Nieuws

Moïse schittert in een bizarre thriller, maar op straat in Haïti is de dode president vooral afwezig

Moest president Moïse van Haïti dood, of werd hij slachtoffer van een megalomaan plan dat in het honderd liep? In Port-au-Prince zijn een week na de moord de angst en onzekerheid groter dan het verdriet. Redding lijkt nergens te bekennen. ‘Ik geloof niet dat er een politicus bestaat die dit land kan helpen.’

Omringd door de pers maken aanhangers van de vermoorde Haïtiaanse president Jovenel Moïse woensdag 14 juli bij het presidentiële paleis in de hoofdstad Port-au-Prince een gedenkplaats met bloemen, sigaren en kaarsen. Beeld Matias Delacroix /AP
Omringd door de pers maken aanhangers van de vermoorde Haïtiaanse president Jovenel Moïse woensdag 14 juli bij het presidentiële paleis in de hoofdstad Port-au-Prince een gedenkplaats met bloemen, sigaren en kaarsen.Beeld Matias Delacroix /AP

Als hij in de Verenigde Staten had gewoond, had hij met zijn viral video vast goed geld kunnen verdienen, zegt rapper Weed Money (23). In de donkere nacht van dinsdag 6 op woensdag 7 juli filmde hij vanaf zijn balkon in een buitenwijk van Port-au-Prince een groep gewapende mannen. ‘Dit is een DEA-operatie’, hoorde hij ze schreeuwen. Vervolgens drongen de mannen even verderop de woning van president Jovenel Moïse binnen. Ze schoten de Haïtiaanse leider dood en duwden een toch al chaotisch land verder de chaos in.

De jonge rapper op roze Air Jordan-gympen nam met zijn telefoon de openingsscène op van een thriller waarbij de wereld met open mond toekijkt terwijl de plotwendingen elkaar razendsnel opvolgen. Zijn oudere zus voorkomt dat hij krediet krijgt voor zijn werk, hij mag van haar niet met zijn echte naam in de krant. De politie, zegt ze leunend in de deuropening, maakt jacht op iedereen die ook maar een schijn van betrokkenheid wekt. ‘Natuurlijk ben ik bang!’, roept ze uit. ‘Dit is een hard land.’

Rapper Weed Money toont op zijn telefoon de video die hij maakte in de nacht dat president Moïse werd vermoord. Beeld Estaïlove St-Val
Rapper Weed Money toont op zijn telefoon de video die hij maakte in de nacht dat president Moïse werd vermoord.Beeld Estaïlove St-Val

Een week na de aanslag op Moïse bestaan er twee Haïti’s. Allebei hard. Het ene Haïti beheerst de krantenkolommen en nieuwssites. Het is een tropisch decor gevuld met intrige, verraad en moord – alsof Ian Fleming en John le Carré tijdens een nacht doorzakken hun wildste ideeën op een bierviltje hebben gekrabbeld. In dit Haïti openbaarde zich sinds die dodelijke nacht een complot dat zeker vier landen in twee continenten met elkaar verbindt.

Glurend over de balkonrand zag Weed Money die nacht van 6 juli geen agenten van de Amerikaanse anti-drugs-eenheid DEA, maar een groep van 26 Colombiaanse ex-militairen en twee Amerikaans-Haïtiaanse tolken. Huurlingen met een missie om de koers van het armste land van de Amerika’s te verleggen.

In het andere Haïti zitten marktvrouwen op omgekeerde emmers achter tafels vol uien en aardappels, staan kluiten mannen bij elkaar rond geparkeerde motoren en hoopt afval zich op in bochten van drukke straten. Alle bloemen voor de president passen op twee vierkante meter zeil op de grond voor het Nationaal Paleis. Jovenel Moïse is in dit Haïti vooral afwezig. Vreemd hoe ‘normaal’ een land kan overkomen een week nadat het is onthoofd.

Graffiti op de muren verwijst weliswaar naar de president, maar de teksten vormen geen in memoriam. Ze dateren van vóór zijn dood, toen mensen de straat opgingen om zijn vertrek te eisen. ‘Aba diktati’, staat er: neer met de dictatuur. Moïse vertoonde steeds meer autoritaire trekken. Maar wat is er veranderd nu hij dood is? Port-au-Prince, met een miljoen inwoners, heeft met of zonder hem geen riool. Een klamme 33 graden laat alles geuren.

Puzzelstukjes

Terwijl de president in het noorden van het land ligt opgebaard in zijn geboorteregio Trou du Nord – wachtend tot zijn gewonde echtgenote terugkeert uit de VS zodat hij volgende week begraven kan worden – wijzen steeds meer puzzelstukjes erop dat zijn dood niet het doel was, maar de fatale uitkomst van een even wankel als bombastisch plan om Haïti een nieuwe toekomst in te loodsen. In die toekomst zou de in Florida wonende Haïtiaanse arts en pastor Christian Emmanuel Sanon de plaats innemen van de afgezette Moïse. De Colombianen zouden dienen als zijn persoonlijke beveiligers tot de machtswissel was voltooid. De 63-jarige Sanon werd zondag in Haïti gearresteerd.

