MONTESSORI op twee planeten

Twee scholen in Amsterdam: op het Montessori College Oost, met voornamelijk allochtone leerlingen, heerst een streng regime.De lelieblanke leerlingen van het Montessori Lyceum in Zuid genieten juist veel vrijheid....

DE ENE montessorischool is de andere niet. Zo kent Amsterdam het Montessori Lyceum en het Montessori College Oost. Ze hangen dezelfde ideologie aan en ze vallen onder hetzelfde bestuur. Toch konden de verschillen niet groter zijn. Op het Lyceum krijgen de leerlingen de ruimte en de zelfstandigheid waar Maria Montessori voor pleitte. Op het College worden de scholieren opgevoed tot gehoorzame werknemers die altijd op tijd komen.

De idealistische Montessori zich omdraaien in haar graf om het verschil. En dat terwijl de onderwijsvernieuwer toch al niet zo geporteerd was voor het middelbaar onderwijs. Volgens haar theorie moeten pubers koeien melken en graslanden maaien in fris en vrolijk groepsverband. Pas als de opgroeiende jongens en meisjes hun hormonen en preoccupaties in de hand hebben, zijn ze weer geschikt voor intellectuele arbeid en kunnen ze hun schoolcarrière hervatten.

Het Montessori Lyceum en het College Oost nemen het laatste met een korrel zout. Deze scholen doen juist hun best hun puberende leerlingen zo snel mogelijk een schooldiploma te bezorgen. Voor de allochtone leerlingen (62 procent) van het Montessori College is het belangrijk dat ze betere kansen hebben dan hun laag opgeleide ouders. De lelieblanke kinderen van het Montessori Lyceum wacht een plaats in de culturele elite van Nederland.

Het zwarte College Oost staat aan de rand van de Amsterdamse Dapperbuurt. De voor een groot deel Turkse, Marokkaanse en Surinaamse leerlingen halen er een vbo- (voormalige lts en lhno) of mavo-diploma. Na het eindexamen gaan de meesten werken. Ze moeten in de vier, vijf jaar dat ze op school zitten, klaargestoomd worden voor de arbeidsmarkt.

Het Montessori Lyceum staat in een betere buurt van Amsterdam: bij het Concertgebouw en het Rijksmuseum. De overwegend witte school wordt bezocht door elitekinderen. De ouders zijn hoogopgeleid en de leerlingen komen van heinde en verre voor deze prestigieuze school. Na het behalen van een havo- of vwo-diploma stromen de leerlingen door naar hogeschool of universiteit. De school heeft sinds kort ook een kleine mavo-afdeling. Als kinderen niet goed genoeg zijn voor de havo kunnen ze toch deze school afmaken.

Volgens de Onderwijsinspectie loopt de kwaliteit van de beide scholen uiteen. Op de kleine mavo-afdeling (5 procent) van het College blijven veel leerlingen zitten en zijn de examencijfers vrij laag. De vbo-afdeling scoort gemiddeld voor een zwarte school. Op het Montessori Lyceum worden op de mavo (2 procent) tamelijk hoge examencijfers gehaald. De havo- en vwo-afdeling scoort gemiddeld tot goed.

Een leerling van het Montessori Lyceum in Amsterdam-Zuid is al van veraf te herkennen. Een beetje apart, paardenstaartje, wijde broek, gymschoenen, ringetjes en een enkele piercing. Blank natuurlijk. Zodra je ze hoort spreken, staat vast, dit is Montessori Lyceum: welbespraakt, zelfverzekerd en een onmiskenbaar bekakt 'erretje'.

Wanneer de schoolbel gaat, bewegen groepen scholieren zich tergend langzaam naar hun klaslokaal. 'Het is een dilemma hè, of je daar nu meer achteraan moet zitten', zegt adjunct-directeur Sonja Vetter, 'de school is tegenwoordig de enige plek waar nog een bel rinkelt. In werkend Nederland maakt het allang niet meer uit of je tien minuten eerder of later begint.'

