Mooie verhalen

Opnieuw waagt thrillerschrijver Tomas Ross zich aan de aanslag op Pim Fortuyn. Nu schetst hij het scenario van de politicus die overleefde....

Hans Wiegel premier, Ayaan staatssecretaris voor Allochtonenbeleid, Geert Wilders staatssecretaris Veiligheid en Antiterreur, en Neelie Kroes op Sociale Zaken – thrillerschrijver Tomas Ross, alias Willem Hoogendoorn (1944), heeft zich rot gelachen toen hij het eerste LPF-kabinet formeerde. LPF-kabinet? Jawel, gemaakt na Fortuyns eclatante verkiezingsoverwinning van 43 zetels, kort na de moordaanslag die hij overleefde: welkom in de wereld van Ross, die deze ‘factieve’ toekomst schetst in De marionet.

Het boek, dat deze week verschijnt, is de tweede roman waarin Ross zich aan de politicus waagt. In De zesde mei (60 duizend exemplaren verkocht, goed voor zijn derde Gouden Strop) deed hij het AIVD-complot achter de moord uit de doeken. Nu fantaseert hij de gang van zaken ná de aanslag waarbij niet Fortuyn, maar een naaste om het leven kwam. De uitgever spreekt van ‘Nederlands eerste what if-thriller’.

Raakt Ross, zoon van een BVD-ambtenaar, niet uitgedacht over de moord op Fortuyn? ‘De zesde mei was helemaal het idee van Theo van Gogh. Hij vertelde me destijds nog een verhaal: Fortuyn had die bewuste avond van 6 mei een afspraak in Leeuwarden met Hans Wiegel. Fortuyn zou geen premier worden, bang dat hij zijn grote bek moest waarmaken. Theo kletste zoveel, ik geloofde er geen barst van. Tot ik later Hans Dijkstal sprak, die mij zei: ‘Dat wisten wij al heel lang.’ Wiegel was gefrustreerd over de VVD, en wilde altijd al premier worden. Hij zou de overstap naar de LPF maken, en toch erelid van de VVD blijven. In Den Haag hoorde ik in VVD-kringen dat Wiegel Fortuyn eerder al geadviseerd had. Dus daar ben ik met dit boek op doorgegaan.’

Nee, hij is nauwelijks in staat de krant te lezen zonder bijgedachten. ‘Joop van den Ende met die twee vastgoedjongens: zoiets knip je toch even uit.’ Maar een zaak is pas een nieuwe Ross wanneer die boven het eendimensionale uitstijgt.

Er moet liefst een politieke component aan kleven: Bernhard, de oorlog, Greet Hofmans, daar ligt zijn interesse. Dat maakt de moord op Van Gogh ook zo ongeschikt voor een thriller. Ross: ‘Katja Schuurman heeft een documentaire gemaakt waaruit bleek dat de AIVD met opzet Mohammed B. tot die daad heeft gezet. Maar ik kan geen ander motief bedenken dan zinloze wraak, en dat was het ook. Onvoldoende voor een boek. Bij Fortuyn geloof ik echt dat het militair-industrieel complex bezwaren zag tegen zijn Joint Strike Fighter-standpunt.’

Praten met Ross levert een stortvloed op van anekdotes en mogelijke intriges, op het gevaar af dat de verteller van paranoia wordt verdacht. Over Enschede bijvoorbeeld: ‘Iedereen weet dat op dat fabrieksterrein niet alleen maar vuurwerk lag.’ Pardon? ‘Je hebt Gladio, een organisatie die nooit meer verrast wil worden door een inval. Die club heeft geheime wapendepots. Misschien in Enschede, maar in elk geval in Scheveningen. Daar zit een mooi verhaal aan vast. Er was eens een overval in Amsterdam waarbij misschien Willem Holleeder is betrokken, al is het niet te bewijzen. Daarbij zijn kogels gebruikt waarvan de militaire inlichtingendienst zich de pleuris schrok: ze kwamen uit wapens van Gladio. Hoe komt Holleeder daaraan? Hier in Scheveningen, bij Madurodam, heb je zo’n depot: een elektriciteitshuisje met zware hekken eromheen. Elk jaar wordt gecontroleerd of het spul er nog ligt. Hoe? Met een metaaldetector, dan hoeven ze niet te graven. Maar de jongens van Holleeder hebben natuurlijk alles leeggehaald en er koelkasten in gestort – niemand die het merkt.’

