Moord Munir nu echt in onderzoek

Geen dag gaat voorbij of Suciwati moet wel ergens spreken over de zaak-Munir. Al tweeënhalf jaar voert zij campagne voor opheldering van de moord op haar man, de Indonesische mensenrechtenactivist Munir Said Thalib....

Twee politieteams hebben het onderzoek tweeënhalf jaar lang geen stap vooruit gebracht. Maar het derde team, dat in januari aan de slag is gegaan, komt plotseling wél met resultaten. Het heeft twee functionarissen van de luchtvaartmaatschappij Garuda gearresteerd: ex-president-directeur Indra Setiawan en zijn ondergeschikte Rohaini Aini. De politie zegt het motief én de dader van de moord te kennen.

Munir Said Thalib werd op 7 september 2004 vergiftigd tijdens een vlucht van Jakarta naar Amsterdam. Na een tussenstop in Singapore werd hij ziek en enkele uren voor aankomst in Amsterdam overleed hij. In zijn bloed werd arsenicum aangetroffen. Een piloot van Garuda, Pollycarpus Budihari Priyanto, werd voor de moord veroordeeld. Maar dat vonnis werd door de Hoge Raad ongedaan gemaakt, wegens ‘gebrek aan bewijs’.

Al kan hij niet nogmaals worden berecht, Pollycarpus is nog steeds de belangrijkste verdachte. Hij had vóór de moord al meer dan eens om onduidelijke redenen contact opgenomen met Munir en was al eens met hem meegevlogen. Toen hij hoorde dat de activist naar Amsterdam zou vliegen, veranderde hij op slag zijn eigen plannen. In plaats van naar Peking te vliegen, regelde hij snel een opdracht in Singapore, en een stoel op vlucht GA 974 – het vliegtuig waarin Munir zat. De benodigde documenten kreeg hij van het onlangs gearresteerde tweetal.

De moordenaars hadden duidelijk gewacht op dit buitenkansje. De vlucht van Singapore naar Amsterdam duurt twaalf uur en Munir zou dus onmogelijk op tijd medische hulp kunnen krijgen. Het arsenicum moet hem zijn toegediend tijdens de tussenlanding in Singapore. Ook daar is Pollycarpus gezien in Munirs nabijheid, samen met een andere man, die door de media is ontmaskerd als Ongen Latuihamalo, een Molukse zanger van religieuze liederen. Ongen is ondergedoken, vermoedelijk in Nederland.

Munir had kort voor zijn dood een reeks ‘toevallige’ ontmoetingen – ontmoetingen die achteraf gezien, zegt de politie, met elkaar samenhingen. Pollycarpus stond zijn plaats in de business class af aan Munir. In die business class zat ook de Nederlandse apotheker Lie Kian Wang.

‘Lie reisde met zijn vrouw’, vertelt Suciwati. ‘Hij zat in de businessclass, zij zat economy, want de businessclass was vol, had hij haar verteld. Maar er waren nog heel wat lege stoelen. Waarom wilde Lie niet dat zijn vrouw bij hem zat? En waarom wilde hij dicht bij Munir zitten? Wij hebben de Nederlandse politie gevraagd hem te verhoren, maar dat is nooit gebeurd.’

Dan is er nog de dokter, Tarmizi Hakim. ‘Hij heeft Munir twee injecties gegeven. Wat is zijn rol? En wat is de rol van Ongen? Het is goed mogelijk dat zij allemaal deel uitmaken van één grote operatie – een operatie zoals alleen een geheime dienst die kan opzetten.’

Veel wijst inderdaad in de richting van de Indonesische geheime dienst, de BIN. Pollycarpus heeft voor en na de moord bijvoorbeeld meer dan veertig telefoontjes gepleegd met een onderdirecteur van de BIN; en hij had een door de BIN verstrekte wapenvergunning. Ook Garuda-directeur Setiawan heeft contact met de dienst gehad, voordat hij Pollycarpus zijn valse alibi verschafte.

Het motief voor de moord is voor Suciwati duidelijk: ‘Munir was invloedrijk. Hij was de bekendste activist van Indonesië. Een felle criticus van de BIN en van het leger. Naar hem werd geluisterd, ook in het buitenland. Hij was een inspiratie voor veel andere activisten.’

De BIN houdt haar archieven hermetisch gesloten, en agenten van de dienst blijven nadrukkelijk buiten schot. De vroegere directeur van de BIN, generaal A.M.Hendropriyono, weigerde zich te laten verhoren. Toen president Susilo Bambang Yudhoyono zich ‘teleurgesteld’ toonde, lachte Hendropriyono hem publiekelijk uit.

De verwachtingen van Munirs weduwe zijn daarom niet zo hoog gespannen. De afgelopen tweeënhalf jaar hebben haar sceptisch gemaakt: ‘Ik denk dat ze ook dit keer niet verder komen dan de plegers van de moord. De politieke wil om verder te zoeken ontbreekt’, zegt zij. ‘Ik weet dat het een lange strijd wordt, maar één ding is zeker: ik zal nooit opgeven. Ik ga door tot de dalang (de man achter de schermen) is gevonden.’

Meer over