Mongolië worstelt met overgangsproces

Koper, goud en kasjmier zijn de kurken waarop Mongolië tracht te blijven drijven. Maar de goud- en kopermarkt zijn ingestort en China dumpt zijn waren in Mongolië....

Van onze correspondent Jan van der Putten

Midden tussen de rimpels van de maan ligt, plompverloren in de eenzaamheid, de hoofdstad van Mongolië. De naam Ulaanbaatar, Rode Held, gaat terug op de communistische revolutie van 1921. In een stalinistisch paleis aan het centrale plein zetelt een postcommunistische president. Hij heet Natsagiin Bagabandi, Mongools voor Kleine Jongen. Maandag komt hij naar Nederland.

Acht eeuwen geleden bouwde de Mongool Djengis Khan het grootste imperium aller tijden op, van Oost-Europa tot de Pacific. In het buitenland geldt hij als prototype van de barbaar. In Mongolië leeft hij voort als nationale held, als naamgever van 's lands duurste hotel en als wodkamerk.

Het huidige Mongolië, ingeklemd tussen Rusland en China, is drie keer zo groot als Frankrijk en heeft 2,5 miljoen inwoners, voornamelijk nomadische herders. Ze staan op dit moment voor het probleem van iedere winter, als de temperatuur kan dalen tot veertig, soms vijftig graden onder nul: hoe het vee te redden van de bevriezingsdood.

De 49-jarige Bagabandi komt zelf uit een herdersfamilie. Hij studeerde voor ingenieur in de Sovjet-Unie en klom omhoog in de Mongoolse communistische partij. Uit de ommekeer van tien jaar terug kwam hij tevoorschijn als de leider van een vernieuwde partij. In 1997 won hij met glans de presidentsverkiezingen. In de opiniepeilingen scoort hij hoog. Aan zijn democratische gezindheid twijfelt niemand.

Wat zoekt een president van Mongolië in Nederland, nog wel met een gevolg van vijftig mensen? Het is een uitgesteld bezoek. Deze zomer zou Bagabandi de grote Mongolië-tentoonstelling in de Nieuwe Kerk in Amsterdam hebben geopend, maar dat ging niet door omdat in Ulaanbaatar net de derde regering in drie jaar tijd was gestruikeld.

De fragiele economie van Mongolië hangt af van koper, goud en kasjmier. Nederland geeft via de VN wat hulp voor milieuverbetering, maar volgens de paar Nederlanders in Mongolië blijft dat geld steken in de VN-bureaucratie en zijn er andere prioriteiten. Bagabandi daarentegen ziet de Nederlandse milieuhulp niet als 'water gieten op het zand'.

Maar Mongolië hoopt op meer: Nederlandse technologie en investeringen in de mijnbouw en in de productie van ecologisch veilige landbouwproducten. Bovendien, zegt Bagabandi, kan Mongolië veel leren op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en sociale voorzieningen.

Vorig jaar kwamen welgeteld 856 Nederlandse toeristen naar Mongolië. Dat mogen er van de president best wat meer worden. Redenen voor een bezoek zijn er volop: 'Wie een totaal andere wereld zoekt met een nog ongerepte natuur, wie houdt van vissen en jagen, van paard- en kameelrijden, van bergtochten, de nomadenbeschaving, traditionele Oosterse muziek en volkscultuur, wie rust zoekt voor de geest, die moet naar Mongolië komen.'

Ook voor een andere groep is Mongolië een paradijs: 'Wie wil zien hoe de overgang verloopt van het ene sociale systeem in het andere, moet naar Mongolië komen.' Tien jaar geleden begon die overgang met grote betogingen voor de democratie. Er is geen druppel bloed bij vergoten.

Totdat vorig jaar oktober het bloed vloeide van de jonge leider van de democratiseringsbeweging. Sanjaasurengin Zorig werd doodgestoken kort voordat hij premier zou worden. Die nog steeds onopgehelderde moord, die de president onaanvaardbaar noemt, legt een zware hypotheek op het politieke leven. Als postcommunist botst Bagabandi regelmatig met de centrum-rechtse parlementaire meerderheid.

Sommigen vinden die politieke crisissen slecht voor Mongoliës jonge democratie. Bagabandi vindt van niet. 'Regeringen komen en gaan, dat is in een democratie heel normaal. Als een minister het niet goed doet, moeten we hem vervangen, anders is dat op de langere duur rampzalig.'

De positieve kanten van het overgangsproces? 'Volkomen nieuwe politieke en economische regels krijgen vorm. Mensenrechten en vrijheid zijn een realiteit geworden. Het volk leert democratische normen.' En de negatieve? 'Economische achteruitgang, armoede, werkloosheid, groei van de criminaliteit, verslechtering van de sociale moraal, maatschappelijke ongelijkheid, belangenstrijd.'

Concreet betekent dat: bedelkinderen op straat, steeds meer diefstal, moord, prostitutie en alcoholisme, oprukken van de corruptie tot in de hoogste kringen, dreigend diskrediet van de democratie.

'Het is onze taak', zegt de president formeel, 'de negatieve sociale verschijnselen onverwijld te bestrijden en te boven te komen.'

Het zijn precies die plagen die de postcommunisten, net toegelaten tot de Socialistische Internationale, de zege kunnen geven in de parlementsverkiezingen van juni volgend jaar. Volgens de laatste opiniepeilingen staan ze op 50 procent, en de regerende Democratische Coalitie op 12 tot 25 procent, afhankelijk van de peilende instantie.

Niet alles hangt af van de Mongolen zelf. Koper en goud doen het beroerd op de wereldmarkt. China heeft massaal kasjmierwol opgekocht en profiteert volop van de afschaffing van de Mongoolse douanetarieven. Het overstroomt Mongolië met zijn goedkope waren en laat de ene lokale producent na de andere over de kop gaan.

Dreigt Mongolië een Chinese satelliet te worden, zoals het zeventig jaar lang een Sovjet-vazal is geweest? Loopt het niet het risico afhankelijk te worden van de internationale hulporganisaties? President Bagabandi is fel tegen iedere verkwanseling van de nationale soevereiniteit. Maar de trotse tijden van Djengis Khan zijn lang vervlogen.

Meer over