Achtergrond

Moet de stad dan arm blijven?

Jos Gadet (55), hoofdplanoloog van de gemeente Amsterdam, is een warm voorstander van het fenomeen gentrificatie. Hij licht toe waarom.

Jos Gadet: `Als veel mensen appels willen, maar er zijn er maar een paar, dan gaan we toch niet de appelverkoop verbieden?'Beeld Jiri Buller

Maakt een hoogopgeleide, goed verdienende elite van Amsterdam haar speelterrein? Worden laagopgeleide, armere stadsbewoners verdreven uit hun sociale huurwoningen, die door corporaties aan de hoogst biedenden worden verkocht?

Hoogleraar sociologie Jan Rath waarschuwt dat hipsters het pad effenen voor miljonairs. Sociaal geograaf Wouter van Gent roept op onmiddellijk te stoppen met de verkoop van de sociale woningvoorraad. Politicoloog Arthur Claassen verwijt de yup dat hij de buurt steriel maakt. Gentrificatie, de opwaardering van oude buurten door de creatieve klasse, met in hun kielzog beter betaalde burgers, maakt volgens de wetenschappers van Amsterdam een eenzijdige stad.

Ontstaat er een tweedeling? Gaat Amsterdam Londen en Parijs achterna?

(Tekst gaat verder onder foto).

Verhipstering

Lees hier waarom Julien Althuisius tegen de verhipstering van Amsterdam is.

Jos Gadet.Beeld Jiri Buller

Stadsgeograaf Jos Gadet (55) slaakt een zucht. Gaat het eindelijk goed met Amsterdam, mede dankzij de aantrekkingskracht van de stad op hogeropgeleiden, steekt het aloude verzet tegen gentrificatie de kop weer op. 'Terwijl het juist een zegen is. Hoe meer hogeropgeleiden in de stad, hoe beter dat is voor de economie. Dus moeten steeds meer stadsdelen steeds aantrekkelijker worden. Dat gebeurt dankzij gentrificatie.'

Gadet, geboren in Limburg, kwam in 1978 in Amsterdam studeren. Hij maakte de leegloop mee van de stad, die in 1985 nog maar 675 duizend inwoners telde. 'Het was een gribuszooi', herinnert hij zich. 'Panden waren dichtgetimmerd, als je nu de foto's ziet, dan schrik je.' Sinds een jaar of tien gaat het weer bergopwaarts. Amsterdam wordt populairder, de bevolking groeit met 12 duizend inwoners per jaar naar een voorspelde meer dan 870 duizend in 2020.

Gadet, werkzaam bij de afdeling Ruimte en Economie van de gemeente, is een hartstochtelijk liefhebber van Amsterdam en andere grote steden. Hij publiceerde in 2011 Terug naar de stad, een ode aan het 'stedelijk weefsel': de combinatie van woningen, bedrijven, winkels, cafés, bioscopen, theaterzalen en parken die het leven in de grote stad zo aantrekkelijk maken. De ironie wil dat hij zelf 'slachtoffer' is van de gentrificatie. Hij zou graag verhuizen van een wat non-descripte wijk achter het Amstelstation naar het centrum, maar daar zijn de woningen inmiddels te duur.

Waarom is de stad zo populair?

'De stad is een motor van de economie geworden. We leven in een post-industriële economie, waarin ideeën heel belangrijk zijn. Die doe je op in de stad, omdat daar veel verschillende mensen rondlopen. Het menselijk kapitaal is de belangrijkste productiefactor geworden. Dertig, veertig jaar geleden was dat anders, toen was de industriële productie op zijn hoogtepunt. De fabrieken lagen buiten de stad en als het even kon, ging je groter wonen, in het groen. De suburbanisatie van de industrie leidde tot de suburbanisatie van het wonen. Het gemeentebestuur stimuleerde zelfs het vertrek naar overloopgemeenten als Purmerend en later Almere, omdat het in de stad te vol zou zijn. De economische groeicijfers van Amsterdam waren lager dan die van de regio, en die waren weer lager dan die van Nederland. Nu is dat precies omgekeerd, omdat een deel van de industrie naar lagelonenlanden is vertrokken, en we een steeds grotere dienstensector krijgen en de kenniseconomie groeit. Innovatie is veel belangrijker geworden. Dat vraagt om een diverse bevolking die je een goed woonmilieu moet bieden, een stad met gewilde woningen, uitstekende voorzieningen en veel cultuur. In de stad ontstaan nu de ideeën die grote toegevoegde waarde hebben.'

