Mooispraak

'Liegen als een advocaat', zegt Van Dale. Wij noemen het zelf liever welbespraaktheid of nog mooier flux de bouche als wij een ontslag omschrijven als 'een scheiding der wegen' of een ordinaire ruzie als 'een verschil van inzicht'....

Zou de directie van Rudico bv iets dergelijks gedacht hebben toen zij een aanstaande reorganisatie omschreef als 're-engineering'? De bedoeling was 'het ombouwen van bedrijfsprocessen en het daarbij zoeken van de juiste personen'. Reorganisatie dus en daarmee een voorgenomen besluit dat is onderworpen aan het adviesrecht van de Ondernemingsraad (OR). De directie van Rudico meende echter bij een reengineering de OR niet om advies te hoeven vragen.

Dit schoot van de OR-leden in het verkeerde keelgat en hij besloot in een oprechte, maar overmoedige eenmansactie het personeel op de hoogte te brengen. Hij verspreidde een enqu binnen het bedrijf. Zijn actie werd hem door zijn mede-OR-leden niet in dank afgenomen. Hij trad af.

Maar ook de werkgever meende een appeltje met de werknemer te moeten schillen en verzocht de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter Zutphen moest oordelen of de man, ondanks het ontslagverbod voor OR-leden, mocht worden ontslagen. De werkgever had deze hindernis voorzien en verzocht ontbinding om een 'dringende reden'. Het ontslagverbod voor OR-leden is namelijk niet van toepassing bij een dringende reden, die ook een ontslag op staande voet mogelijk maakt. Subsidiair stelde de werkgever een vertrouwensbreuk.

De kantonrechter vond de actie van de werknemer onbesuisd en tegenover zijn OR-maatjes niet correct. Het aftreden als OR-lid was daardoor, zo meende de kantonrechter, onontkoombaar. Maar de werkgever had volgens de rechter boter op het hoofd. Hij liet er geen twijfel over bestaan dat over de voorgenomen re-engineering advies aan de OR had moeten worden gevraagd. En van het opruiende en tendentieuze karakter van de enqu (zoals de werkgever stelde) was de rechter ook niet overtuigd. Geen dringende reden voor de ontbinding, meende de kantonrechter.

Restte de beoordeling van de subsidiair opgevoerde vertrouwensbreuk ter onderbouwing van het ontbindingsverzoek. De kantonrechter meende dat de gestelde vertrouwensbreuk verband hield met activiteiten die rechtstreeks voortvloeiden uit het ORlidmaatschap. En daartegen heeft de wetgever OR-leden nu juist willen beschermen.

Het verzoek lag 'bijgevolg voor afwijzing gereed', hetgeen zoveel betekent als dat de man gewoon in dienst kon blijven.

Meer over