'Mooiste parels van het museum waren onbekend'

Het Centraal Museum in Utrecht heeft een prachtige metamorfose ondergaan. Een bezoeker neemt vast poolshoogte.

Stefan Kuiper
Uitzicht op het museumcafé. Beeld Hagen Zeisberg
Uitzicht op het museumcafé.Beeld Hagen Zeisberg

Zoals die dingen gaan: hebben zakelijk directeur Marco Grob en Ronald Buïel van architectenbureau Soda+ net een rondleiding door het pas verbouwde Utrechtse Centraal Museum gegeven, een tour waarin ze niet verzuimden de aandacht te vestigen op de verbeterde (lees: duidelijkere) indeling, staat er opeens een krasse senior met een vissershoedje voor hun neus. Die wil ook graag iets zeggen over die indeling: hij vond de oude indeling beter. Of hij daarin gelijk heeft - daarover dadelijk meer.

Wat vaststaat: de herinrichting was geen overbodige luxe. Welke verdere kwaliteiten het oude museum ook bezat (een fraaie collectie Caravaggisten, om eens iets te noemen), sterke exploitatiemogelijkheden en een open uitstraling behoorden er niet toe. Een duidelijk parcours trouwens ook niet. Het museum was een doolhof. In het samenstelsel van panden - een 15de-eeuwse Agnietenkapel, een 19de-eeuws stallencomplex, modernere aanbouwsels uit de jaren twintig en rond de eeuwwisseling, was het makkelijk verdwalen. Marco Grob: ''Geen idee of we alles gezien hebben', lazen we vaak terug in het gastenboek.'

Structuele veranderingen

Wat ook bezwaarlijk was: dat voornoemde kapel en de binnentuin nauwelijks werden benut. Ze waren sinds jaar en dag onzichtbaar. Grob: 'De mooiste parels van het museum waren onbekend.' In 2010, drie jaar voordat het Centraal Museum verzelfstandigde, vroeg men het Rotterdams-Arnhemse architectenbureau Soda+ deze euvels te verhelpen.

Dat had voeten in de aarde. Enkel een nieuwe bewegwijzering (de oorspronkelijke opdracht), constateerden de architecten al snel, volstond niet; structurele veranderingen waren geboden. En structureel betekende hier niet: een compleet nieuw pand uit de grond stampen, daarvoor ontbraken namelijk de middelen. Wel: coherentie scheppen in de bestaande situatie, alle gebouwdelen op maaiveldniveau terugbrengen, een glazen brug tussen refter en stallen bouwen, vensters met uitzicht op de binnentuin plaatsen. Die binnentuin, een oude begraafplaats, was cruciaal. Zij moest gaan fungeren als het gedroomde centrum en diende dwalende bezoekers via doorkijkjes oriëntatiepunten aan te reiken. Er zouden maagdenpalmen en bosanemonen gaan groeien. Beraamde kosten voor de hele onderneming: 6 miljoen euro. Bouwduur: drie jaar.

De museumtuin. Beeld Hagen Zeisberg
De museumtuin.Beeld Hagen Zeisberg

Hoofdbrekens

Dat haalde men, waarvan akte, maar vanzelf ging het zeker niet. Vooral de liftschacht in het hart van het museum veroorzaakte hoofdbrekens. Die diende verwijderd te worden - door onder het wateroppervlak te graven - een klus met kans op verzakking en dus ontegenzeglijk gevaarlijk. Uiteindelijk vond men de oplossing in een ingewikkeld procedé waarbij cement in de zijkanten van de schacht werd gespoten. Daarna was de nieuwe ingang aan de beurt, tegenover het Nijntje Museum, en vervolgens de vervanging van de kloosterkabinetten voor ruimere zalen. En nu, op de middag voor de officiële opening, een ontmoeting met de publieke opinie in de gedaante van de oudere heer met vissershoedje: 'Op het Journaal hoorden wij dat het museum duidelijker was, maar vergeleken met het Van Gogh Museum is het allemaal erg rommelig. Je zoekt je hier werkelijk scheel.'

Grob: 'Dat komt doordat de vaste opstelling nog gesloten is. Straks loopt u een rondje en is het duidelijker. Maar excuses voor het ongemak. Laat me u naar de uitgang begeleiden.' Het vissershoedje: 'Ja, leidt het vee maar weer naar buiten.'

Het moet gezegd: het 'vee' overdrijft. Het museum, dat zie je binnen een minuut, is er enorm op vooruitgegaan. Van de vide boven de entree tot de museumwinkel in de witgestucte kapel (met wenteltrap) tot het museumrestaurant in de binnentuin tot de her en der verspreide elementen die naar de Utrechtse geschiedenis verwijzen (jugendstillampen, een hekwerk in de vorm van een stadsplattegrond) - ze hebben het instituut frisser, opener en vooral publieksvriendelijker gemaakt. Kunstvriendelijker ook, vooral in de nieuwe opstelling, waarin Utrechts rol als kunststad (met Van Scorel, Wtewael, Koch et cetera) en ontwerpstad (Rietveld) als leidend criterium is genomen. Marco Grob: 'Door de nieuwe belichting met ledlampen is de bedompte sfeer verdwenen. Onze conservator zag dingen op de schilderijen die ze eerder niet zag.'

De wereld van Utrecht, Centraal Museum, Utrecht, nu geopend.

De museumwinkel. Beeld Hagen Zeisberg
De museumwinkel.Beeld Hagen Zeisberg
Meer over