Moraliteit en efficiëntie onder bankiers en artsen

De regeringsleiders van de twintig grootste landen – plus aanhakers als Nederland – maakten zich deze week op om op de G20-bijeenkomst dit weekeinde in Pittsburgh over bankiersbonussen te praten....

Frank Kalshoven

De conclusie (straks): overwegingen van rechtvaardigheid en efficiëntie lopen dwars door elkaar heen, en dat maakt het praktisch onmogelijk het beloningsdebat tot een goed einde te brengen, vooral omdat klunzigheid er ook nog tussendoor fietst.

Eerst die klunzigheid maar even. Een Twentse zorginstelling heeft haar directeur (salariskosten 213 duizend euro ’s jaars) een renteloze hypotheek verstrekt van 550 duizend euro als beloning voor goede prestaties. Zorginstelling speelt ‘bankje’ voor directeur, kopte deze krant snedig. Dat zoiets bij een maatschappelijke onderneming niet zo handig is, begrijpt een kind. Blijkbaar wilde de raad van commissarissen de directeur extra belonen met een slordige 25 duizend euro per jaar (de rente op dat halve miljoen). Als dat efficiënt of rechtvaardig is, doe dat dan, en laat directeur bij de bank een hypotheek vragen. Ik ben trouwens heel benieuwd hoe de fiscus tegen deze constructie aankijkt: die 25 duizend is toch loon in natura en dus belast tegen toptarief?

Door dit soort mafkezerij wordt het debat over bonussen en variabele beloning nog ingewikkelder dan het toch al is. De inherente complexiteit is het gevolg van het door elkaar lopen van overwegingen van efficiëntie en overwegingen van rechtvaardigheid.

Wie een voorkeur heeft voor gelijkheid, staat in het bonusdebat al gauw aan de kant van de tegenstanders. Ik zie daarin twee aspecten terugkomen. De meest voorkomende: een voorkeur voor gelijkheid in de inkomensverdeling. Daarbij gaat het dan niet zozeer om de vorm waarin iemand inkomen krijgt (vast loon, bonus, opties of wat dan ook), maar om de hoogte van dat inkomen in relatie tot dat van andere mensen. De term graaiers verwijst hiernaar.

Het tweede aspect van rechtvaardigheid gaat, los van het inkomensniveau, over de beloning van de een ten opzichte van de ander. Persoon X doet zijn werk heel goed, terwijl diens collega persoon Y de zesjescultuur huldigt. Is het dan rechtvaardig dat persoon X beter beloond wordt dan persoon Y? En als X uitstekende resultaten boekt met weinig inspanning, en Y slechte resultaten met veel inspanning? Hierover is de publieke opinie minder eenduidig.

Los van al deze morele overwegingen, speelt in de bonusdiscussie de economische efficiëntie een rol. De voorvraag: helpen financiële prikkels bij het sturen van gedrag? Het antwoord is evident: ja. Bestuursvoorzitter Marjanne Sint van de Isala Klinieken geeft daar in de krant van vrijdag een mooi, klein voorbeeld van. Gevraagd naar de wenselijkheid dat artsen gedwongen worden in loondienst te komen, zegt ze: ‘Alsjeblieft niet. Ik weet dan precies waar ik de komende jaren non-stop mijn energie aan moet verspillen: aan onderhandelingen over salarissen, pensioenen en het afkopen van goodwill.’ Artsen zijn net bankiers, pardon, mensen – óók gedreven door euro’s.

Een groot voorbeeld is natuurlijk de kredietcrisis: door bankiers wel de lusten maar niet de lasten van grote beloningen te geven, ontstonden perverse prikkels om te veel risico te nemen – de loterij zonder nieten.

Dat financiële prikkels effect sorteren impliceert dat ze gebruikt kunnen worden om efficiëntie te bevorderen. Maar de kredietcrisis laat zien hoe lastig het is om de prikkels ‘precies goed’ neer te zetten. Kijk (nu niet uit oogpunt van rechtvaardigheid, maar uit oogpunt van efficiëntie) nog eens naar X (veel resultaat, weinig inspanning) en Y (weinig resultaat, veel inspanning). Na introductie van een werkzame resultaatbonus voor X en Y blijft X onderpresteren (hij zou veel beter kunnen als hij zich wat meer zou inspannen) terwijl Y gedemotiveerd raakt of zich over de kop gaat werken. Financieel prikkelen zonder bijwerkingen is hartstikke moeilijk.

Ik heb niets tegen morele argumentatie, maar in de kern van de zaak moet het (bankiers)bonussendebat volgens mij over efficiëntie gaan. Namelijk: die bonussen (in die omvang, onder die voorwaarden) verlagen de efficiëntie en zijn daarom onwenselijk.

Het argument van Wellink (in de Tweede Kamer) dat het beknotten van bonussen van handelaren mogelijk onwenselijk is omdat ze bij inperking van hun variabele loon zouden overstappen naar minder gereguleerde hedgefondsen, overtuigt dan ook niet. Reguleer hedgefondsen dan ook, zou de conclusie moeten luiden.

Lach de klunzen uit, wees terughoudend met morele verontwaardiging, en bestrijd, ook in G20-verband, perverse bonussen vooral omdat ze inefficiënt zijn.

Reageren?frank@argumentenfabiek.nl

Meer over