InterviewDeltacommissaris Peter Glas

Moeten de dijken omhoog? ‘Niemand kan ervan uitgaan: aan mij gaat het wel voorbij’

Met man en macht leggen inwoners van het Limburgse dorp Wellerlooi een nooddijk aan.   Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Met man en macht leggen inwoners van het Limburgse dorp Wellerlooi een nooddijk aan.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Elke Nederlander weet heus dat we onder zeeniveau leven, zegt Deltacommissaris Peter Glas. Toch willen velen niet dat juist de dijk voor hun neus wordt opgehoogd – weg uitzicht. ‘Ik begrijp dat sentiment, maar we hebben nu de bedreigende kant van water weer ervaren.’

Uitgerekend de provincie die nu op een wel heel wrange manier de kracht van water heeft ondervonden – uitmondend in een officiële ramp – vroeg enige tijd geleden aan Deltacommissaris Peter Glas of de normen voor dijken en andere waterkeringen niet overdreven zijn. Kon het niet een tikkeltje minder met toekomstige verhogingen van waterkeringen?

Glas, die als Deltacommissaris door de regering is aangesteld om te werken aan de bescherming van het land tegen hoogwater en aan voldoende zoetwater in tijden van droogte, begreep die vraag. ‘Je zal maar in een mooi plaatsje wonen, daar aan de Maas, je kijkt uit over die Maas, en ineens kijk je tegen een muur. Ik begrijp dat sentiment.’ Maar het antwoord aan het Limburgse provinciebestuur – tevens advies aan de minister – was toch: nee, verlaag het veiligheidsniveau niet.

Inmiddels heeft hij uit de pers vernomen dat de Limburgse bestuurders nu ook van mening zijn dat er niet getornd moet worden aan de normen. Vandaag zal Glas, die zijn vakantie onderbreekt voor een bezoek aan het rampgebied, het nog eens navragen. ‘Ik hoop nu dat de keringen die in Limburg in ontwerp zijn of in de planning zijn, een stuk of zestien, voortvarend ter hand worden genomen.’

Glas: ‘Veiligheidsnormen gaan in dit geval over de theoretische kans op een overstroming. Bij de minimumnorm gaat het dan om een kans van eens in de 100 jaar.’ Wat Limburg eventueel wilde zou ertoe leiden dat de kans eens in de 30 jaar zou worden. Glas: ‘Daar komt bij dat we juist de klimaatextremen zien veranderen. Je weet niet hoe dat over 50 jaar is met die klimaatextremen.’

In de modellen was geen rekening gehouden met wat er nu in Limburg gebeurde: zulke extreme regenval en de hoogste Maasafvoer ooit, en dat in de zomer. Is de conclusie niet: we moeten onze plaats kennen, de natuur laat zich niet vangen in statistiekjes?

‘Dat is een filosofische vraag. De natuur is soms grilliger dan we tot nu toe dachten. Elke keer leer je weer als er iets gebeurt wat we nog niet eerder meemaakten. Dat wordt overigens verwerkt in statistieken die daardoor beter worden. Je hebt modellen en je hebt statistieken. Modellen proberen aan de hand van kennis van de natuur fenomenen te verklaren. Bijvoorbeeld weersextremen zoals we die nu hadden. De natuur is soms meedogenloos. Modellen helpen ons wel te begrijpen en in zekere mate te voorspellen. Zekerheid geven ze niet, ze geven een richting.’

Die richting is toch dat we in de toekomst veel meer te maken krijgen met heviger regenval, wat nu het grote probleem was, en ook met zeespiegelstijging, die ook weer een bedreiging is voor Nederland?

‘We kijken naar de feiten. Een feit is dat we in een delta wonen die voor een groot deel onder de zeespiegel ligt. Feit is dat wereldwijd de zeespiegel sneller aan het stijgen is, voor de Nederlandse kust nog niet, maar we bereiden ons daar al wel op voor. Toenemende weersextremen, dat is ook een feit. Nat wordt natter, droog wordt droger. En daar moeten we dus naar handelen.’

Deltacommissaris Peter Glas
 Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Deltacommissaris Peter GlasBeeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

We moeten ons beter beschermen en bijvoorbeeld beter nadenken waar we bouwen?

‘Dat is samengevat de kern van ons Deltaprogramma, ja. Water is een levensvoorwaarde maar ook een bedreiging. Nu hebben we de bedreigende kant weer ervaren. Wat Limburg is overkomen is met recht en reden een ramp te noemen, en zeker wat er in Duitsland en België is gebeurd. De hele Nederlandse bevolking zal zich daar bewust van zijn. En tegelijkertijd vertrouwt de bevolking, zo voel ik dat, de overheid en kennisinstellingen en diegenen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van projecten.’

De bevolking is zich bewust van het gevaar? Langs het IJsselmeer wil u dat de dijken worden verhoogd, daartegen is veel verzet, want het uitzicht wordt bedorven en kunnen we dat geld niet beter voor iets anders gebruiken?