Gadet is een groot bewonderaar van de Amerikaanse stadsactiviste Jane Jacobs, die zich vanaf de jaren vijftig fel verzette tegen de sloop van oude wijken. In haar invloedrijke The Death and Life of Great American Cities (1961) verklaart ze waarom de mix van wonen, werken, winkelen en recreëren zo belangrijk is. Ze beschreef als een van de eersten het proces van gentrificatie, waarin creatieve bewoners op zoek naar goedkope woningen buurten versterken en zo verbeteren.

Met 822 duizend inwoners nadert de stad gestaag het hoogtepunt uit 1959 (872 duizend). Elk jaar komen er nu 10 duizend Amsterdammers bij.

Wordt gentrificatie inmiddels niet door de overheid zelf op gang geholpen om kapitaalkrachtiger inwoners te trekken, ten koste van armere?

'Het proces laat zich niet sturen. Hooguit kun je het versterken door bijvoorbeeld de openbare ruimte te verbeteren. Maar de Bijlmer gentrificeren, Geuzenveld, Nieuw-Sloten? Dat lukt je niet. Die stadsdelen liggen te ver van het centrum, daar ontbreekt de mix, daar is de dichtheid van woningen te gering.'

Dus ontstaat een tweedeling tussen gewilde buurten met hogeropgeleiden en niet-gewilde buurten.

'Dat is juist het gevolg van het ontbreken van gentrificatie. Laten we nu eens ophouden met te roepen dat armere mensen worden verdrongen. Dat is zo in Angelsaksische landen, maar hier hebben we huurbescherming. Mensen die bij een renovatie naar elders vertrekken, doen dat vrijwillig. Ongeveer een kwart van de sociale woningvoorraad komt dan vrij, en dat versterkt de gentrificatie. Bovendien hebben we juist te veel sociale huurwoningen, het is goed dat er wordt verkocht. Veel mensen verdienen te veel voor zo'n woning, maar kunnen niet verhuizen omdat er te weinig is gebouwd voor de middenklasse. Ze houden de woningen bezet van mensen die ze echt nodig hebben. Dankzij de gentrificatie en maatregelen tegen scheefwonen ontstaat er doorstroming.'

Dure huizen, rijke mensen, koffie en veel yoga

Nog even en er wonen meer mensen in Amsterdam dan ooit. En dat niet alleen: de stad ondergaat ook een gedaanteverwisseling. Gezinnen uit de rijkere middelklasse, expats en toeristen veroveren steeds meer wijken in de stad. Met als gevolg: koffiebarretjes, yogastudio's en dure huizen. Die ontwikkeling en veel meer is inzichtelijk gemaakt op Volkskrant.nl/amsterdam.

Maar de stad wordt wel eenvormiger door het op hogeropgeleiden gerichte aanbod. Langzamerhand heeft elke straathoek hetzelfde soort hippe koffietentje.

'Het zijn veel meer dan koffietentjes, het zijn plekken waar je werkt, waar je ideeën uitwisselt. Dat er ook een kop koffie wordt geserveerd is leuk, maar het gaat om de interactie. De groei van de horeca in de stad is de groei van bedrijfslocaties. Vroeger had je bedrijventerreinen die los stonden van de stad. Dat was pas saai. Dit zijn de nieuwe bedrijventerreinen. Hier ontmoeten de mensen uit de game- en tech-industrie elkaar, uit de dancesector, uit de reclame. We zien dat mensen die een start-up zijn begonnen buiten de ring, alsnog naar binnen de ring verhuizen. Ze werken van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat in een restaurant als Dauphine bij het Amstelstation, waar ze de hele dag door hun klanten ontvangen.'

Blijft het probleem dat armere Amsterdammers achter het net vissen.

'Integendeel. Gentrificatie brengt werk met zich mee. In het Ramada Apollo Hotel in Nieuw-West is 75 procent van de werknemers afkomstig uit de buurt. Er ontstaat daar juist een markt voor nieuwe voorzieningen. Een Turkse slager kan zijn zaak beter runnen in een gegentrificeerde wijk dan in Osdorp; een Marokkaanse vishandel gedijt beter in Amsterdam-Oost dan buiten de ring. Het verzet ertegen is vooral een politiek standpunt: het is onrechtvaardig dat de een rijker is dan de ander. Maar moet je om ideologische redenen de stad op slot zetten? Moet de stad arm blijven? Als veel mensen appels willen, maar er zijn er maar een paar, dan gaan we toch niet de appelverkoop verbieden? Dan moeten we juist meer appels produceren.'

De vermaarde plek aan het water bij de parkeergarage in de Marnixstraat heeft plaatsgemaakt voor 'Waterkant'. Een hippe ontmoetingsplaats voor Amsterdammers.Beeld Jeroen Hofman.
Meer over