Analyse

Moet het kabinet meer doen voor noodlijdende zzp’ers?

Ruim een jaar na het optuigen van de noodmaatregel voor zelfstandigen, is er veel kritiek op de Tozo. De ombudsman kondigde donderdag een onderzoek aan naar de steunmaatregelen voor zelfstandigen. Heeft het kabinet hen in de steek gelaten?

Pianist Maurits Fondse met zoon Herman en echtgenote Britta. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Pianist Maurits Fondse met zoon Herman en echtgenote Britta.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Pianist Maurits Fondse kent ze maar al te goed. Collega’s met dezelfde opleiding, dezelfde soepele vingers en dezelfde lege agenda als hij, maar dan met een vast contract. Sinds het coronavirus de cultuursector lamlegde, krijgen zij hun salaris doorbetaald door de overheid. Fondse niet. Als zzp’er balanceert hij al een jaar rond het bestaansminimum. Spaarpotten zijn omgekeerd, erfenissen aangesproken. ‘Ik gun het ze natuurlijk van harte. Maar waarom moet ik mijn gezin onderhouden met 1.500 euro in de maand?’

Van alle steunmaatregelen die het kabinet vorig jaar aankondigde is de tegemoetkoming voor zzp’ers (Tozo) misschien wel de opvallendste. Arbeidsmarktexperts stonden met open mond te kijken toen het ministerstrio Koolmees, Wiebes en Hoekstra bekendmaakte dat het getroffen zzp’ers te hulp wilde schieten. Met een gift nota bene. Nog geen drie dagen nadat toenmalig VVD-minister Eric Wiebes (Economische Zaken) zich op de fauteuil bij WNL op Zondag had laten ontvallen dat ze er toch ‘zelf wel een beetje voor hadden gekozen’ om risico te lopen. ‘Zij hebben zelf gezegd: ik wil geen vast dienstverband.’

Vogelvrij

Tijdens eerdere crises waren zzp’ers, net als andere flexwerkers, vogelvrij. Omdat ze geen premies betalen, kunnen zij geen beroep doen op de sociale vangnetten. Alleen als al het vermogen is opgesoupeerd kunnen ze aankloppen voor de bijstand. Maar de huidige crisis was ongekend en dus moesten de steunmaatregelen dat ook zijn, vond het kabinet. ‘Wonderlijk’, ‘een doorbraak’, ‘buitengewoon’, waren zomaar wat reacties die deze krant over de Tozo optekende. De zzp’ers maakten er dankbaar gebruik van: op het hoogtepunt van de crisis was bijna een derde van hen afhankelijk van de regeling die het inkomen aanvult tot bijstandsniveau (1.050 euro voor alleenstaanden en 1.500 voor een stel).

Maar nu, ruim een jaar later, is van die aanvankelijke opwinding nog maar weinig over. Tienduizenden zelfstandigen leven al een jaar op of rond het bestaansminimum. Voor velen te weinig om van te leven, maar wie bijverdient wordt gekort. Zelfs met de Tozo lopen werkloze zzp’ers nog vier keer zoveel kans om binnen drie maanden in geldnood te komen als ontslagen werknemers, becijferde het Centraal Planbureau. Zonder Tozo zou dat overigens tien keer zoveel zijn.

De voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de Tozo, waarschuwde dit najaar al dat sommige zzp’ers ‘ernstig dreigen te verzuipen’. De Nationale Ombudsman kondigde donderdag een onderzoek aan naar de steunmaatregelen voor zzp’ers. ‘Bij veel ondernemers die zich tot mij wenden staat het water aan de lippen’, aldus de Ombudsman. ‘Ze hebben het gevoel dat ze er helemaal alleen voor staan en vinden dat zij door de strenge en starre regels onvoldoende worden ondersteund.’

Partnertoets

Aanleiding voor het onderzoek waren de vijfhonderd meldingen die hij had gekregen van zzp’ers en kleine ondernemers. Die gingen bijvoorbeeld over de partnertoets die in juni werd ingevoerd. Sindsdien wordt het inkomen van de partner van de uitkering afgetrokken. Verdient hij of zij meer dan het bestaansminimum dan krijgt een zzp’er helemaal niets. Mede daardoor daalde het aantal zelfstandigen dat een beroep kon doen op de Tozo fors.

En dan was er ook nog een boekhoudkundig addertje onder het gras: omdat de Tozo een gezinsuitkering is, wordt die door de fiscus ook bij het inkomen van de partner opgeteld. In het geval van de bijstand kan dat handig zijn, zo blijft het inkomen van de ontvanger onder de toeslagengrens. Maar in het geval van de Tozo betekent het dat partners belasting moeten betalen voor steun aan een onderneming die niet van hen is.

Belastingaanslag

‘Het kabinet deed alsof het een luxe huisgemaakte worst verkocht, maar het bleek een knakworstje’, zegt Else van Loenen. Haar vriend Kristjan kreeg dit voorjaar 3.325 euro omdat zijn tattooshop drie maanden dicht moest. Het was al geen vetpot, maar vooruit, ze zijn mensen die kunnen genieten van de kleine dingen. Tot Van Loenen ook nog eens een belastingaanslag kreeg van 800 euro. Over zíjn Tozo dus. Terwijl ze zelf in de ziektewet zit. ‘Ik dacht: dit kan niet waar zijn. Het was de klap, na de klap, na de klap.’