Een paar kilometer verderop, op het Montessori College Oost, is de directie heel wat minder laconiek over het probleem van de laatkomers. Wie drie keer te laat komt, krijgt een 'gele kaart'. De leerling moet zich dan een week lang om acht uur melden, een halfuur eerder dan normaal.

'We zijn heel streng met te laat komen', zegt adjunct-directeur Paul Moedt. 'Veel van onze leerlingen gaan na hun examen werken. Als je van het lyceum naar de universiteit gaat, kun je rustig een uur te laat komen. Maar in een bedrijf kan dat niet.'

Volgens hoogleraar Onderwijskunde G. Meijnen is het een bekend verschijnsel. Leerlingen worden op vbo en mavo voorbereid op een andere functie in de maatschappij dan op havo en vwo. 'Op het vwo is het belangrijk dat je creatief bent en dat je je eigen werk organiseert. Als je daarin uitblinkt, doet het er verder weinig toe welke kleren je draagt en of je in je vrije tijd een joint rookt. Op het vbo is de ideale leerling accuraat, stipt en gehoorzaam.'

Uit onderzoek blijkt dat leraren zich in dat geval ook anders opstellen tegenover hun leerlingen. 'Wanneer een vwo'er spijbelt, kijkt de leraar of het een strategische beslissing was om te spijbelen. Kan hij de les missen, had hij een goede reden? Op het beroepsonderwijs is dat niet van belang: de leerling moet er gewoon zijn', aldus Meijnen.

Die strenge houding kost de leraren op het College Oost veel energie. 'Sommige kinderen komen bijna altijd te laat, zegt Cyriel Clement, docent kantoorpraktijk op het zwarte College Oost. 'Dat is niet zo gek, hun ouders weten ook niet hoe laat de school begint.' Zelfs voor het eindexamen komen leerlingen te laat. 'Wij zitten elke ochtend klaar met de leerlingenlijst. Als iemand te laat is, bellen we meteen. Een halfuur na aanvang kun je nog aan het examen beginnen, maar sommigen interpreteren die regel als: ik mag een halfuur te laat komen', zegt adjunct-directeur Moedt.

De zorg van de school gaat ver. Vorig jaar werd een keer een taxi gestuurd om een leerling op te halen. Elk jaar zijn er weer leerlingen die ruimschoots na aanvang van het examen de school binnenkomen, verdwaasd rondkijken en vragen: in welk vak heb ik eigenlijk examen? Clement: 'Dat zijn er een paar, en het zijn altijd dezelfde laatkomers. Je moet uitkijken voor clichés. Er zijn ook veel leerlingen heel serieus met hun examen bezig.'

De scholieren op het College Oost worden stevig aan het handje gehouden, terwijl een van de principes van de theorie van Maria Montessori juist is dat kinderen zelfstandig werken. Op het elitaire Lyceum in Zuid krijgen de kinderen daarom elke dag keuzewerktijd. De leerlingen, van jong tot oud, mogen zelf weten aan welk vak ze werken, ze krijgen huiswerk op voor langere periodes. Sommigen gaan bij een leraar in het lokaal zitten, anderen zoeken de bibliotheek of de lawaaierige kantine op. 'Ik lees nu de krant en ik maak mijn huiswerk na schooltijd. Dat doe ik liever', zegt Jason Bol (vwo 5).

Sommigen kunnen de vrijheid niet aan en verdwijnen naar de coffeeshops in de omgeving van de school. 'Het zijn eigenlijk dependances van ons', zegt adjunct Vetter. 'We doen af en toe een inval en dan schrikken ze zich rot. Of ik waarschuw de politie dat er minderjarigen zitten. Leuk is anders.'

Het lijkt erop dat meisjes de zelfstandigheid beter aankunnen dan jongens. Op het Lyceum is zestig procent van de leerlingen van het vrouwelijk geslacht. Volgens vwo-6-leerling Marieke de Groot presteren meisjes beter in het montessorisysteem. 'Jongens zijn misschien wat slechter in het zelfstandig werken omdat ze minder zelfdiscipline hebben. Mijn broertje kan het bijvoorbeeld niet. Die zit op de havo van een andere school. Ik ben overgestapt naar het Montessori Lyceum omdat ik wat zelfstandigheid wilde.'