Donderdag citeerde The Washington Post uit een miljardenplan gericht op het nieuwe Haïti: een welvarend land vol spoorlijnen, havens en vliegvelden. Sanon presenteerde zijn ideeën tijdens een bijeenkomst in Fort Lauderdale begin mei, zo stelt de Amerikaanse krant. Een van de aanwezigen was de Venezolaan Antonio Intriago, eigenaar van het in Miami gevestigde beveiligingsbedrijfje CTU en volgens de Haïtiaanse politie degene die de ‘commando’s’ rekruteerde. In de weken daarna zouden ook bijeenkomsten in Haïti’s buurland de Dominicaanse Republiek hebben plaatsgevonden.

Verslaggevers van The New York Times spraken in Colombia met veteranen die eveneens waren benaderd, maar voor de klus hadden bedankt. Ze zeiden dat hun collega’s waren gevraagd een belangrijk persoon te beveiligen, niet te doden. Alles liep anders, waarom is nog steeds onduidelijk. Na de moord werden achttien van de Colombianen opgepakt, drie gedood, vijf wisten te ontkomen. Enkele dagen later vond de politie de schuilplek van Sanon.

Ingehouden adem

Terwijl het spektakel zich ontvouwde, hield Port-au-Prince enkele dagen de adem in om daarna het gewone leven te hervatten. De stad strekt zich vanaf de haven uit over de vlakte en kruipt landinwaarts tegen de groene heuvels op. Daar, aan de rand van de populaire wijk Pétion-Ville, woonde Moïse. De overheid die zich elders amper laat zien, wordt bij de presidentiële villa plots zichtbaar. Een handvol militairen met automatische wapens belichamen de afgekondigde noodtoestand. Resoluut sturen ze pottenkijkers weg.

Verder bergopwaarts wast Mickel-Ange (33) een paar stoffen badslippers in een teiltje sop. Ze bestiert de Bar Resto Club, een restaurantje en winkeltje ineen. Haar zoon van 4 zit op een plank onder de ‘kleine robot’, een ouderwetse gokmachine. Toen het schieten begon, verstopte ze zich met haar kinderen onder het bed. Ze dacht dat de beruchte bendes van Port-au-Prince de wijk waren binnengevallen.

Sindsdien is het stil en gaan de zaken slecht, vertelt ze. ‘Ik heb vandaag nog geen enkele klant gehad. Mensen zijn bang.’ Ze inspecteert een doorweekte slipper en dompelt hem nogmaals onder. Een zilveren Jezus bungelt om haar nek. Mickel-Ange verdiende vooral in de avond, wanneer buurtbewoners na het werk bij haar een biertje kwamen drinken en een paar Haïtiaanse gourdes verspeelden aan de kleine robot. ‘Nu blijft iedereen na zessen binnen.’

Mickel-Ange bij haar huis, restaurant en winkeltje ineen. Toen ze op 7 juli de schoten hoorde bij de aanslag op president Moïse kroop ze met haar kinderen onder het bed.

 Beeld Estailove St-Val
Mickel-Ange bij haar huis, restaurant en winkeltje ineen. Toen ze op 7 juli de schoten hoorde bij de aanslag op president Moïse kroop ze met haar kinderen onder het bed.Beeld Estailove St-Val

Ramp op ramp op ramp

Ze behoort tot een meerderheid die niet of amper kan rondkomen. Volgens de Wereldbank leven zes op de tien Haïtianen in armoede. Het land staat op plek 170 in de Human Development Index, een VN-scorebord van menselijk welzijn en ontwikkeling (Noorwegen scoort het best). Haïti’s economie kromp al voordat de coronapandemie arriveerde. Een ramp op een ramp. En vorige week kwam daar nog een ramp bovenop.

Het is ons lot, suggereerde Haïti’s grootste krant Le Nouvelliste. ‘Politieke criminaliteit gaat terug tot de geboorte van de eerste zwarte republiek ter wereld.’ De eerste Haïtiaanse leider Jean-Jacques Dessalines werd twee jaar na de onafhankelijkheid van 1804 omgebracht door politieke tegenstanders, een eerste van vele politieke moorden. Vaker nog, in de twee eeuwen sindsdien, keerde het geweld zich tegen het volk. De dictatuur van François ‘Papa Doc’ Duvalier halverwege de vorige eeuw geldt als een van de donkerste periodes.