Holleeder zal voor het eerst in zijn werk figureren in een eenmalige uitgave voor Bruna, die auteur Havank wil herdenken – ‘Oubollig en slecht wat die man schreef, maar zijn held is wel een mooi karakter.’

Het verhaal: ‘Ex-advocaat Bram Zeegers wordt kroongetuige in de zaak-Holleeder. Hij gaat volgens de officiële stukken eten in Klein Kalfje in Amsterdam met een Braziliaanse vriendin. Vreemd: een ex van Holleeder, daar zou ik dan niet mee naar bed gaan. En het Kalfje was geliefd bij Holleeder – daar zou ik dus niet gaan eten. Later vraagt Zeegers haar wat te gaan scoren, dat doet ze bij twee Joegoslaven, handlangers van Holleeder. In bad zou Zeegers de pillen in zijn champagne hebben gedaan, maar Joost Zwagerman heeft eens berekend dat dat er minstens 47 moeten zijn om te sterven – dat past nooit in een champagneglas. Dan sla ik aan het denken over een dekmantel om aan de greep van Holleeder te ontkomen.’

Ziedaar het universum van Ross, waar feit en fictie naast elkaar bestaan. 80 procent feiten, de rest vult hij in. Zo loopt in De marionet Fortuyns chauffeur Hans Smolders zijn pik achterna en heeft hij een secretaresse bij haar borsten gepakt, LPF-Kamerlid Van As loopt rond met een pistool op zak en de moordenaar ‘heeft het al een keer eerder gedaan’.

Kent Ross juridische beperkingen in wat hij schrijft?

‘Ik hou me zoveel mogelijk aan de werkelijkheid. Daarom heeft de moordenaar (een jongen met een baseballpetje, een plastic winkeltasje en volgens Fortuyn een lekker kontje) geen naam gekregen. Hij is opgebouwd naar Volkert van der G., maar in dit boek doet hij iets anders dan in werkelijkheid. Dan wil ik het niet. En dat ik hem een eerdere moord in de schoenen schuif: daarvan is hij echt verdacht geweest. In de film 06/05 zie je hem met een vriend een ambtenaar neerknallen in een bos, daarover heeft hij nooit geprotesteerd.’

En zal koningin Beatrix niet klagen over de zin waarin haar Claus homoseksuele neigingen worden toegedicht? Ross: ‘Willem Oltmans heeft het me verteld, Thomas Lepeltak kent het gerucht ook. Maar proceduretijgers of niet: wat kan me gebeuren? Hooguit wordt je boek uit de handel genomen.’

Ross mag graag verhalen over de reactie op zijn eerste boek over de Lockheed-affaire. Tekenaar, schilder en Bernhard-vriend Rien Poortvliet zat bij dezelfde uitgever, en kreeg van Unieboek-redacteur Robert Ammerlaan geregeld boeken toegestuurd. Poortvliet las de thrillers bij voorkeur op het toilet. Bij het lezen van Ross’ boek ontstak hij in woede, scheurde de pagina’s eruit en spoelde ze door.

De riolering raakte verstopt, zodat in Soest ook buurman Bernhard rechtstreeks de gevolgen ondervond van deze publicatie. Poortvliet eiste het vertrek van Ross bij de uitgeverij, maar zover kwam het niet. Dat ook Ammerlaan nogal dik was met zijne koninklijke hoogheid, wist Ross toen nog niet. ‘Ik vond het al zo raar dat hij had gevraagd de hoofdpersoon prins Herman te noemen.’

Twee boeken per jaar maakt hij, en tussendoor wat tv- en filmscenario’s, waaronder het script voor 06/05, de laatste film van Theo van Gogh. ‘Veel? Ik begin vroeg, om een uur of zes, en schrijf aan één stuk door. Wanneer je vijf, zes pagina’s per dag schrijft, zit je binnen twee maanden aan een boek.’

