Monddood of gewoon dood

De journalistiek is in Baskenland een link vak. Journalisten, voor zover niet behorend tot de nationalistische media, worden door de ETA beschouwd als vijandige soldaten....

AF en toe kijkt hij uit het raam om te zien of er geen verdachte voertuigen in de straat staan. Zijn lijfwacht geeft een seintje dat de kust veilig is, zodat hij de deur uit kan. Samen controleren ze of er geen kleefbom onder zijn auto zit. En elke dag gaan hij en zijn schaduw langs een verschillende route en op een verschillend tijdstip naar de krant.

De Baskische journalist gaat niet gewoon naar zijn werk. Hij moet een uitgebreid scala aan veiligsheidsmaatregelen in acht nemen om te voorkomen dat hij het volgende slachtoffer van de ETA wordt. Maar als de terroristen echt willen, zijn alle voorzorgen vergeefs.

Gorka Landaburu werkt dagelijks het hele repertoire af en gaat al tijden niet meer de deur uit zonder zijn bodyguard. Maar vorige week onderschepten terroristen in Zarautz zijn post en verstopten ze een bom in de envelop van een tijdschift waarop de Baskische correspondent van het weekblad Cambio 16 en het televisiestation Canal Sur is geabonneerd. Toen Landaburu dit onverdachte pakje routineus opende, ontplofte het in zijn handen: het kostte hem de duim van zijn rechterhand en drie halve vingers van zijn linker, naast verwondingen aan gezicht en borst. Maar hij had geluk, want hij leefde nog.

Nog meer geluk had een paar maanden geleden het journalistenpaar Aurora Intxausti (El País) en Juan Palomo (Antena 3). De ETA plaatste een bom van twee kilo dynamiet en anderhalve kilo spijkers voor hun deur in San Sebastián. De bom was verbonden met de buitendeur van het huis en had moeten exploderen op het moment dat het paar samen met hun kind van twee naar buiten kwam. Zij ontsnapten doordat het ontstekingsmechanisme faalde.

Slechter verging het een jaar geleden José Luis López de la Calle. De columnist van El Mundo werd op een zondagmorgen in zijn woonplaats Andoain achtervolgd door een terrorist, die van achteren op hem af liep en hem twee kogels door het hoofd schoot.

De journalistiek is een link vak in Baskenland. Althans voor alle journalisten die niet voor de nationalistische media werken: de door de nationalisten gecontroleerde publieke omroep ETB, de krant Deia van de Baskische Nationalistische Partij (PNV), of Gara die een directe band met de ETA heeft. De meeste journalisten werken voor landelijke Spaanse media of voor kranten die niets op hebben met het Baskische nationalisme. Die moeten op hun tellen passen.

In het laatste nummer van Zubate, het interne mededelingenblad van de terroristische organisatie, zijn de media die in Baskenland opereren in kaart gebracht: 'Wanneer wij een actie uitvoeren tegen een van deze journalisten, is dat geen actie tegen de journalist persoonlijk en nog minder tegen de vrijheid van meningsuiting. Het is een actie om de vijand te verzwakken, om het Spaanse leger een slag toe te dienen.'

Deze tekst dateert niet uit de Spaanse burgeroorlog, maar is van februari 2001: journalisten en soldaten, het is allemaal één pot nat, en aangezien het oorlog is, is het net zo belangrijk journalisten te doden als soldaten. Bij een eerdere gelegenheid omschreef de ETA de Spaanse media als een oorlogsinstrument, bedoeld om de repressie te laten aanhouden, in plaats van dat ze volwassen en serieus opereren. Euskal Herria (Groot-Baskenland) zal hun namen niet vergeten.

