NIEUWS

‘Monument binnen een monument’: oude gangen van Colosseum eindelijk open voor publiek

Vanaf zaterdag hebben bezoekers van het Colosseum toegang tot een plek waarover uitzinnige toeschouwers in de oudheid enkel konden mijmeren: de ‘ondergrondse’ gangen en kamers van het hypogeum. De opening maakt deel uit van een grotere restauratie van het Romeinse bouwwerk.

Toeristen in de gangen van het Colosseum. Beeld EPA
Toeristen in de gangen van het Colosseum.Beeld EPA

Sinds 2010 kunnen toeristen al afdalen naar het labyrint, maar aldaar was verdere doorgang tot dusver beperkt. Door de verbouwing zijn de gangen en kamers nu wel toegankelijk. Volgens Alfonsina Russo, directeur van het Colosseum, wordt daarmee een ‘monument binnen een monument’ geopend. Vroeger werd het hypogeum gebruikt om gladiatoren en wilde dieren klaar te stomen voor de gevechten.

De gangen en kamers zijn zo’n tien jaar na de constructie van het Colosseum zelf gebouwd, omstreeks het jaar 90 na Christus. Keizer Titus Flavius Domitianus gaf er de opdracht voor. Bij opgravingen in de 19de eeuw kwam het doolhof aan tunnels naar boven. Aangenomen wordt dat het hypogeum tot het allerlaatste gevecht in het Colosseum, in 523 na Christus, is gebruikt.

‘Het is heel complex geweest’, zei Russo over de restauratie, die eind 2018 begon en ongeveer twee jaar duurde. Bij de operatie waren 81 specialisten betrokken, onder wie architecten, restaurateurs, geologen, natuurkundigen, ingenieurs en metselaars.

De operatie vormde de tweede fase van een grote renovatie van het amfitheater. In 2013 betaalde de eigenaar van het Italiaanse schoenenmerk Tod’s, Diego della Valle, 25 miljoen euro om het gebouw in drie stappen een facelift te geven. Het eerste stuk behelsde vooral het opfrissen van de buitengevel, het werd afgerond in 2016. Over drie jaar moet ook de laatste stap klaar zijn. Dan moet onder meer een nieuw bezoekerscentrum zijn gebouwd.

Vaste prik

Dat de verbouwing van nationaal erfgoed op kosten van een Italiaans bedrijf gebeurt, is tegenwoordig vaste prik in het land. In het laatste decennium werden onder meer de opknapbeurten van de Rialtobrug in Venetië, de Galleria Vittorio Emanuele II in Milaan en de Trevifontein en de Spaanse trappen in Rome betaald door grote merken zoals Diesel, Gucci en Prada.

De investeringen vormen een niet onomstreden ‘win-winsituatie’ voor bedrijven en de staat. Voor de regering van het openluchtmuseum Italië is financiële hulp bij het bijhouden van nationaal erfgoed zeer welkom. Ondernemingen krijgen op hun beurt de kans om hun Italiaanse achtergrond te accentueren.

Critici vinden dat cultuur en commercie strikt van elkaar gescheiden moeten blijven. ‘Er is wel degelijk een verliezer, namelijk wijzelf’, zei de Napolitaanse hoogleraar kunstgeschiedenis Tomaso Montanari in 2017 tegen de Volkskrant. ‘Zodra monumenten winkelcentra worden, leid je een generatie klanten op in plaats van kritisch denkende burgers.’

In 2023 wil de regering, nu wel uit eigen portemonnee, ook de vloer van het Colosseum in ere hebben hersteld. Het project van 12,5 miljoen euro moet op termijn concerten en theatervoorstellingen in het bouwwerk mogelijk maken. Zo komt de perceptie van de Romeinse gladiatorenarena van weleer nog meer tot leven, en zijn de gangen en kamers in het hypogeum beschermd tegen regenval. Bij zonneschijn zal de uitschuifbare houten constructie verdwijnen achter de coulissen.

Meer over