Analysemoslimgemeenschap in nederland

‘Moslims denken: we kunnen niets goed doen, dan kunnen we net zo goed van ons laten horen’

Een politieauto voor het Emmauscollege in Rotterdam.  Beeld Marcel van den Bergh
Een politieauto voor het Emmauscollege in Rotterdam.Beeld Marcel van den Bergh

De petitie die oproept om het beledigen van de profeet Mohammed strafbaar te stellen, werd al zo’n 120.000 keer ondertekend. Moslims in Nederland zijn het zat om zich tweederangsburgers te voelen die zich constant moeten verantwoorden voor de gruweldaden van een klein groepje extremisten.

Achteraf vindt hij de timing zelf ook ongelukkig. Twee weken na de moord op de Franse leraar Samuel Paty en één dag na de aanslag op een kerk in Nice begon Yassin Elforkani, de imam van de Blauwe Moskee in Amsterdam, een discussie over het beledigen van de profeet Mohammed.

‘Door die beledigingen van de islam ontstaan een negatieve dynamiek en een giftige sfeer in de samenleving’, zei hij tegen het Parool, ‘met alle risico’s van dien’. Elforkani pleitte voor wetgeving om het beledigen van de profeet Mohammed aan banden te leggen.

Petitie

Naast scherpe kritiek – De Amsterdamse burgemeester Halsema noemde de uitspraak ‘onacceptabel’ – kwam er vrijwel direct ook steun voor dat voorstel. Imam Ismail Abou Soumayyah startte die zondag nog een petitie die de overheid oproept het beledigen van de profeet strafbaar te stellen.

In de dagen erna volgden schokkende gebeurtenissen elkaar in hoog tempo op. Op maandag 2 november schoot een aanhanger van Islamitische Staat in Wenen vier mensen dood. Op dinsdag werd bekend dat een leraar in Rotterdam bedreigd werd vanwege een spotprent over islamitisch extremisme in zijn lokaal. Diezelfde week bleek de leraar ondergedoken te zitten en werd duidelijk dat ook op een school in Den Bosch onrust was ontstaan na het tonen van een Mohammed-cartoon.

Intussen tekenden 120 duizend mensen de petitie om het beledigen van de profeet te verbieden. Hoe valt dit te verklaren?

Elforkani vindt dat hij de discussie over het beledigen van de profeet op een verkeerd moment heeft aangezwengeld. ‘Dat was een domme fout, dat geef ik toe.’ Hij heeft er begrip voor dat veel mensen aanstoot namen aan zijn woorden, terwijl de wereld nog moest bijkomen van de onthoofding van de Franse leraar Paty.

Zelf werd de imam afgelopen week meermaals met de dood bedreigd. Hij geeft voorlopig geen preken meer. Uit welke hoek die bedreigen komen, wil hij niet zeggen. Maar het gaat in elk geval ook om ‘radicale moslims’, laat hij weten.

Wat hij had willen doen, was ‘een aanzet geven voor een debat’. ‘Ik wilde zeggen: weet dat veel mensen in de samenleving last hebben van het beledigen van de profeet.’

Tweederangsburgers

Die pijn zit bij moslims ongelooflijk diep, zegt Ismail Abou Soumayyah. ‘Onze religie is onlosmakelijk aan de profeet verbonden. Hoe wij bidden, eten, vasten, slapen, zelfs toiletteren, hoe we onze kleding aan- en uittrekken: dat is allemaal verbonden met de profeet. Dus op het moment dat je de profeet beledigt, raakt dat ons in hart en ziel. Veel moslims zeggen: ik heb liever dat je mijn vader of moeder uitscheldt dan de profeet beledigt. Dat doet veel meer pijn.’

Dat het beledigen van de profeet zo gevoelig ligt, is volgens Elforkani niet los te zien van ‘het feit dat moslims stelselmatig het gevoel krijgen dat ze tweederangsburgers zijn.’

Dat laatste ziet ook Shirin Musa. Musa is oprichter en directeur van vrouwenrechtenorganisatie Femmes for Freedom, maar reageert ‘als individuele moslim’. Ze is het ‘absoluut niet eens’ met de inhoud van de petitie, maar ze heeft wel een vermoeden waarom deze zo vaak is ondertekend. ‘Moslims voelen zich ongelijkwaardig behandeld ten opzichte van niet-moslims’, zegt ze. ‘Er is meer armoede binnen deze groep, ze hebben een slechtere gezondheid en ze worden vaker gediscrimineerd op de arbeidsmarkt.’

Nederlandse moslims zijn mondiger geworden, merkt arabist Jan Jaap de Ruiter van de Universiteit Tilburg. ‘Ze zeggen: dit hoeven we niet te pikken, we moeten alle middelen gebruiken die de rechtsstaat geeft om ons geluid te laten horen. Je kunt zeggen: Paty is koelbloedig onthoofd, Nederlandse docenten duiken onder voor hun eigen veiligheid en jullie mauwen over een profeet. Maar moslims krijgen toch al slechte pers. Ze denken: we kunnen niets goed doen, dan kunnen we net zo goed onze stem laten horen.’