Op het College Oost doen ze niet aan keuzewerkuren. 'De kinderen zouden niets uitvoeren. We moeten duidelijkheid en structuur bieden', zegt adjunct-directeur Moedt. Toch heerst ook hier enige zelfstandigheid. 'In de technische opleidingen wordt vanzelf individueel gewerkt. Je kunt niet met dertig man aan één kozijn timmeren.'

ER IS geen ouder die klaagt dat op het College Oost de montessori-theorie niet voldoende wordt uitgewerkt. Dat de school vernieuwend onderwijs biedt, speelt vaak geen rol bij de schoolkeuze. De meeste leerlingen komen uit de buurt of uit Zuid-Oost. Veel leerlingen vinden de montessorileer zelfs een nadeel. 'We moeten hier wel zelfstandiger werken dan op een gewone school. Ik vind het beter als een leraar het goed uitlegt', zegt vbo-4-leerling Rachid Kentou.

Volgens onderwijskundige Meijnen stellen met name Turkse en Marokkaanse ouders zelfstandig onderwijs niet op prijs. 'Zij vinden het vooral belangrijk dat een kind goed presteert. De leerling moet gehoorzaam zijn en luisteren naar zijn leraar. Dat past in de Turkse en de Marokkaanse cultuur. Het is dat de school om de hoek staat, anders zouden ze waarschijnlijk geen montessorischool kiezen.'

Op het Lyceum in Zuid komen de leerlingen van heinde en verre af op het montessori-onderwijs. Zelfs van ver buiten de stad. Kinderen uit de Amsterdamse volksbuurt De Pijp, hemelsbreed op honderd meter afstand, komen juist niet naar deze school. 'We hebben wel allochtone leerlingen (4 procent) maar dat zijn toch meestal mix-kinderen of kinderen van ouders die hier ook geboren zijn', zegt Vetter.

Ouders laten zich vooral verleiden door de naam van de school. Het is een opleiding voor de toekomstige culturele elite. Het Lyceum bestaat al zeventig jaar en telt veel bekende mensen onder de oud-leerlingen: Trijntje en Tjeerd Oosterhuis, Candy Dulfer, Johan van der Keuken, Herman Koch, Felix Rottenberg. Vetter: 'Maar we hebben allerlei leerlingen hoor: ook heel grijze-muizenkinderen die nooit de voorpagina van de krant halen. Die gewoon naar het heao gaan.'

De leerlingen van de twee Amsterdamse montessorischolen kampen met zeer verschillende problemen. Probleemleerlingen op het Lyceum in Zuid hebben nogal eens een depressie. 'Het zijn wenskinderen', vertelt adjunct-directeur Sonja Vetter, 'ze moeten goed zijn op school, goed zijn in vioolspelen, sociaal zijn, veel vrienden hebben en er ook nog leuk uitzien. Het is moeilijk je staande te houden in zo'n prestatiemaatschappij.'

Op het College in Oost moeten de leraren juist kinderen motiveren die van huis uit niets meekrijgen. 'Bij ouderavonden komen soms twee mensen opdagen', zegt docent Cyriel Clement. 'Ach, het zijn de bekende problemen. Veel eenoudergezinnen, kinderen die bij een oudere broer of zus wonen, ouders die geen interesse tonen of het Nederlandse onderwijssysteem totaal niet kunnen volgen.' Sommige leerlingen hebben nog steeds geen vervolgopleiding voor na hun examen gekozen. Clement: 'Als je ouders daarop aanspreekt, zeggen ze: o, maar ik dacht dat de school dat regelde.'

De docenten van het College Oost krijgen vrijwel dagelijks te maken met problemen die in het 'witte' Zuid volstrekt onbekend zijn. Clement wijst op een lege plek in de klas. Daar zit eigenlijk een Pakistaanse jongen, maar die heeft problemen met zijn verblijfsvergunning. Waarschijnlijk heeft zijn vader een formulier te laat ingeleverd, omdat hij niet helemaal wijs kan worden uit de Nederlandse bureaucratie.

