Mooie liedjes, maar met flauwe geintjes

Cabaret Wil jij mijn pleister zien? Bas Marée en Johan Hoogeboom bedachten een titel die kinderachtig en viezig tegelijk is....

Merijn Henfling

De pleister blijkt symbool te staan voor het kleine leed waarmee we allemaal kampen. Marée met gitaar en Hoogeboom vanachter de vleugel brengen klassieke kleinkunstnummers: taalkundig goed doordacht, met een vrolijke moraal en vaak een kwinkslag. Bassist Ludo van der Winkel heeft zo’n belangrijke rol dat eerder sprake is van een trio.

Voor de pauze gaan de meeste liedjes over vrouwen, waarbij de heren altijd het onderspit delven en zich in hun slachtofferrol schikken. Na de pauze zijn de nummers dwazer, zoals over de kleinkinderen die zich in 2050 beklagen over opa’s cabaretcarrière (‘Was jij nu maar beroemd geworden, dan hadden wij wel een leuke jeugd gehad’).

Hoogeboom en Marée leerden elkaar kennen op de Koningstheaterakademie, docent en student. Hoewel ze bijna een generatie in leeftijd verschillen, vullen ze elkaar goed aan: Hoogeboom is het muzikaalst en komt met gevatte teksten. Marée is een overtuigend zanger met een prachtige dictie.

Tussen de nummers door geinen de heren met elkaar en zingen ze tweeregelige liedjes, en dat hadden ze beter niet kunnen doen. Het is flauw en geeft de voorstelling net de nuffigheid en oubolligheid die bij dit soort kleinkunstliedjes op de loer liggen. Laat het lied voor zich spreken, is het verzoek voor de volgende keer. En verzin dan meteen ook een frissere titel.

Meer over