Monnikenmoed

Roman Opalka schilderde de tijd, door op het doek te tellen.

Roman Opalka leefde sinds 1965 met de dood in het vizier. In dat jaar besloot de in Frankrijk geboren Poolse kunstenaar om van tellen zijn levenswerk te maken. Hij pakte de kleinste kwast die hij krijgen kon - penseelnummer zero - en schilderde met witte verf linksboven in de hoek een 1 op een zwart doek. Vanaf dat moment schilderde zijn hand in reeksen de volgende getallen, net zo lang tot de onderkant van het doek was bereikt. Om in een volgend doek verder te tellen.

Opalka wilde net zo lang getallen schilderen tot hij zou overlijden, bij voorkeur tot in het oneindige. Om die reden gaf hij al zijn doeken een titel: 1965/1-¿. Afgelopen zaterdag, drie weken voor zijn tachtigste verjaardag, overleed de kunstenaar. 46 jaar leven heeft bijna zes miljoen tellen opgeleverd.

Anders dan zijn collega On Kawara, die een jaar na Opalka ertoe overging om elke dag een schilderij te maken van de datum, ging het Opalka niet om zomaar tijd. Hij wilde de duur van een mensenleven zichtbaar maken. Het feit dat Opalka als Joods kind een Duits kamp heeft overleefd, zal ongetwijfeld aan zijn levenswerk hebben bijgedragen. Hij werd in 1931 in Frankrijk geboren, waar zijn Poolse ouders naartoe waren gegaan om in de kolenmijnen te werken. In 1935 keerde het gezin terug naar Polen. In 1940 werden Opalka en zijn ouders naar Duitsland gedeporteerd. In 1946 vestigde de familie zich weer in Polen.

Opalka, aan de kunstacademie van Warschau en Lodz in aanraking gekomen met de abstracte, conceptuele kunst en in 1977 teruggekeerd naar Frankrijk, kweet zich als een wetenschapper van zijn taak. Om zijn schilderijen, 'details' geheten, neutraal te houden, veranderde hij de kleur van het doek in 1968 van zwart in grijs, omdat grijs 'noch een symbolische kleur, noch een emotionele kleur is'.

In de loop van de tijd bedacht Opalka variaties op het thema. Hij begon tijdens het schilderen alle getallen hardop uit te spreken en legde dit vast op een bandrecorder. Hij fotografeerde zichzelf aan het eind van elke werkdag voor zijn laatste doek en besloot in 1972 om aan elk doek 1 procent meer wit toe te voegen, om uiteindelijk de ultieme uitdaging te bereiken: het schilderen van wit op wit.

Als conceptueel kunstenaar, met monnikenmoed, koos Opalka tegelijk bewust voor de schilderkunst. Zijn getallen tonen de cadans van het penseel, dat hij helemaal leegschilderde, voordat hij het weer in de verf doopte. Zijn doeken hebben een fluwelige toets.

Hoewel zijn werk door talrijke musea is aangekocht, van het MoMA in New York tot het Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, is zijn naam de laatste jaren in de vergetelheid geraakt. Dat verandert, nu in het kader van zijn tachtigste levensjaar talrijke tentoonstellingen op stapel staan.

undefined

Meer over