Mogelijk dinsdag vergadering

'Vraag je schorsing en donder op', roept een coalitielid in het Surinaamse parlement, waarna het colbertje uitgaat voor een vuistgevecht....

JEROEN TROMMELEN

SURINAME is een land waar, zoals de schrijver V.S. Naipaul dertig jaar geleden al wist, de tijd heeft stilgestaan. Suriname is ook een land van formaliteiten. Alsof het om Couperiaanse society-bijeenkomsten gaat, worden vergaderingen van de Nationale Assemblee daarom nog steeds aangekondigd via openbare uitnodigingen in de krant.

Mét volledige agenda: 1. Opening door de voorzitter 2. Mededelingen van de president over diens buitenlandse reizen en 3. Sluiting van de vergadering. Gevolgd door een subtiel, maar dwingend kledingadvies: licht wandelkostuum. Ondanks alles wil men het toch een beetje netjes houden, in 's lands vergaderzaal.

De gewoonte ruikt naar convocaties volgens traditie van de oude Koloniale Staten, maar dat is schijn. Suriname werd 23 jaar geleden een zelfstandige republiek, is ruim veertig jaar een zelfstandig koninkrijksdeel en maakte tien jaar dáárvoor al kennis met het algemeen kiesrecht. Volgend jaar, op 30 mei, is het een halve eeuw geleden dat er voor het eerst algemene verkiezingen plaatsvonden.

Die democratische mijlpaal staat dichterbij dan de afschaffing van de slavernij (135 jaar), maar is vooralsnog geen reden voor herdenking. Wie schuld heeft aan de slavernij is wel duidelijk. Maar wie draagt verantwoordelijkheid voor het functioneren van de Surinaamse democratie of voor de zeden in het nationale parlement?

Bijeenkomsten van de Nationale Assemblee zijn spoedcursussen in Surinaamse politiek. Zeldzame cursussen bovendien, omdat vergaderingen nog nauwelijks worden gehouden. Een bijzondere wet op afnemende meeropbrengst regelt de opkomst: naarmate het aantal acute problemen stijgt, neemt de vergaderfrequentie af. Van elke week naar eens per maand. En dan naar eens per kwartaal.

Volgens rapporten van het IMF, de Wereldbank, de Inter-Amerikaanse ontwikkelingsbank en onafhankelijke economische deskundigen, is Suriname na twee jaar Wijdenbosch en Bouterse vrijwel bankroet. De goudreserves zijn verkocht of verpand, het geld voor de uitbetaling van salarissen is bijna op, aan de pensioenfondsen wordt geknabbeld, de inflatie schiet omhoog, en in twee jaar is meer geld in het buitenland geleend dan in vijf kan worden terugbetaald.

Terwijl deze crises zich de afgelopen drie maanden ontvouwden, bleef het Surinaamse parlement thuis. Na een laatste ruzie over omkoping, corruptie en mogelijk financieel wanbeheer, beende president Wijdenbosch verontwaardigd weg, waarna er geen convocaties meer verschenen in De Ware Tijd.

Twee dagen in juni.

Voor het eerst in drie maanden lijkt er beweging te zitten in de volksvertegenwoordiging. Het is de week waarin sociale onrust en stakingen een hoogtepunt bereiken. 'Mogelijk dinsdag weer Assembleevergadering', kopt het ochtendblad. Vanaf elf uur 's ochtends, staat er ook, maar dat tijdstip hebben alleen de bewakers, een paar toeschouwers en een handvol journalisten serieus genomen. Buiten, onder de manjaboom, zoekt het personeel een plekje in de schaduw. In de gekoelde koffiekamer klinkt opgewekt geroezemoes. Om halfeen 's middags luidt het belletje van de voorzitter.

Het debat wordt geopend met het onderwerp: het debat in de Assemblee.

Althans: de vraag wanneer een debat in de Assemblee kan beginnen.

Meer precies: de vraag met hoeveel mensen onder precies welke omstandigheden een quorum is bereikt om te mogen debatteren.

Het is een non-issue, maar voor de 51 parlementsleden tevens een mega-kwestie. De Wijdenbosch-coalitie heeft met 26 of hooguit 27 loyalisten een nipte meerderheid. Die steunt mede op onlangs overgelopen of - naar beproefd Surinaams gebruik - omgekochte parlementsleden. En hoewel het reglement glashelder is over de vraag wanneer de vergadering moeten beginnen ('Wanneer 26 van de 51 leden de presentielijst hebben getekend, opent de voorzitter terstond de vergadering'), blijft de oppositie via de quorum-kwestie kracht en eenheid van de coalitie testen.