In het huidige Haïti verovert een kartel van beruchte criminele bendes steeds meer terrein. Haïtianen demonstreerden de afgelopen jaren onder anderen tegen Moïse vanwege het groeiende geweld. Nu de laatste vertegenwoordigers van een wankele staat (twee rivaliserende premiers en een senaatsvoorzitter) touwtrekken om de macht, is de angst groot dat de gangs nog verder oprukken. Toen de president nog leefde, zouden in september verkiezingen plaatsvinden, maar of die doorgaan weet niemand.

Banananhandelaar

In Pétion-Ville trekt klusjesman Saint-Victor Désilmé (41) een fatalistische conclusie. ‘Ik geloof niet dat er een politicus bestaat die dit land kan helpen.’ De vader van vijf kinderen hoopt dat Jezus terugkeert om de slechte van de goede Haïtianen te scheiden. Zijn houten hutje op de helling kijkt uit op Moïses woning. De president was goed voor de buurt, zegt hij. ‘Hij bouwde huizen en legde een weg aan.’ Al bereikte het geld nooit Désilmé’s deel van de heuvel.

Toen hij de schoten hoorde, rook hij niet meteen onraad. In het verleden dreven weleens de klanken van zanger Sweet Micky vanuit Moïses villa naar boven. Oftewel Michel Martelly, de artiest die in 2011 president werd en later de bananenhandelaar Moïse als kandidaat lanceerde. Zijn vrolijke optredens werden vaak luister bijgezet met geweerschoten in de lucht, zegt de klusjesman. De dood van de president is ook voor Désilmé’s zaken slecht. Hij had veel klanten in overheidskringen, die het nu laten afweten.

Klusjesman Saint-Victor Désilmé hoopt dat Jezus terugkeert. Hij gelooft niet meer dat politici Haïti nog kunnen helpen. Beeld Estaïlove ST-VAL.
Klusjesman Saint-Victor Désilmé hoopt dat Jezus terugkeert. Hij gelooft niet meer dat politici Haïti nog kunnen helpen.Beeld Estaïlove ST-VAL.

Hard licht

De aanslag ‘schijnt een hard licht’ op Haïti’s structurele problemen, zegt de Haïtiaanse burgerrechtenactivist Monique Clesca aan de telefoon. ‘Mensen leven al jaren met de angst om vermoord te worden, om in de handen van bendes te vallen, om niet genoeg te eten te hebben.’ Met groeiende ergernis keek ze naar de persconferenties van de Haïtiaanse politie. ‘Dit is een instantie die amper misdrijven oplost. En nu onthullen ze in een paar dagen een plot dat zelfs Hollywood niet zou kunnen bedenken.’ Het leidt af van het gesprek dat Haïti werkelijk zou moeten voeren, vindt ze.

Zowel de VS als Colombia zijn intussen ernstig in verlegenheid gebracht door de gebeurtenissen. Colombia bevestigde dat de betrokken mannen vrijwel allemaal veteranen uit het leger waren. Het Pentagon berichtte dat een aantal van hen in het verleden Amerikaanse militaire training heeft gehad. De anti-drugs-eenheid DEA stelde tegenover CNN dat een van de Haïtiaanse tolken een tijd voor hen als informant had gewerkt.

Washington heeft een delegatie FBI-agenten naar Haïti gestuurd om het onderzoek te ondersteunen, maar ging nog niet in op een Haïtiaans verzoek om Amerikaanse troepen. Activist Clesca is fel gekant tegen buitenlandse inmenging. ‘Waarom moeten Amerikanen ons komen redden? Een beledigend idee. We zijn met 11 miljoen. Het moet ons lukken om samen met oplossingen te komen.’

De markt van Pétion-Ville.

 Beeld Estailove St-Val
De markt van Pétion-Ville.Beeld Estailove St-Val

Dagelijkse crisis

Maar op straat stuit de toekomst van het land vooral op schouderophalen. De dagelijkse crisis heeft voorrang: tankstations zijn leeg, jerrycans benzine worden tegen woekerprijzen verkocht, alles wordt duurder. En wie wat geld verdient, moet het vaak inleveren aan criminelen. Op de markt van Pétion-Ville, waar busjes zich toeterend door de menigte banen, maakt verkoper Marie-Carme een graaiende beweging naar een paar verfrommelde biljetten. Kijk, zo gaat dat, zegt ze.

Plots vallen grote druppels op haar uitgestalde pepertjes. Ze trekt snel een stuk plastic over de tafel. Een tropische bui verdrijft kortstondig de hitte. De geulen tussen asfalt en stoep veranderen in beekjes die afvalbergen meesleuren en ze als confetti weer uitspuwen. Met stokken roeren mensen in het water zodat de vuilnisbeek niet naast hun kraam eindigt. Dan breekt de zon weer door.

Meer over