Molukse terreur mild beoordeeld

Bij de vierdelige tv-serie Dutch Approach - over de Molukse kapingen en gijzelingen van 25 jaar geleden - verscheen een boek van Peter Bootsma, De Molukse Acties - Treinkapingen en gijzelingen 1970-1978 (Boom; fl 45,-), dat op hetzelfde bronnenmateriaal gebaseerd als waaruit voor de televisie-documentaire is geput; het heeft dezelfde...

Sietse van der Hoek

Uitgangspunt voor zowel het boek als de documentaire was het optreden van de Nederlandse overheid tegen de kapingen en gijzelingen die Molukse jongeren in de jaren zeventig ondernamen. Zij wilden met hun acties de aandacht vestigen op het ideaal van een vrije Molukse staat.

Precies 25 jaar geleden kaapte een groepje van deze jongeren een trein bij Wijster in Drenthe en bezette een ander groepje het Indonesische consulaat in Amsterdam.

De onderzoekers kregen met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur veel documenten uit tot nu toe gesloten overheidsarchieven onder ogen. Opmerkelijk is dat ze daarin geen belangrijke nieuwe feiten of inzichten hebben gevonden. In reconstructies, verantwoordingen en Kamerdebatten zijn in de jaren zeventig alle vragen rond deze gijzelingen en kapingen in dezelfde mate van concreetheid (of vaagheid) aan de orde geweest als waarin ze nu opnieuw stof hebben doen opwaaien. Of er is van overheidswege nauwelijks iets gedaan wat het daglicht niet mocht zien, of wat werkelijk geheim moest blijven in het crisiscentrum is nooit schriftelijk vastgelegd.

Er blijft zeker nog genoeg over dat om een verklaring vraagt. Wel of geen onvoorwaardelijke vrijgeleide naar een buitenland voor de treinkapers en schoolbezetters in 1977, wel of geen woordbreuk van voormalig minister Van Agt van Justitie, het wel of niet doodschieten van de kapers bij De Punt: hoe is het mogelijk dat bijna een kwart eeuw later de commotie opnieuw hoog oploopt zonder dat nieuwe feiten boven water zijn gekomen?

Het moet voor een deel gelegen hebben aan de suggestieve kracht van de documentaire. Voor een ander deel aan de sensibiliteit misschien, in elk geval aan een gevoeliger soort moralisme bij jongere generaties. En zeker heeft het te maken met de bijzondere positie van de Molukkers in de Nederlandse samenleving.

Ze moeten wel een hoge aaibaarheidsfactor hebben, voetballer Tahamata en alle andere Nederlandse Molukkers, want anders valt niet te begrijpen waarom nu opnieuw zo vergoeilijkend, met alle begrip voor achtergrond en motieven, over de gewelddaden van toen werd gesproken. Treinreizigers gegijzeld en gedood, schoolkinderen gegijzeld en met de dood bedreigd: zijn er beroerdere vormen van terreur denkbaar? Hoe zou er gereageerd zijn als Surinamers treinen hadden gekaapt? Of islam-geïnspireeerde Marokkanen?

Heel anders. En dat komt waarschijnlijk door de gezamenlijke geschiedenis van Nederland en de KNIL-Molukkers en het kennelijk collectief gevoelde besef dat de Nederlandse overheid zeker de Molukse gemeenschap in Nederland onfatsoenlijk behandeld heeft. Het boek lijkt doordrongen van dat sentiment.

Meer over