Sommige zzp-organisaties zien in die ‘trap na’ van de Belastingdienst bevestigd wat zij al langer riepen: dat zelfstandigen er veel bekaaider vanaf komen dan werknemers in loondienst die hun volledige salaris krijgen doorbetaald. Dat is ook wat pianist Fondse stoort. ‘Natuurlijk, ik begrijp het wel: ik ben zzp’er en ik heb daarmee bewust een risico genomen, maar dat is wel mede dankzij Rutte die het flexwerken tien jaar lang heeft gepropageerd.’

Het Centraal Planbureau (CPB) concludeerde eerder deze maand ook dat zzp’ers, net als jongeren en flexwerkers, minder hebben geprofiteerd van de miljardensteun van het kabinet. ‘De steun is vooral terechtgekomen bij mensen met een vast contract’, concludeerde directeur Pieter Hasekamp bij Nieuwsuur. Zo zou de coronasteun onbedoeld de ongelijkheid op de arbeidsmarkt hebben vergroot.

Else van Loenen en haar vriend Kristjan Schwartz. Beeld Harry Cock / de Volkskrant
Else van Loenen en haar vriend Kristjan Schwartz.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Moord en brand

Toch vindt hoogleraar arbeidsrecht Gerrard Boot al die kritiek op de Tozo niet helemaal terecht. Uit de berekening die hij in januari deed op basis van cijfers van de Rekenkamer en het CPB blijkt namelijk dat zelfstandigen per persoon niet per definitie minder krijgen dan een werknemer. ‘Er is naar schatting 14,9 miljard euro uitgegeven op 7,9 miljoen werknemers, terwijl 1,6 miljoen zelfstandigen 3,7 miljard euro aan Tozo kregen.’

Bovendien, zo stelt de hoogleraar, wilden heel veel zelfstandigen tot voor kort helemaal niet geholpen worden. ‘Toen de sociale partners begin maart vorig jaar met een plan kwamen voor een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering schreeuwden de zzp’ers moord en brand. Ze wilden hun eigen boontjes doppen en met rust gelaten worden. Toen kwamen coronamaatregelen en binnen een week zeiden de zzp’ers: hier hadden we niet op gerekend.’

Uit een enquête van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bleek eerder dat 40 procent van de zzp’ers geen verzekering had, geen buffer opbouwde en iet kon niet terugvallen op een koophuis. Vooral freelance taxichauffeurs, sportinstructeurs, kappers, horecaondernemers en uitvoerend kunstenaars zouden binnen drie maanden zonder inkomen in de problemen komen. Precies de doelgroepen die door de coronacrisis werden geraakt.

Fiscale voordelen

Boot vindt de steun voor deze groepen niet meer dan rechtvaardig, maar hij vindt het ook ‘billijk’ dat die van een lager niveau is dan dat van werknemers. ‘Ze genieten forse fiscale voordelen en betalen relatief minder belasting (vier op de tien zzp’ers betaalt volgens een eerdere bereking van CBS helemaal geen belasting, red.). Daardoor houden zij netto meer over dan werknemers, dus is het logisch dat ze ook minder uit de belastingpot krijgen.’

Dan kan natuurlijk worden tegengeworpen dat bedrijven, die via de NOW met vele miljarden worden ondersteund, ook relatief minder belasting betalen. Maar volgens hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen is er wel een belangrijk verschil: de coronasteun is bedoeld om werkgelegenheid overeind te houden en werkloosheid te voorkomen. ‘Een bedrijf heeft mensen in dienst, een zzp’er is werkgever en werknemer tegelijk.’

Wilthagen wil niet voorbijgaan aan ‘het leed en de ellende’ van zzp’ers, maar vindt wel dat de fiscale voordelen van zzp’ers komen met een verwachting: die van ondernemerschap. ‘Dit is hét moment om dat waar te maken en een nieuw businessplan te ontwikkelen. Je kunt niet meer zeggen dat de hele economie platligt, in sommige sectoren is een hoop te doen.’ Als er meer steun voor zzp’ers zou moeten komen, dan moet die zich richten op het stimuleren daarvan, vindt de hoogleraar.

Crisis als lakmoesproef

Wat dat betreft kan deze crisis worden gezien als een lakmoesproef. Voor de coronacrisis woedde al een verhit debat over wie van de 1,2 miljoen zelfstandigen in dit land daadwerkelijk kan worden beschouwd als ondernemer en wie eigenlijk schijnzelfstandige is. De commissie Borstlap deed enkele aanbevelingen om dat onderscheid te gaan maken, waarvan het deels afschaffen van de fiscale voordelen en het verplichten van een sociaal vangnet er twee waren. Werknemers en werkgevers, verenigd in de Sociaal Economische Raad (SER), hopen een dezer dagen een sociaal akkoord te bereiken over de prangende kwestie.

Fondse laat er geen misverstand over bestaan, zijn keus om zzp’er te worden was geen vrije. Toch schreef hij afgelopen woensdag zijn eerste factuur voor dit jaar: 250 euro voor een livestreamconcert. Als de maatregelen straks versoepeld worden, zal het nog wel even slikken worden, denkt hij. ‘Straks gaat iedereen over tot de orde van de dag, op vakantie en uit eten, wij hebben zo moeten interen dat de lockdown voor ons nog wel wat langer zal duren.’