Moslims die zweren bij ‘mystik’

De nieuwe stad profileert zich een beetje als Jakarta en een beetje als Singapore. Maar waar blijft Surabaya zelf? De tweede stad van Indonesië komt er niet uit....

Michel Maas

De ‘Stad van Morgen’ staat in de steigers. Aan de betonnen palen en de platen daartussen kun je niks aflezen: zo ziet alle hoogbouw in aanbouw eruit. Palen en platen. Ze stapelen ze zo hoog ze kunnen, en als er palen en platen genoeg zijn gestapeld, plakken ze er een gevel tegenaan van veel glas. Klaar is het gebouw.

Omdat er nog niets te zien valt, hebben ze er een reusachtig affiche voor gezet, met daarop een tekening van hoe het moet worden. ‘Hier verrijst de Stad van Morgen!’: drie torens van glas op een glazen kubus. En raad eens wat er in komt? Een shoppingmall!

Je kunt geen stad in Indonesië binnenkomen of ze bouwen er wel een, of werken aan een hele serie van die kolossen: supermalls, megamalls, Hypermarts en Giants. Dus ook in Surabaya.

De stad van gisteren kijkt meesmuilend toe. Die begint precies naast de stad van morgen, achter een aftandse boog over de weg die de bezoekers ouderwets welkom heet: ‘Welkom in Surabaya.’

De oude stad ligt aan haar oude straten met haar oude gebouwen en oude bomen, terwijl de nieuwe er op steeds meer plaatsen als onkruid doorheen breekt. Niet alleen hier aan de rand, maar ook midden in de oude stad schuiven de glazen torens en de in zoete kleurtjes geschilderde malls de lucht in, en overwoekeren de monumenten van Hollands koloniale art deco.

Surabaya lijkt nog niet precies te weten of het de stad van morgen is of die van gisteren. Dat heeft Surabaya altijd al gehad. Toen de Hollanders begin vorige eeuw hun trotse gebouwen en villa’s neerzetten aan brede lanen, bouwden de Indonesiërs en de Chinezen in de ruimtes daartussen hun kampungs. Mensen kwamen ofwel uit de steegjes of uit de lanen, en die twee werelden hadden niets met elkaar te maken.

Nu wordt er gebouwd aan ‘de stad van morgen’, die op Jakarta lijkt. Aan de andere kant verrijst een luxe woonwijk die ‘het Singapore van Surabaya’ is gedoopt. Maar Surabaya zelf, daar weten ze geen raad mee, lijkt wel.

Het is de grootste stad van Oost-Java. Officieel wonen er drie miljoen mensen, maar in werkelijkheid zijn dat er zeker vijf, zeggen ze. Daarmee zijn ze tweede, in Indonesië. Altijd zijn zij tweede, Jakarta is de metropool, de stad van het geld en de macht.

En Surabaya? ‘Surabaya is warm’, lacht Yus. Hij is hier geboren en getogen, maar weet zelfs na 31 jaar niets anders te melden dan dat het er warm is. Heter dan in Jakarta; toch iets waarin ze de hoofdstad overtreffen.

Dezer dagen is Surabaya ook de ‘Stad van de helden’. 10 November is ‘Heldendag’, de dag dat 61 jaar geleden de ‘slag om Surabaya’ begon en jonge ongeregelde ‘Pemuda’s’ op de Rode Brug de Britse Brigade-generaal Mallaby om zeep hielpen. De Rode Brug is het hart van de oude stad. Aan de brug ligt wat vroeger het ‘Willemsplein’ heette. Het oude plein wordt verkracht door een shoppingmall en een bord dat meldt dat er nog drie zullen volgen.

Helden leven in Surabaya alleen nog maar voort in plaquettes. Bij Hotel Majapahit (Hotel Oranje) herdenkt een grote steen het ‘vlagincident’ van september 1945, toen een van de ‘helden’ op het dak klom en het blauw van de roodwitblauwe vlag scheurde. Bij het Balai Pemuda (Paleis van de Jeugd) meldt een steen dat dit ooit een Nederlandse club was, verboden voor ‘inlanders en honden’, en later het hoofdkwartier werd van de ‘Pemuda Republik Indonesia’, de revolutionaire jeugd die de slag om Surabaya inleidde.

In het jeugdpaleis wordt nu getrouwd. Faisal, een punker uit Kalimantan, komt binnen om even te gaan schijten. Hij heeft zelf geen wc. Hij woont op straat en in leegstaande gebouwen. Deze plek heeft voor hem geen betekenis. De bruiloftsgasten maken zich vooral druk over wat deze stinkende drugsgebruiker op hun feestje moet. Zij leven in verschillende werelden, zoals de kampungmensen en de Hollanders van weleer.

Misschien is geloof uiteindelijk het enige wat Surabaya bindt. Surabaya is de bakermat van de islam in Indonesië en Oost-Java is nog altijd een centrum van orthodoxe moslims. Die moslims stromen dagelijks naar het graf van Sunan Ampel, een van de negen legendarische figuren die in de 15de eeuw de islam naar Indonesië brachten. Zijn graf ligt achter de Chinese buurt, in een kampung die veel weg heeft van een Arabische kasbah, inclusief bedelaressen en handelaren.

Bij het graf zelf bidden altijd mensen. Zij reciteren niet de Koran, zij vragen Sunan Ampel rechtstreeks om hulp, om geld. Daarin verschillen zij nauwelijks van de Chinezen die verderop in de Confuciaanse tempel in Kampung Duku wierook branden bij de beelden van Confucius en Kwan Im. En op donderdagavond doen ze het allemaal, moslims, Chinezen, hindoes en christenen, bij ‘Joko Dolog’ (de dikke man), dat eigenlijk een beeld is van koning Kertanagara in Boeddha-houding.

Rond de graven en de beelden hangen krachten die voor hen allemaal ouder zijn en sterker dan de Koran of de Bijbel. Want behalve islamitisch is Surabaya vooral ook erg Javaans, en dat betekent dat mensen hier geloven in ‘mystik’. Die ‘mystik’ zetelt in elk beeld, elk graf, in elk oud gebouw. Daarom slopen ze ook die oude Hollandse gebouwen liever niet. Je weet nooit wat je je op de hals haalt.

Meer over