Momenteel zit hij midden in een vierdelig tv-drama voor de VPRO over het leven van – alweer – prins Bernhard. Tegenvaller: het stimuleringsfonds betaalt niet mee, omdat het twijfelt aan de historische waarde, nu Ross opnieuw de stadhoudersbrief ter sprake brengt (waarover Bernhard zich in zijn postuum gepubliceerde interview met de Volkskrant beklaagde). Ross: ‘Ja, hallo, het is drama!’ Hoe dan ook: de VPRO en Nederland 1 willen het in 2009 uitzenden, maar nu moet het met veel minder geld.

De verteltechniek: ‘Bernhard blikt met journalist Hans Tromp terug op zijn leven. Boos op Beatrix omdat die nooit haar dementerende moeder in het openbaar wilde tonen. Vertederd ziet hij Juul in de tuin lopen met een jonge verpleger, en ineens begint ze een boom te omhelzen. Terwijl Bernhard mijmert dat hij nog nooit zoveel van een vrouw heeft gehouden als van haar, wil de verpleger haar meenemen. Zij denkt dat het een tasjesrover is, en begint met haar tasje te slaan. En dan komt Bernhard naar buiten, en zegt troostend: ‘Kom maar mee, mamsie.’ Zo maak je er een aardige man van. En dan mag je als scenarioschrijver meteen daarna teruggaan en hem in een SS-uniform zetten.’

Ross (63) gaat door tot hij er dood bij neervalt, letterlijk. Hobbyisme is het, maar hij kan ook niet anders. Een literaire roman? Welnee. ‘Ik hecht niet aan stijl.’ Zijn eigen genre zou hem, zonder de politieke componenten, te beperkt zijn. Pure noodzaak ook, die politiek: ‘Ik zou best de Deventer-moordzaak willen doen, maar in wezen is dat ook een plat verhaal: het is de een of de ander. En ik kan niet goed psychologiseren, zoals Tim Krabbé dat kan. Ik ben ook niet goed in karakters en dialogen. Ik heb in een scenario eens een stel de liefde laten bedrijven: de honden lusten er geen brood van.’

De reguliere misdaadliterauur, met zijn hooguit tien wezenlijk verschillende plots, kent hij maar al te goed – ‘Ik word er ontzettend moe van, altijd die variaties op een paar thema’s.’ Zelf heeft hij het ook gedaan, met scenario’s voor onder meer Spangen en Unit 13. ‘Het is altijd een onsje van hetzelfde. Entertainment. Appie Baantjer zegt weleens tegen mij: wat een dik boek heb je weer geschreven, daar kunnen er wel vier van mij in. En dan vraagt ie heel vilein: hoeveel verkoop jij nou?’

Baantjer, een schat van een man. ‘Hij lult alleen te veel, met die zogenaamd toffe hoeren uit het oude Amsterdam – hou toch op: Mollige Mien die bij een kopje koffie vertelt dat ze de dader linksaf zag slaan, die heeft nooit bestaan. Hem maakt het niet uit wat men over zijn boeken denkt. Hij zegt: als die zakenman op Amsterdam CS een boekje van me koopt en het in Venlo uit heeft en uit het raam flikkert, heb ik toch mooi een boekje verkocht.’

Maar Ross kan dat niet. ‘Er zit toch nog meer achter schrijven dan alleen entertainen.’ Hij is net aan het lezen over oorlogsmisdadiger Pieter Menten – zit een groot verhaal in, want warempel: ook daar is weer een link met Bernhard.

Het nadeel: je wordt gebeld door gekken. ‘Ik heb eens iemand gesproken die beweerde dat de watersnoodramp van ’53 een complot was van aannemers die uit waren op de Deltawerken.’ Dat gaat zelfs Ross te ver. Wat moet hij dan aanvatten? Ross: ‘Mijn uitgever Robert Ammerlaan zou graag een factieboek over Willem-Alexander en Máxima zien. Goed idee, maar er is echt niets te vinden bij die twee. Je moet toch een soort aanleiding hebben die prikkelt. Er gebeurt te weinig in Nederland. De grote affaires zijn op. Ik zou bijna smeken: Willem-Alexander, doe eens wat fouts!’

Meer over