Moluks monument met bijsmaak

Van onze verslaggeverPeter de Graaf

WESTKAPELLE - 'We hebben hier hele nare ervaringen gehad', zegt Nus Sahureka (62) buiten de oude barak van het voormalige Molukkerskamp in Westkapelle. Zijn zus is nog stelliger: 'Het was een aaneenschakeling van nachtmerries. Als ik aan Westkapelle terugdenk, krijg ik altijd een beklemmend, onrustig gevoel.'


De Sahureka's woonden van 1955 tot 1960 in het kamp in Westkapelle, samen met vijftig andere Molukse gezinnen. Het waren twee barakken onder aan de dijk van de Westerschelde, bijna op het uiterste puntje van Walcheren. In 1960 waren ze de laatsten die vertrokken, naar kamp Pietersberg in Westerbork. Plotseling moesten we weg', herinnert Nus Sahureka zich. 'We wisten ook niet waarom. Het was geen verhuizing, maar een overplaatsing.'


Gisteren werd op de dijk bij het voormalige kamp een Moluks monument onthuld. Maar het monument heeft 'een nare bijsmaak', vindt oud-bewoner Alex de Queljoe (61). Want het was maandag precies zestig jaar geleden dat de eerste Molukkers vanuit Indonesië in Nederland aankwamen. Ze zouden hier tijdelijk blijven, beloofde Nederland, en snel teruggaan naar hun geboorteland. Maar die belofte heeft de Nederlandse overheid nimmer ingelost. Op het monument staat de tekst, vertaald uit het Moluks-Maleis: 'Onze reis doet ons verlangen naar huis.'


Het kamp Westkapelle zal voor altijd verbonden blijven met het 'beschamende schietincident' (aldus burgemeester Rob van der Zwaag van Veere) uit 1956. De Nederlandse overheid had net besloten dat de Molukkers voortaan voor zichzelf moesten zorgen. Deze zogenaamde 'zelfzorgregel' leidde tot grote spanningen. Molukse kampbewoners besloten proletarisch te gaan winkelen in het dorp. 'Stuur de rekening maar naar de koningin', zeiden ze tegen de winkeliers.


Het kamp werd omsingeld door de politie. Nus Sahureka weet nog dat hij als jongetje van 8 buiten aan het spelen was, toen twee mensen uit een ander kamp door de politie tegen werden gehouden en 'met de geweerkolf van hun fiets werden geslagen'.


Die actie leidde tot schermutselingen, waarbij de politie met scherp schoot. Zijn zus: 'Ik zag hoe een oom neerviel, getroffen door kogels.'


Nus Sahureka: 'De burgemeester stond erbij toen er geschoten werd. Er vielen negen gewonden. 'Alle mannen uit het kamp werden gearresteerd en zaten negen maanden vast. Voor de vrouwen en kinderen brak een periode van honger en armoede aan. 'We glipten 's nachts het kamp uit en gingen om voedsel bedelen in het dorp.'


Zijn zus krijgt nog de rillingen als ze terugdenkt aan 'het prikkeldraad rond het kamp, de ronkende politiemotoren en stampende politielaarzen'. De Sahureka's hebben geen goed woord over voor de toenmalige burgemeester en politieleiding, maar zijn lovend over de gewone Westkapellenaren. 'Zij hebben ons enorm geholpen in deze bizarre tijd', aldus Nus Sahureka.


Burgemeester Van der Zwaag en de Zeeuwse gedeputeerde Harry van Waveren erkennen dat de autoriteiten destijds grote fouten hebben gemaakt. 'Het had niet mogen gebeuren. We moeten ons ervoor schamen', aldus Van der Zwaag. Van Waveren over het monument: 'Het is geen plek waar de vlag in top moet.' Alex de Queljoe verzucht: 'De lokale en regionale overheid erkennen dat ze fout waren. Maar de nationale overheid heeft dat nooit gedaan.' Natuurlijk niet, constateert Pierre Pourchez grimmig: 'Want dat zou grote politiek-financiële gevolgen hebben.'


Meer over