De Baskische pers werkt in een constante atmosfeer van bedreigingen en intimidatie. Bij demonstraties van de meest radicale nationalisten is het beschimpen van de aanwezige journalisten, fotografen en cameramensen een vast onderdeel: het begint altijd met de leus televisión - manipulación (televisie is manipulatie), ontaardt in kreten als aho zikina (vuile bek), terroristen van de pen, honden van de pen, vijanden van de nationale opbouw, en wordt niet zelden bekroond met de oproep Dood aan de Spaanse pers!

De aanhang van de ETA onderneemt ook acties. Met enige regelmaat regent het molotovcocktails in de redactielokalen van El Correo in Bilbao en El Diario Vasco in San Sebastián, en in de dependances van de Spaanse staatstelevisie en de radiozender SER. Steeds meer journalisten vinden dreigementen geklad op de muren van hun huis, of een schietschijf met een oproep aan de ETA deze lakei van Madrid af te maken.

Dat die straatterreur vaak de opmaat is voor een regelrechte aanslag, bewees het geval Gorka Landaburu: hij had het allemaal al meegemaakt, van molotovcocktails in zijn woonkamer tot een schietschijf met zijn naam erin. Omdat hij erger vreesde, huurde hij een lijfwacht. Meer dan honderd collega's hebben hetzelfde gedaan.

Ook de gematigde nationalisten van de PNV, de grote winnaar van de laatste verkiezingen, halen voortdurend uit naar de media. Voorzitter Arzalluz pleegt te spreken van el Brunete mediático, het Brunete van de media, een verwijzing naar de tankdivisie die uitrukte tijdens de mislukte staatsgreep in 1981. Arzalluz en zijn partij voelen zich belegerd door het bombardement van negatieve publicaties. In hun eigen krant Deia slaat adjunct-hoofdredacteur Xabier Lapitz keihard terug en maakt hij zijn collega's van andere bladen uit voor hoeders van het soldatengeweld of lulletjes van de officiële cultuur.

Besef wel dat wij van jullie allemaal dossiers hebben en dat wij elke dag precies weten wat jullie schrijven, dreigde ooit een woordvoerder van de politieke tak van de ETA. Bij de acties van zijn partij duiken altijd partijfotografen op om journalisten te fotograferen. Het is een soort lotto, aldus een journalist uit Bilbao. Elke keer als je iets negatiefs over ze schrijft, stijgt het aantal balletjes met jouw naam erop. Als je bovendien met enige regelmaat genoemd wordt door die geliefde collega's van ons die zo bereid zijn de vijanden van het volk aan te geven, wel, dan maak je een serieuze kans op de hoofdprijs in de vorm van dreigementen, een bezoek van de jeugdbendes of een nekschot.

Een van die geliefde collega's is Pepe Rey, die sinds begin dit jaar in de gevangenis zit. Rey is hoofdredacteur van het blad Ardi Beltza (Het Zwarte Schaap), waarin hij tegenstanders van het nationalisme aan de kaak stelt en al hun gegevens publiceert. Volgens rechter Baltasár Garzón is Rey niet langer een medewerker van de ETA, maar een lid van de terreurorganisatie. Sinds het eerste nummer in januari 2000 publiceerde Ardi Beltza de gegevens van 400 personen: 116 van hen kwamen voor in de documentatie die bij de arrestatie van commando's is gevonden.

Journalisten zijn niet neutraal in de ontwikkeling en oplossing van het politieke conflict in Baskenland, stelt Arnaldo Otegi, leider van Euskal Herritarrok, de politieke tak van de ETA. En wie van hen zich tegen de opbouw van Groot-Baskenland verzet, mag rekenen op een poging van de ETA zijn medium op andere gedachten te brengen: de ETA is zich ervan bewust dat vanuit de praktijk van de gewapende strijd de lijn van een bepaald medium geconditioneerd kan worden.

Niet-nationalistische journalisten vertellen Spaanse fabeltjes, aldus Otegi: zolang er mensen zijn die graag literatuur schrijven, zullen er uitdrukkingen van geweld zijn. Het wachten is op de volgende aanslag.

Meer over