Moordenaars met een missie

We zijn inmiddels al weer enkele genociden verder, maar aan de fascinatie voor de holocaust lijkt geen einde te komen....

Een kwestie die de historici onverminderd verdeelt, betreft de planning van de jodenmoord. Hadden de nazi's die van meet af aan op de agenda staan, of werd die vanwege de oorlogsomstandigheden geïmproviseerd?

Om inzicht te krijgen in de besluitvorming in het Derde Rijk, kunnen de biografieën van de toenmalige machthebbers van pas komen. Over Hitler zelf zijn in royale mate studies voorhanden, met als monumentale hekkensluiter Ian Kershaws tweedelige standaardwerk. Maar ondanks zijn stortvloed van antisemitische retoriek ontbreekt vooralsnog het bewijs dat de Führer persoonlijk opdracht tot de Endlösung gaf. De sleutel hiervoor moet gezocht worden bij de aanstichters en de uitvoerders.

Richard Breitman schreef al in 1991 een verhelderende biografie over SS-leider Heinrich Himmler, die nu ook in een Nederlandse vertaling toegankelijk is gemaakt. Die biografie moet geen gemakkelijk opgave zijn geweest, want Himmler was een tamelijk kleurloze bureaucraat, die van het dienen van zijn geadoreerde Führer zijn levensvervulling maakte. Voor Hitler was de trouwe H e i n r i ch de enige aan wie hij de precaire opdracht van de jodenmoord kon toevertrouwen.

Breitman maakt van Himmler niet het type van de met jodenhaat doordrenkte sadist, maar meer een schoolmeester, die zijn raciale theorieën bevestigd zag in zijn werk als kippenfokker. Hij geloofde heilig in de mythe van de joodse samenzwering tegen het grote Germanenrijk.

Hoewel zijn loyaliteit jegens Hitler geen grenzen kende, was de Reichsführer-SS een sluwe tacticus voor andere nazi-bonzen die zijn pad kruisten. Zijn opkomst had hij te danken aan de ondergang van zijn voorganger Ernst Röhm. De SA-leider dreigde in 1934 te machtig te worden en op Hitlers bevel mocht Himmler met zijn SS Röhm en de rest van de SA-top liquideren. Als beloning kon de SS uitgroeien tot de machtigste en dodelijkste organisatie van het Derde Rijk. Himmlers tactiek, die hij tot het bittere einde zou volhouden, had hij van Hitler afgekeken: vertel iemand pas iets wanneer dat absoluut noodzakelijk is en licht nooit meer mensen in dan nodig .

Breitman weet veel van de machtsstructuur van de nazi-top te verhelderen, maar met informatie over Himmlers persoonlijke leven is hij aanzienlijk kariger. Dat kan ook moeilijk anders, aangezien er afgezien van ambtelijke documenten

nauwelijks materiaal over de SS-leider voorhanden is. Toch ziet zijn biograaf hem als mens: verstandelijk boven de maat, emotioneel en fysiek onder de maat ('Als ik er zo uitzag, zou ik mijn mond houden over rassen', liet ooit een nazi-G auleiter zich ontvallen).

Die emotionele gebrekkigheid gold nog in versterkte mate voor de ex-marineofficier Reynhard Heydrich, de atletische SS-Gruppenführer die al in 1931 door Himmler bij de SS was binnengehaald om de inlichtingendienst (S i ch e r -heitsdienst) op te zetten. Ook hij kreeg recentelijk een nieuwe biografie, van Stern-redacteur Mario R. Dederichs. Die schreef een ijzingwekkend, maar buitengewoon boeiend verhaal over deze man zonder scrupules, die door Hitler ooit werd getypeerd als 'de man met het ijzeren hart'.

Heydrich was zijn chef intellectueel veruit de baas, en hield er een aanzienlijk kleurrijker levenswandel op na. Als officier werd hij de marine uitgezet, omdat hij een vrouw had bezwangerd en daarvoor niet de consequenties wilde aanvaarden. Hij was een fanatiek sporter, speelde meeslepend viool, en hield van doorzakken in Berlijnse bars en bordelen, waarbij de vreemdste seksuele afwijkingen hem nog niet bizar genoeg waren. Zijn machtshonger en ambitie waren niet te stillen. Voor Himmler was hij daarom even bruikbaar als gevaarlijk.

Op het hoogtepunt van zijn macht, toen Heydrich tot heerser van het protectoraat Böhmen und Mähren (Tsjechië) was gekroond, was hij ervan overtuigd dat hij de eerste man van het Derde Rijk zou worden. In een overmoedige bui liet hij zich ontvallen dat Hitler dan een ceremoniële post zou krijgen. Het bleef bij de dagdromen van een carrièrebeluste nazi. Op 27 mei 1942 werd hij door twee in Engeland opgeleide Tsjechische agenten bij een klungelige aanslag vermoord. De bloedigste periode in de vernietigingskampen moest toen nog beginnen.

In de eerste biografie van Adolf Eichmann, geschreven door de hoogleraar joodse geschiedenis David Cesarani, komt veel aan de orde van wat ook in de bovenstaande titels wordt aangeroerd. Dat kan ook moeilijk anders, want Himmler, Heydrich en Eichmann waren sleutelfiguren in dezelfde tragedie, hoewel de positie van Eichmann aanmerkelijk bescheidener was dan die van zijn superieuren. Zijn bevoegdheden beperkten zich tot de uitvoering, een beleidsmaker was hij niet.

Anders dan zijn collega-biografen kon Cesarani uit een overweldigende hoeveelheid materiaal putten: eigen verklaringen van Eichmann, verhoren, een psychologisch rapport en ellenlange interviews, afgenomen door de voormalige SS-oorlogsverslaggever Wim Sassen in Argentinië. Daaruit construeert Cesarani het beeld van een man die moeiteloos de morele en menselijke gevolgen van zijn formele handelen kon scheiden. Net als bij Himmler en Heydrich kwam de jodenhaat bij Eichmann niet voort uit een persoonlijk haatgevoel, maar uit een diepgeworteld plichtsbesef en de overtuiging dat de 'vijanden' van het Derde Rijk vernietigd moesten worden.

Alle drie de biografieën tonen de weg waarlangs de holocaust zich heeft kunnen ontwikkelen, en geven een scherp beeld van degenen aan de top die hiervoor verantwoordelijk waren. Een moreel gemankeerd trio, dat slechts gevoel kende voor de daders die het 'handwerk' moesten verrichten en dat bereid bleek miljoenen onschuldigen te offeren voor hun 'heilstaat' .

Het verontrustende zit wellicht in de gedachte dat zij in een andere functie dezelfde toewijding aan de dag hadden gelegd . De jodenvernietiging was naast een 'heilige opdracht' uiteindelijk ook gewoon werk.

Meer over