Moeten wij de verkiezingen haten?

OP MIJN lijstje voornemens stond gisteravond een bezoek aan het 'soirée-débat': 'Moeten wij Amerika haten?' (Faut-il haïr l'Amérique?). Het kwam er niet van, zodat ik nu in het ongewisse verkeer of de Parijzenaars vandaag ja of nee het rapier trekken bij elke luidgebroekte toerist die ze tegenkomen....

Dat is spijtig, en niet alleen omdat ik nieuwsgierig was hoe een reprise van Ter Braaks Waarom ik Amerika afwijs uit de jaren dertig er een dikke halve eeuw later uit zou zien. De bijeenkomst over de Franse onlustgevoelens moet vast amusanter zijn geweest dan de slaapverwekkende campagne waarmee ik me onledig moet houden.

Over Amerika gesproken: de Fransen mogen wellicht minder mooie gevoelens koesteren tegenover hun bevrijders, gisteren meldde Le Monde dat Amerikaanse films onverminderd oprukken op de televisie. Vooral de langere producties van eigen bodem interesseren de kijker steeds minder - wie Franse films kent, begrijpt waarom. Intussen tekent de wanhoop zich op de gezichten van de televisiepresentatoren af, wanneer ze weer over de verkiezingscampagne moeten beginnen.

Elke dag volgt op het acht-uurjournaal op France 2 een interview met een vooraanstaand politicus, of een debatje tussen twee politici. De verkiezingen zijn sowieso al helemaal naar het einde van het journaal gedrukt, en de kijkcijfers wijzen uit dat Frankrijk wanneer het woord élections valt, massaal naar de afstandsbediening grijpt. Op zoek naar een Amerikaanse film, zoals we nu weten.

Het meest frappante aan deze campagne is dat hij de Fransen koud laat. Nog anderhalve week te gaan, en meer dan de helft van de bevolking is niet in de verkiezingen geïnteresseerd, leren de enquêtes. De gepeilde Fransen geloven bovendien dat het lood om oud ijzer zal zijn wie na de tweede ronde op 1 juni de macht heeft, socialisten of gaullisten. Begrijpelijk, gezien de vaagheid van de teksten die de tegenstrevers op het publiek loslaten. En gezien de ervaring met twee achtereenvolgende presidenten die allebei aanvankelijk dachten dat ze Frankrijk konden kneden naar hun eigen beeld en gelijkenis. Om er na respectievelijk twee jaar (Mitterrand) en zes maanden (Chirac) achter te komen dat de vrije beleidsruimte van het moderne Frankrijk minimaal is geworden.

De dilemma's waarvoor het land staat, bevinden zich ook na drie weken campagne nog steeds onder het tapijt. De regeringscoalitie RPR/UDF heeft helemaal geen verkiezingsprogramma, hetgeen PS-leider Jospin dagelijks van de kansel roept. Zijn eigen programma is niet veel beter, aangezien het met een boog om de nauwelijks te ontlopen impopulaire maatregelen heenzeilt waarvoor Frankrijk staat: afslanken van de staat, snijden in de voordeeltjes van de ambtenaren, doorzetten van de privatiseringen, bezuinigen op het medische regime.

Bij gebrek aan inhoudelijk debat beleeft Frankrijk een campagne die van minuut tot minuut is geregisseerd en geregistreerd - het zal de verfoeilijke invloed van Amerika wel zijn. Chiracs mediagoeroe Jacques Pilhan (overgenomen van Mitterrand - zo zie je maar hoe groot de verschillen tussen links en rechts nog zijn) had de president aanbevolen zijn brief aan het Franse volk te schrijven. Twee dagen later volgde Jospin. Wie de epistels zonder bijgedachten tot zich neemt, staat verbaasd over het geringe soortelijke gewicht van het geschrevene.

Fout. Elke lettergreep is afgewogen, na gedegen publicitair onderzoek naar de gevoelswaarde van bepaalde woorden voor Jan Modaal, hier Monsieur Tout-le-monde geheten. Dat gaat als volgt. Een onderzoeksgroepje krijgt steeds een woord voorgeschoteld en moet dan op een knop 'prettig' of 'onprettig' drukken. Zo kwam het dat er in zowel de presidentiële als de oppositionele brief alleen maar 'prettige' woorden staan - in het schrijfsel van Jospin bijvoorbeeld komt twaalf keer het woord confiance (vertrouwen) voor.

Kennelijk heeft al dat vertrouwen toch niet geholpen. Na een lichte zwaai omhoog in de peilingen gaan de socialisten nu weer bergafwaarts. Bij gebrek aan serieus debat theoretiseert de journalistiek er lustig op los over de oorzaken, maar wat voornamelijk opvalt is dat de veranderingen in de gepeilde volksgunst steeds binnen de foutmarge van een paar procenten valt. Daar komt bij dat het Franse kiessysteem, met een eerste ronde waarin de winnaar een absolute meerderheid moet halen in zijn district, en een tweede ronde waarin een gewone meerderheid beslist, de voorspellende waarde van de statistiek aanmerkelijk relativeert. Het is dus gewoon afwachten.

De president wordt intussen met zorg aan het oog van de camera blootgesteld. Even de trappen op van het vijftigste filmfestival in Cannes. Na de arrestatie van een kinderverkrachter even op het bordes van het Elysée zeggen hoezeer hij de pest heeft aan pedofielen. Gisteren is de president voor vier dagen naar China vertrokken. De reis is ingekort, maar de Grote kon er niet onderuit, en zijn mediadeskundigen maken zich zorgen of er wel voldoende zal worden gefilmd. Voor de zekerheid heeft Chirac het journaal van 23 mei, twee dagen voor de eerste ronde, al gereserveerd voor nog een reeks prettige woorden aan mes chers compatriotes.

In de tussentijd wacht ik op de aankondiging van het soirée-débat: 'Moeten wij de verkiezingen haten?' (Faut-il haïr les élections?)

Martin Sommer

Meer over