Moeten er 26 leden in de zaal zitten, of mogen ze ook koffie halen? Mag met minder dan 26 leden worden gestemd? 'De gewoonte in dit huis is anders, voorzitter' Over de kwestie valt makkelijk drieënhalf uur te praten, te schorsen en te verdagen, blijkt deze middag. Als kort voor vier uur nog geen begin van overeenstemming bestaat en voortzitster Djawalapersad aan de koffie zit, ruikt tweede ondervoorzitter Jarbandan zijn kans.

Hij rent naar de voorzittershamer, pakt de microfoon en stelt voor de vergadering te verdagen met het oog op de voetbalwedstrijd Brazilië-Marokko, die om vier uur begint.

Jarbandan: 'Niemand voor of tegen dit voorstel? Ik constateer dat er niet op gereageerd wordt. Dus zijn er geen bezwaren en wordt de vergadering verdaagd.' Onder pseudo-gepruttel haasten de parlementariërs zich tevreden naar hun televistoestellen.

Serieuze Surinaamse commentatoren schamen zich diep, vertellen ze in vertrouwen. Corruptie, begunstiging en cliëntelisme lijken onwrikbare pijlers onder de Surinaamse politiek te zijn. Belangstelling bij Surinaamse jongeren voor het parlement is praktisch verdwenen. Drie voormalige presidenten, kerkleiders en mensenrechtenactivisten namen vorige maand het initiatief voor een referendum over een systeem dat in Suriname misschien wél zou kunnen werken. 'Wat nu gebeurt', verzucht een van de initiatiefnemers, 'laat in elk geval zien dat wat we nu hebben, niet werkt.'

Dag twee.

De voetbalwedstrijd Frankrijk - Saoedi-Arabië is vooralsnog geen serieuze bedreiging voor de Surinaamse democratie, hoewel de aanvangstijd van de vergadering voor de zekerheid vervroegd is naar tien uur 's ochtends. Ook dat tijdstip hoeft trouwens niet letterlijk genomen te worden. Tegen half twaalf staan er 26 handtekeningen op de presentielijst. Om tien over half een gaat de bel.

Lid Rodgers (oppositie): 'Het land is in crisis en de president wil alleen praten over zijn buitenlandse reizen. Daar voelen wij niets voor.'

Voorzitster Marijke Djawalapersad (coalitie): 'U spreekt over een crisis? Daar weet ik niets van.'

Rogers: 'Daar weet u niks van?'

Scheldkanonnade vanuit de oppositiebanken. Oppositie-routinier Derby maakt wegwerpgebaren. Buurman Lachmon, met zijn 81 jaar en doorgaans goede manieren de nestor van het parlement, valt uit naar een vrouwelijk oppositielid: 'Ach, hou toch op. Jij bent niet eens gekozen... kom nou.'

Turbulentie, roepen en schelden. 'Vraag je schorsing en donder op', roept coalitielid Ramkhelawan, die bekend staat als vechtersbaasje. Waarop coalitielid Sital zijn blauwe colbertje over zijn schouders trekt om met hem op de vuist te gaan. De discussie gaat verder in het Sranangtongo: 'Jij bent pas corrupt. Je hebt je zoon een baantje bij Surland (bananenbedrijf, red.) bezorgd en hij is nog nooit op zijn werk gekomen' 'En hij declareert bij Volksgezondheid', vult een ander aan.

Mevrouw de voorzitter hamert af, terwijl de oude minister van Justitie Shak Shie wegschuifelt. 'Ik schaam me diep als Surinamer', fluistert hij, voor hij de deur achter zich dichttrekt. Maar in de tuin van het Assembleegebouw gaat de ruzie vrolijk verder. Onder een afdak, schuilend voor de regen, priemt oud-minister van Openbare Werken Kalloe zijn vinger naar zijn opvolger Mangal: 'Die man daar is corrupt! Ja, jij! Kom maar op.'

Mangal twijfelt, begint over het evenmin brandschone blazoen van zijn voorganger, maar blaast dan toch af. 'Ik ga hier niet op in.'

Kan hij, vragen we Kalloe op de man af, zich voorstellen dat de scène een ordinaire indruk maakt? 'Maar waarom dan?', wil hij weten. 'In het parlement van België en Engeland gaat het er toch ook hard aan toe?'

En zelfs de man van het eeuwige compromis, die vijftig jaar gelden bij de eerste democratische verkiezingen zijn zetel kreeg, de man van nationale en raciale verzoening, oud-parlementsvoorzitter Lachmon, kijkt verstoord op bij de vraag of de Surinaamse democratie nog wel wérkt.

Terwijl de regen blijft stromen, zegt hij zich van geen kwaad bewust te zijn. 'Hoewel dit natuurlijk niet de gebruikelijke manier van vergaderen is. Maar het komt door de wrevel over het feit dat er mensen zijn omgekocht.' Beschamend of ordinair vindt hij het niet. 'Het is beschamend dat er geen leiding is in het parlement. En ordinair is de samenstelling van de Assemblee, want de regering gaat gewoon door met mensen omkopen.'

Meer over