Moeizame vorming regering Bulgarije

De Bulgaarse socialisten en de partij van de Turkse minderheid zijn er woensdag met veel moeite in geslaagd een regering op de been te brengen. Premier Plamen Oresjarski kon daarbij rekenen op de stilzwijgende steun van het extreem-rechtse Ataka.

VAN ONZE CORRESPONDENT JAN HUNIN

WARSCHAU - De twee regeringspartijen, de Bulgaarse Socialistische Partij (BSP) en de Beweging voor Rechten en Vrijheden (DSP), komen in het parlement één zetel tekort voor de absolute meerderheid.

Voor de stemming was Ataka-leider Volen Siderov persoonlijk naar het parlement gekomen om als enig oppositielid de regeringspartijen aan het noodzakelijke quorum te helpen. Hij gaf te verstaan de regering voorlopig te zullen gedogen. De grootste partij van Bulgarije, de Burgers voor de Europese Ontwikkeling van Bulgarije (Gerb) van oud-premier Bojko Borisov, was er eerder niet in geslaagd een coalitiepartner te vinden.

De houding van Siderov lag niet voor de hand. Ataka beschouwt de partij van de etnische Turken DSP als haar aartsvijand. Een paar uur voor de stemming had de rechterhand van Siderov nog op zijn Facebook-pagina geschreven dat zijn partij woensdag Bulgarije van het Turkse juk zou bevrijden. De Beweging van Rechten en Vrijheden is sinds 2001 een regelmatige regeringspartner.

Maar door het isolement van Gerb was er weinig alternatief. De centrum-rechtse partij van Borisov is persona non grata sinds Bulgarije werd getroffen door een omvangrijk afluisterschandaal. Onder leiding van een partijgenoot van de oud-premier werden jarenlang politici afgeluisterd. Dat belette de partij van Borisov evenwel niet deze maand overtuigend de parlementsverkiezingen te winnen.

Ook de nieuwe regering is niet vrij van schandalen. In 2003 moest premier Oresjarski (53) zich terugtrekken als kandidaat-burgemeester van Sofia nadat hij werd beschuldigd van banden met een louche zakenman. Ook andere ministers zijn niet van onbesproken gedrag. Dinsdag en woensdag trokken honderden jongeren door de straten van Sofia onder het motto: 'We willen in ons land geen maffiosi als minister.'

Oresjarski werd als premier vooruitgeschoven door de socialistische partijleider Sergej Stanisjev. Vanwege de economische crisis voelde die er zelf niets voor premier te worden.

undefined

Meer over