Het komt ook regelmatig voor dat de schoolprestaties van Marokkaanse meisjes plotseling achteruitgaan doordat ze uitgehuwelijkt worden. 'Daar kun je eigenlijk nauwelijks iets tegen doen. Die meisjes komen in verzet, maar uiteindelijk gaan ze er toch mee akkoord, omdat ze anders door hun hele familie verstoten worden', zegt docente Ans Bos. Adjunct Moedt: 'We weten een vader er nog wel eens van te overtuigen dat het beter is te wachten tot na het examen. Dan heeft zo'n meisje in elk geval een diploma.'

OP HET Montessori College Oost begint de les kantoorpraktijk. De leerlingen moeten een brief schrijven aan een fictieve leverancier. Waar blijven de goederen die ze twee maanden geleden al hadden besteld? Rustig gaan ze aan het werk, ieder achter een eigen computer. Docent Clement wordt er regelmatig bij geroepen. De een heeft moeite met het nauwkeurig lezen van de opgaven, de ander laat zijn computer vastlopen. Clement: 'Ik heb een keer meegemaakt dat een leerling per ongeluk de computer op 110 volt had gezet. Opeens kwam er rook uit. Daarom zorg ik er altijd voor dat ik een stuk of vijf computers extra heb.'

Clement is tevreden over zijn leerlingen. Ze werken rustig en serieus. Soms mogen ze muziek draaien onder de les. Op een echt kantoor staat ook wel eens een radio aan. Maar wel zachtjes. 'En geen motherfucker-muziek, zeg ik altijd. Hip hop mag best, maar geen motherfucker zus en motherfucker zo.

Hoewel de leerlingen van het Montessori College uit de armere buurten van Amsterdam komen, zien ze er doorgaans welvarend uit. Sommige jongens dragen merkwaardig ouderwetse truien die alleen nog te koop zijn bij stoffige Turkse of Marokkaanse buurtwinkels. Maar de kantine van het College lijkt toch eerder op een catwalk waar de laatste streetwear wordt geshowd. Veel petjes, wijde hiphopbroeken en gouden oorbellen. Vrijwel alle leerlingen beschikken over een gsm.

'Bijna alle leerlingen hebben een bijbaantje', zegt Clement, 'dat probeer ik ook wel te stimuleren. Je merkt het meteen als ze een baantje hebben. Ze hebben meer discipline en ze accepteren bepaalde vormen van gezag ook gemakkelijker. Het heeft natuurlijk ook nadelen, zoals vermoeidheid. Straks krijgen ze drie dagen vrij om te leren voor het eindexamen. Ik weet bijna zeker dat de meesten drie dagen gaan werken.'

Discipline speelt op deze school een belangrijke rol. 'Als een leerling eruit gestuurd wordt, moet hij vertrekken. Na de les kan er gediscussieerd worden of de docent zich misschien vergist heeft. Maar je maakt geen stampei in de les', zegt adjunct Moedt.

De leerlingen moeten tegen een stootje kunnen. Als ze later in de bouw of in het garagebedrijf gaan werken, worden ze niet met fluwelen handschoenen aangepakt als ze iets verkeerd doen. Ook moeten ze leren omgaan met discriminatie. 'Dat is gewoon een realiteit. Als ik zonder kaartje in de tram zit, wordt mij vriendelijk gevraagd waar ik mijn kaartje heb. Bij zwarte leerlingen gaat dat vaak anders. Maar wij zeggen: je zult nog wel vaker meemaken dat je gediscrimineerd wordt. Daar moet je mee leren omgaan.'

De leerlingen van het College worden vaak met een scheef oog aangekeken. Laatst werden er weer jongens voor de school gefouilleerd door de politie. 'Onze kinderen voelen zich vaak als crimineel behandeld', zegt Lucretia Lieuw, docente verkooppraktijk. 'Bij blanke jongens gebeurt dat nooit. Maar het is ook weer niet zo dat we elke dag gecontroleerd worden', zegt vbo-4 leerling Remon Hanan.

