Moord en doodslag geen appels en peren

Hans Willemse, ambtenaar bij de Directie Algemene Justitiële Strategie van het ministerie van Justitie, schreef onlangs een artikel met de titel 'Appels, peren, moord en doodslag' in het blad SEC, tijdschrift voor samenleving en criminaliteitspreventie....

Dat gaat er in, nietwaar! Net als vorig jaar toen burgemeester Wallage van Groningen bekend maakte dat asielzoekers onevenredig vaak voorkwamen in zijn politiestatistieken. Veel politici reageerden met ferme taal. De regering oordeelde toen onderzoek niet nodig. VluchtelingenWerk Nederland drong wel direct aan op onderzoek. Geen taboes graag, maar problemen analyseren en oorzaken aanpakken, dat is wat moet gebeuren. De Rijksuniversiteit Groningen heeft deze handschoen opgepakt. De Haan, hoogleraar criminologie, komt waarschijnlijk in september met de onderzoeksresultaten. Willemse roept aan het eind van zijn verhaal tot onderzoek. Dat dit al loopt is hem kennelijk ontgaan.

Willemse houdt in zijn artikel allereerst een boeiende verhandeling over de vergelijking van appels en peren. Hij stelt dat dat best kan, bijvoorbeeld op sappigheid of schimmelbestendigheid. Deze briljante gedachtegang leidt ertoe dat ook Nederlanders en asielzoekers best met elkaar kunnen worden vergeleken op 'hun' criminaliteit. Hij combineert cijfers van het CBS, WODC en Justitie tot overzichten waaruit blijkt dat criminele feiten, ook moord en doodslag, vaker voorkomen onder asielzoekers dan onder autochtonen of andere allochtonen.

Vervolgens wijst hij er terecht op dat de verklarende kracht van de in de literatuur genoemde oorzaken zonder nader onderzoek beperkt is. Hij noemt de leefsituatie, de subculturele geweldsdrempel, de geweldservaringen, het gebrek aan sociale controle en het feit dat veel asielzoekers jonge mannen zijn.

Maar aan het eind wordt het artikel pas echt interessant. Hij spreekt van de maatschappelijke relevantie van de relatief hoge cijfers voor moord en doodslag. Per 100.000 Nederlandse autochtonen kwamen in 1998 slechts 0,617 moorden voor, terwijl dit aantal voor asielzoekers op 11 lag. Waarvoor of voor wie is dit eigenlijk relevant? Die maatschappelijke relevantie zit zeker niet in de presentatie van al bekende cijfers. Ook geeft hij geen analyse van enig probleem, laat staan dat hij daarvoor een oplossing biedt. Maar de maatschappelijke relevantie is naar zijn zeggen wel de reden er serieuze aandacht aan te besteden. Serieuze aandacht? Eerlijk waar? Het lijkt er meer op dat hij gewoon een lekker stukje in de krant wil, zonder dat hij zich zorgen wenst te maken over de negatieve gevolgen ervan voor de beeldvorming over asielzoekers in Nederland.

En die schade is er zeker. Want Willemse concludeert dat het duidelijk is dat 'peren en appels' onder de bewoners van Nederland verschillen in moordneiging. Daarmee verheft hij het percentage moorden gepleegd door leden van een bepaalde bevolkingsgroep tot een persoonlijkheidskenmerk van ieder uit die groep. Volgens die redenering is de asielzoeker voor slechts een piepklein gedeelte (0,000617 procent) moordlustig en bent u, de autochtone lezer, nog minder (0,0022 procent) moordgeneigd. Wat een nonsens!

Met dit soort verhalen draagt hij slechts bij aan de negatieve ideeën over asielzoekers. Hij voedt de argwaan van wantrouwige mensen, zoals de slijter in Wapenveld die asielzoekers nog slechts een voor een in zijn winkel toelaat. En hij giet een quasi-wetenschappelijk sausje over het voor sommige partijen comfortabele idee dat asielzoekers niet deugen.

Mij lijkt de maatschappelijk relevante vraag wát criminaliteit veroorzaakt en wat je daaraan kunt doen. Niemand heeft iets aan lachwekkende veronderstellingen over de moordlustige geneigdheid van 'groepsleden'.

Meer over