‘Dat is waar. Het lijkt paradoxaal. Ik ervaar vertrouwen in onze overheid als het gaat om onze primaire veiligheid en drinkwatervoorziening. Dat was ook de conclusie van een Oeso-rapport van 2014, maar dat constateerde ook dat het waterbewustzijn gemiddeld wel laag is.’

Wat is de definitie van waterbewustzijn?

‘Globaal weet iedereen wel dat we een laaggelegen land zijn met rivieren. We liggen aan zee, met polders onder de zeespiegel. Maar wie wat doet in het beschermen tegen water, hoe het gefinancierd is, of wat het verschil is tussen water dat gewoon door de Maas stroomt of dat van de berg komt, daarvan is men zich niet zo bewust. Dat moeten we telkens weer uitleggen. Daarin zit de paradox: als het jouw woonwijk is waar de kelders onderlopen, waar de putdeksels omhoogkomen, dan vergroot dat het bewustzijn.’

De Romeinen bouwden al langs het water. En nog steeds wil iedereen aan het water wonen. Is dat wel slim met die gevaren van weersextremen?

‘Prima als je mooi aan het water wil wonen, achter een dijk of in een laaggelegen polder, maar ben je je bewust van de kwetsbaarheid, naast die mooie dingen? We moeten ons bij het bouwen bewust zijn dat we op het hoge zand van de Hoge Veluwe geen zorgen hebben. Tien jaar geleden werd iedere nieuwbouwwijk ongeveer op dezelfde manier opgezet. Of het nu om slappe bodem in het veenweidegebied ging, het hoge zand of de heuvels van Limburg. Nu is het besef echt wel doorgedrongen in het beleid: kijk eerst naar water en bodem.’

Waarom wordt er dan een enorme woonwijk gebouwd bij Gouda, in slap veenweidegebied, op meters beneden NAP?

‘In dat ontwerp is wel degelijk rekening gehouden met de lokale omstandigheid. Als daar, zoals nu in Limburg gebeurde, zoveel regen valt, is het laagste punt van die polder gereserveerd voor berging. Stel jezelf de juiste vragen voordat je gaat bouwen, dat is mijn advies.’

Kinderen helpen mee opruimen in Valkenburg. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Kinderen helpen mee opruimen in Valkenburg.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Hoeveel geld geven we uit aan de beveiliging tegen het water?

‘Sinds 1995 zijn miljarden uitgegeven aan programma’s als Ruimte voor de Rivier en de Maaswerken. Sinds 2012 hebben we het Deltaprogramma. Vanaf dat jaar is gemiddeld 400 miljoen euro per jaar beschikbaar. Voor de versterking en af en toe verplaatsing van primaire waterkeringen. Het gaat dan om 3.500 kilometer keringen langs de grote rivieren, de kust en het IJssel- en Markermeer. Onderhoud en beheer kosten natuurlijk ook wat. Dat nemen Rijkswaterstaat en waterschappen voor hun rekening. In waterveiligheid gaat per jaar meer dan een miljard euro om.’

In Nederland viel geen enkele dode. Was dat geluk?

‘Ja, nog maar een paar weken geleden hadden we kletterende regen in Noord-Holland en stonden de bollenvelden blank, en in Utrecht hadden we die heel heftige storm. Je moet er niet aan denken dat dijkring 14 in Zuid-Holland het begeeft. Dat wordt een ravage en een verlies aan mensenlevens zoals we dat alleen in 1953 hebben meegemaakt. Ik zou zeggen: niemand in Nederland kan ervan uitgaan dat het aan hem of haar voorbijgaat.

‘In plaats van ons te verzetten tegen de natuur kunnen we ook bouwen met de natuur. Onze deskundigheid is groot, wereldwijd befaamd. Burgers kunnen helpen. Haal minimaal de helft van de tegels uit de tuin. Dan stroomt het water niet keihard naar de buren, en daarna naar het riool waardoor de putdeksels uit de straten springen.’

CV Peter Glas

Peter Glas (Hoorn, 1956) is de tweede Deltacommissaris. Hij volgde in 2019 Wim Kuijken op.

- 1974 diploma Atheneum-B aan Fioretti College in Lisse

- 1982 cum laude afgestudeerd (wiskunde en natuurwetenschappen) aan Universiteit Leiden

- 1983 Onderzoeker-adviseur bij Waterloopkundig Laboratorium in Delft

- 1989 Beleidsadviseur ministerie VROM

- 1998 Afgestudeerd aan Universiteit Leiden in Nederlands recht

- 2003 Watergraaf van Waterschap De Dommel

- 2010 Voorzitter Unie van Waterschappen

- 2013 Voorzitter Oeso werkgroep Water Governance Initiative in Parijs

- 2019 Deltacommissaris