De leerlingen van het witte Lyceum in Zuid worden evenmin door iedereen met liefde bekeken. De buurtbewoners klagen steen en been over de lawaaierige scholieren die tijdens de vele, lange pauzes in de portieken hangen en colablikjes laten slingeren. De kwestie haalde zelfs de lokale televisie. 'Erg vervelend', zegt Vetter, 'missschien hebben we wel wat veel pauzes. Maar die kinderen moeten toch ook hun energie kwijt, anders krijg je maar agressie.'

Donderdagmiddag op het Lyceum, vwo 4 heeft economie. De leerlingen druppelen binnen. Geen klassenboek of absentielijst te bekennen. Eén jongen komt te laat binnen. 'Zeker uit de koffieshop, jezus ik ruik het', roept een klasgenoot. De leerlingen krijgen een toets economie terug. Er wordt uitgebreid gediscussieerd over de puntentelling. Ze vinden het niet eerlijk dat 'eigen mening' even zwaar telt als de geleerde stof uit het lesboek. 'Ik zou niet durven zeggen wie gelijk heeft in de economie', verdedigt leraar Hugo Gietelink zijn keuze.

Tegenover hem zitten twee meisjes uitgebreid hun lippen te stiften. Een derde meisje speelt het klaar tachtig minuten lang (zolang duurt een lesuur in de bovenbouw) geconcentreerd de pluisjes van haar trui te plukken. Haar lange lokken hangen voor haar gezicht. Ze is heel ver weg.

De andere helft van de klas doet wél mee met de les. Wanneer een stel leerlingen te rumoerig wordt, roepen de actieve leerlingen ze tot de orde. De Nederlandsche Bank komt ter sprake, en een leerling stelt voor de Bank eens te bezoeken met de klas. 'Als ik daar maar binnenkom', zegt de docent, 'ik heb er ooit meegedaan met een bezetting.'

De kinderen van het Montessori Lyceum zijn trots op hun school. Wanneer ze uitleggen wat er zo goed aan is, roepen ze - alsof het afgesproken is - steeds dezelfde woorden: vrijheid, zelfstandigheid en respect voor de leerling. 'Ik heb twee dagen op een andere school gezeten', zegt vwo-4-leerling Atze van den Bos, 'Dáár staan de leraren en dáár staan wij. Hier noem je de leraar gewoon bij de voornaam, dat zegt iets.'

'Een docent is een coach en een advocaat, geen beoordelaar of iemand die veroordeelt. Het is opmerkelijk hoeveel vrijheid een kind aankan', zegt adjunct Vetter. 'Het zijn wel pubers natuurlijk. Er is discipline nodig want er moet geleerd worden. Dat bereik je door ontzettend veel te praten. We laten zien dat we het niet met ze eens zijn. We verbieden ze niks. Een mens moet leren van zijn fouten.'

De leerlingen van het Lyceum krijgen wel eerst een opvoeding in zelfstandigheid. Het is niet zo dat er vanaf dag één in de brugklas complete vrijheid heerst. 'Kinderen moet leren voor zichzelf te werken. De een is er klaar voor in de derde, de ander pas in de vierde klas', aldus Vetter.

De kinderen van het College Oost gaan na de vierde klas van school. Zij komen nooit toe aan het zelfstandig werken. Onderwijskundige Meijnen vindt dat logisch: 'Je zou je af kunnen vragen of het montessorionderwijs wel zinnig is op het vbo. Zelfstandig werken is uitstekend geschikt voor gymnasiumleerlingen, iets minder voor gewone vwo'ers, nog iets minder voor havisten en bijna niet voor mavo en vbo. Je kunt een gymnasiast een maandtaak geven, aan een vbo'er kun je hooguit een taak geven die aan het eind van de dag klaar moet zijn.'

De twee montessorischolen zijn zo verschillend dat ze op verschillende planeten konden staan. De leerlingen reageren verrast wanneer ze horen dat de school onder hetzelfde bestuur valt. Tussen de leraren is ook weinig contact. 'Ik ken ze alleen van een conferentie van vorig jaar', zegt Margit Verbeek, leraar Engels op het Montessori Lyceum, 'ze hadden precies dezelfde ideeën over hun leerlingen.'

Meer over