynski vierde de confrontatie hoogtij en maakte Polen ruzie met bijna al zijn buren en Europese partners. Na zijn overwinning in 2007 bracht Tusk het land in kalmer vaarwater. Hij verbeterde de betrekkingen met Duitsland en Rusland en matigde de Poolse toon in het Europese overlegcircuit. Minstens even belangrijk: hij voerde een afgewogen economisch beleid, dat het land een voorbeeldige groei opleverde toen elders de recessie toesloeg .

Zou de conservatieve oppositieleider Jaroslaw Kaczynski hebben gezegevierd, dan had de agressieve stijl waarschijnlijk zijn rentree gemaakt. De kiezers besloten de gok niet te wagen. En ze toonden hun veranderde stemming op nog een andere manier: door een partij met een uitgesproken antiklerikaal, verlicht programma tot de derde groepering in het parlement te maken.

Het betekent niet dat de Polen zich volledig hebben afgekeerd van hun patriottische inborst. Maar de tijd is voorbij dat buitenlandcommentator Hiltermann als opperste wijsheid kon verkondigen dat 'de Polen nu eenmaal een romantisch volk zijn'.

undefined

Meer over