Musa wijst erop dat moslims in Nederland veel vrijheden genieten. ‘We hebben hier maximale godsdienstvrijheid. Je kunt hier halal eten, islamitische scholen stichten en moskeeën oprichten. We hebben als gevolg van corona eeuwig grafrecht gekregen. Ik denk niet dat er binnen de westerse wereld landen zijn waar moslims het zo goed hebben als hier.’

Bij die vrijheid, zegt Musa, horen ook plichten. ‘De plicht om je achterban op te roepen kalm te blijven na een aanslag, bijvoorbeeld. En de plicht om als minderheid empathie te tonen en de meerderheid gerust te stellen: wij veroordelen deze aanslagen, wij vinden dit verkeerd. Dat geluid mis ik heel erg vanuit onze zelfbenoemde leiders.’

Geen tikkende tijdbom

De moslimgemeenschap keurt aanslagen wel degelijk stelselmatig af, zegt voorzitter Muhsin Köktas van het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO). Zo veroordeelde het Overlegorgaan Joden, Christenen en Moslims, waar het CMO onderdeel van uitmaakt, de moord op Samuel Paty. ‘Het is ongehoord dat deze docent is onthoofd omdat hij leerlingen wilde leren hoe om te gaan met vrijheid van meningsuiting in een pluriforme samenleving’, viel negen dagen na de moord te lezen op de website van het overlegorgaan.

Het CMO werkt nu aan een opiniestuk over de bedreigde leraren. Dat kost tijd, zegt Köktas. ‘We hebben een brede achterban. We kunnen niet zomaar iets roepen'.

‘Afstand nemen van aanslagen en ander geweld, dat hebben we al zo vaak ondubbelzinnig gedaan’, zegt Abou Soumayyah. ‘Na Theo van Gogh, na 11 september, na Parijs, na Nice, na Wenen. Imams doen het in hun preken, ook als er geen aanslagen zijn en het dus niemand opvalt. Maar ik ben geen bloeddorstig monster, geen tikkende tijdbom. Ik heb ook een huisje, boompje, beestje, ik heb ook Netflix. Ik wil me niet voor elke gek hoeven te verantwoorden. Mag ik alsjeblieft verder met mijn leven?’

Geen andere gemeenschap hoeft zich volgens hem steeds te verantwoorden voor het gedrag van zulke ‘gekken’. Dat klopt, zegt arabist De Ruiter. ‘En het zijn extremisten die ze plegen, maar ze doen dat wel uit naam van de islam. Dus dat hele ritueel van aanslagen veroordelen zul je telkens als moslimgemeenschap moeten doen.’

Vast staat dat wie zich uitspreekt over dit soort kwesties een dikke huid moet hebben. Nadat Elforkani had gezegd dat hij ‘buikpijn’ kreeg van de aanslag in Wenen, werd hij bedolven onder de reacties. ‘Een ervan was: u bent medeverantwoordelijk. Een ander zei: wie is in staat om de Blauwe Moskee in de fik te steken?’

CMO-voorzitter Köktas: ‘Zodra iemand een aanslag pleegt uit naam van de islam, begint in Nederland het beledigen van de profeet Mohammed.’ Volgens hem is dat de verklaring voor de grote steun voor de petitie. ‘Het is een reactie op de beledigingen. Er werden in Frankrijk na de moord op Paty zelfs spotprenten op overheidsgebouwen geprojecteerd. Dan doe je miljoenen mensen pijn.’

Het verbod op godslastering is in Nederland in 2013 geschrapt. De petitie lijkt daarom bij voorbaat kansloos. Na een hele hoop handtekeningen én een storm van kritiek, maakte Elforkani een opvallende draai. ‘Deze petitie gaat in politiek opzicht niets uithalen’, zei de imam vorige week in de Volkskrant. Hij zei juist géén voorstander te zijn van een verbod op het beledigen van de profeet. ‘Het lijkt me ook niet leuk om in een land te leven met wetgeving die dit soort dingen verbiedt.’

Die dubbelzinnige boodschap heeft het maatschappelijke debat geen goed gedaan, zegt Musa. ‘De mannen die die petitie zijn begonnen, zijn zeer polariserend bezig. Ze hadden hun achterban tot kalmte moeten manen. Ik ben zelf ook moslim. Ik heb van huis uit meegekregen: de profeet werd in zijn tijd ook bespuugd, bespot en verketterd. Get over it.’

Lees verder

Een docent van het Emmauscollege in Rotterdam moest onderduiken. ‘De cartoon ophangen is disrespectvol, maar die bedreigingen zijn niet nodig.’

Meer over