Monstercoalitie boekt al China-succesjes

ALS Washington DC bevangen raakt door vochtige hitte en bussen vol vakantiegangers het verkeer ontregelen, is de tijd voor een jaarlijks ritueel aangebroken....

President Clinton heeft zijn plan om China wederom de status en de handelsvoordelen (lage invoertarieven) van most favored nation toe te kennen gelanceerd op een moment dat het Congres onderzoekt of China op illegale wijze geld heeft gepompt in de verkiezingscampagne van 1996. De irritatie in het Congres over wat Asiagate of Donorgate wordt genoemd is groot.

De lijst van ergernissen is langer. Het Amerikaanse handelstekort met China is gestegen tot 40 miljard dollar. Japan bashing heeft daarom plaatsgemaakt voor Sinofobie. Deze allerminst tijdelijke geestesgesteldheid wordt verergerd door het feit dat de Amerikaanse regering geen enkele vordering heeft gemaakt op de gebied van mensenrechten en non-proliferatie.

Clinton heeft in zijn eerste ambtstermijn de mensenrechten losgekoppeld van de handelspolitiek. Hij wil de MFN-status verlengen, China lid maken van de Wereldhandelsorganisatie en in de loop van het najaar president Jiang Zemin in Washington ontvangen. Als alles meezit hoopt Clinton, die een policy of engagement wil voeren, in 1998 zelfs China te bezoeken.

Dit beleid is na jaren van relatieve rust op ongewoon krachtig verzet gestuit van een verbond van de vakbeweging (AFL-CIO), mensenrechtengroepen en - en dat is een nieuw gegeven - de Christian Coalition. De beweging van tv-dominee Pat Robertson vindt het abortus-beleid in China verwerpelijk en protesteert tegen de vervolging van christenen.

In de aanloop naar de tussentijdse Congresverkiezingen van 1998 en de presidentsverkiezingen van 2000 wekken Democraten en Republikeinen niet graag de toorn op van de vakbeweging en de Christian Coalition. De leider van de Democratische Partij in het Huis van Afgevaardigden, Dick Gephardt, wordt beschouwd als een kandidaat voor het presidentschap in 2000.

Voor Gephardt is het China-beleid van Clinton een schaarse en tevens schitterende mogelijkheid om zich te verzekeren van de steun van de vakbeweging en zich te onderscheiden van vice-president Gore, de andere gedoodverfde kandidaat. Het is niet toevallig dat Gore zich in de discussie op de vlakte houdt.

Sinds het heftige debat in 1992 werd de MFN-status van China routine-matig verlengd, ondanks het ontbreken van royale steun van de Democraten. Hun tegenstemmen werden ruimschoots gecompenseerd door de Republikeinen. Maar al tijdens de Congres- en presidentsverkiezingen van 1994 en 1996 bleek dat in de Republikeinse Partij de consensus over vrijhandel en buitenlands beleid onder druk staat.

De opstelling van de Christian Coalition zal de verdeeldheid in de Republikeinse Partij vergroten. Van alle Republikeinse leiders is alleen Newt Gingrich, de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, voor het verlengen van de MFN-status. Anderen houden hun mond of hebben zich aan de zijde van de religieuze conservatieven geschaard.

Het monsterverbond van links en rechts heeft al een paar succesjes geboekt. Stilletjes heeft Clinton zijn voorstel om aan China permanent de MFN-status toe te kennen ingetrokken. De Republikeinen zijn in een debat verwikkeld geraakt over de vraag of ethische en religieuze normen moeten gaan boven commerciële belangen. Anders gezegd, opnieuw is het morele gehalte van het Amerikaanse buitenlandse beleid in het geding.

Of er in beide huizen van het Congres voldoende stemmen zijn om het voornemen van Clinton te blokkeren of diens veto te overstemmen, is onduidelijk. Dat geeft de president de hoop dat zijn voornemens zullen worden uitgevoerd. Clinton zal waarschijnlijk het pleit winnen met zijn economische argumenten (170 duizend banen, 60 miljard handel, 10 miljard investeringen). En terecht: sancties tegen de grootmacht in wording, met zijn 1,25 miljard inwoners zijn zinloos.

Dat neemt niet weg dat Clintons critici een punt hebben. De indruk dat onder zijn leiding het buitenlands beleid wordt gedreven door de mercantiele motieven van Boeing, Disney en Microsoft is niet ongegrond. Van zijn in 1994 gedane belofte dat hij van mensenrechten in de contacten met China consequent een kwestie zou maken is weinig terecht gekomen. Clinton spreekt zelden of nooit over religieuze tolerantie en schendingen van de mensenrechten in China.

Het was Sandy Berger, de Nationale Veiligheidsadviseur, dus zeg maar de Kissinger van Clinton, die erop wees dat de mensenrechtensituatie in China eerder is verslechterd dan verbeterd, terwijl de economische relaties met de VS zijn uitgebreid. Amerikaanse investeringen alleen leiden niet tot meer vrijheid in China.

Er is dus ook voor Clinton alle aanleiding om zich zorgen te maken over Chinese schendingen van de mensenrechten en zijn 'policy of engagement' daarop af te stemmen. Uiteraard is de hoop op snelle successen ijdel. Maar was het niet gouverneur Clinton uit Arkansas, die in 1992 president Bush ervan beschuldigde gemene zaak te maken met 'dictators in Peking'?

Oscar Garschagen

Meer over