Moederkloek van de pingpongerij

Nog niet zo lang geleden werd serieus gevreesd voor haar leven. Toch kan Mirjam Hooman-Kloppenburg, dik 38 jaar en moeder van twee kinderen, zondagmiddag zomaar de nationale tafeltennistitel veroveren....

Je hele ziel en zaligheid willen investeren, je alle denkbare opofferingen getroosten en vooral niet vergeten oogkleppen voor te doen. Met deze boodschap richt Mirjam Hooman-Kloppenburg zich aan de vooravond van de NK tot de jonge garde die liever lui blijkt dan moe en derhalve verantwoordelijk moet worden gehouden voor de duizelingwekkende duikvlucht van de nationale vrouwenploeg naar de kelders van het tafeltennisrijk.

Hoe weinig ontberingen talentvolle meisjes zich willen getroosten en hoe weinig gehard de jongelui vandaag de dag zijn zal vandaag en morgen blijken tijdens het titeltoernooi der vrouwen. Kansloos zullen jeugdige internationals als Sigrid van Ulsen, Linda Creemers en Carla Nouwen het drietal dat Nederland tijdens de recente wereldtitelstrijd deed duikelen naar de 43ste plaats van het wereldklassement worden geveegd en van de tafels gemept door de ouwe hap. Door Elena Timina (34) of anders wel door de vier jaar oudere Hooman, fulltime huisvrouw en evenals Timina moeder van twee kinderen.

Ze kan, ook al gelooft ze dat zelf niet zo hard, zondag in Heerlen zomaar naar de titel reiken. En dat terwijl ze als gevolg van haar drukke bezigheden binnenshuis maar twee keer in de week een beetje serieus kan trainen. Ze moet bij de gedachte dat ze straks op het podium staat te triomferen een beetje grinniken.

Dat zou, vindt ze, niet moeten kunnen. Eigenlijk zou ze willen zeggen dat het vrouwenpingpong in dat geval niet dieper kan zinken, maar ze beseft dat ze zich dat niet kan permitteren. Ze wordt nu eenmaal gezien als de moederkloek van de pingpongerij.

Voor het eerst sinds jaren doet Hooman, die in een ver verleden vier enkelspeltitels vergaarde, weer eens mee. Niet omdat ze zo nodig moet, omdat ze wat bewijzen wil of omdat er iets recht te zetten zou zijn, nee, daar is het haar in het geheel niet om te doen. De kopvrouw van eredivisieclub Westa doet mee omdat bondscoach Pieke Franssen haar vroeg of ze zo vriendelijk wilde wezen tijdens de NK te dubbelen met zijn pupil Creemers.

Dat kon ze de goede man niet weigeren. Ze besefte dat de Limburgse club haar vorig jaar naar Wessem ontbood om het goede voorbeeld te geven aan het jonge grut. En nu ze toch in Heerlen moest zijn, waarom zou ze tussen de bedrijven door dan ook niet even het enkelspel meepikken? In een moeite door, niet iets waar ze als pingpongster van de oude stempel haar hand voor omdraait.

En dat is verbazingwekkend voor wie weet hoe slecht het Kloppenburg nog niet zo lang geleden verging. Zo slecht dat serieus gevreesd werd voor haar leven. 'Ik heb de dood in de ogen gezien.'

Van de ene op de andere dag werd ze getroffen door helse buikpijnen. Geen medicijn bracht verlichting. Na zes weken werd ze eindelijk geopereerd. 'De chirurg maakte me open en kon zijn ogen niet geloven.' Een tumor had de dikke darm, dunne darm en een eierstok ernstig aangetast. 'Alles moest eruit', op een deel van de dikke darm na.

De operatie slaagde en wonderbaarlijk snel krabbelde Hooman ('Als ze een dag hadden gewacht was ik er nu niet meer geweest') weer overeind. Hoewel, echt onderuit was ze niet gegaan, zo merkt ze niet zonder trots op. Tijdens die zes weken van gruwelijke buikpijnen speelde ze gewoon door. Ze merkte dat de pijn in het vuur van het spel milder werd en zelfs verdween. 'Ik was zo geconcentreerd op mijn werk en zo gefocused op een goed resultaat dat ik de pijn kon uitschakelen.'

Een harde tante, dat is wel duidelijk. En daarom misschien kan ze zich zo opwinden over het feit dat de jeugd van tegenwoordig die hardheid mist. 'De mentaliteit is enorm veranderd. Kinderen willen niet meer werken, zweten, alles opzij zetten voor hun sport, zoals Bettine Vriesekoop dat vroeger deed. En ik ook, zij het in iets mindere mate.' Kom daar bij al die zogenoemde kostelijke talenten van tegenwoordig eens om. 'Wij deden in onze tijd oogkleppen voor, zodat niets ons kon afleiden van het grote doel: de beste van de wereld willen zijn.

Die oogkleppen ziet ze niet meer in het nationale circuit. 'De meisjes die nu aan de top staan zijn bezig met leren, of kiezen voor een baan. Zij kijken anders naar de toekomst dan wij indertijd. Wij waren natuurlijk gek, en dan had ik ook nog eens ouders die een beetje gek waren en mij ertoe aanzetten om het helemaal te maken in dat kleine rotsportje. Het is nu eenmaal een feit dat je niets anders aan je kop moet hebben dan tafeltennis. Wil je dat niet, dan kun je het wel vergeten.'

Helaas is Hooman niet in de gelegenheid al die goddelijke talentjes die door gebrek aan een brandende ambitie steeds weer verloren gaan op het goede spoor te zetten. 'Hooguit kan ik ze wat technische aanwijzingen geven en ze voorhouden dat de wil om te winnen immer voorop moet staan en dat ze vooral niet moeten vluchten in excuses.

'Achter de tafel tellen geen excuses. Ik erger me groen en geel als ze zeuren dat ze niet kunnen trainen omdat ze verkouden zijn of aanhikken tegen bergen huiswerk. Maar ik kan er helaas niets tegen ondernemen.'

Zelf heeft Hooman niets nagelaten om haar 'gouden handje', haar talent te ontwikkelen. Ze groeide op in Lichtenvoorde, voorwaar geen plaats waar topsport gedijt. Ze leerde de eerste beginselen van het spel bij Litac, maar zag al gauw in dat ze hier weg moest om hogerop te komen. Daarna begon ze aan een ware dwaaltocht die haar voerde langs Torenstad, Odion, Scylla, de Duitse topclubs TuS Glane en Holsterhausen, en vervolgens via DOV en Westa terug naar Nederland.

Nooit in haar loopbaan, die onderhand ruim twee decennia beslaat, was er een moment dat ze verzaakte. Twee zwangerschappen vermochten haar niet weg te houden van de tafel en zelfs in de weken dat ze bijna letterlijk verging van de pijn verzaakte ze niet.

Haar toewijding bleef niet onbeloond. Ze veroverde in haar carri titels bij de vleet. Won in 1991 met groot vertoon van macht en ongeslagen de Top Twaalf in Eindhoven en sleepte brons in de wacht tijdens het door Bettine Vriesekoop gedomineerde EK van 1992 in Stuttgart.

Zo maakte clubs als Torenstad en DOV kampioen, werd vier keer onderscheiden als de beste van het ganse land en was er samen met Vriesekoop verantwoordelijk voor dat de Nederlandse vrouwenploeg in de jaren tachtig tot in Peking en omgeving werd gevreesd.

Alles is sindsdien anders, maar wat altijd nog resteert uit lang vervlogen jaren is de onvoorwaardelijke liefde voor het spel. 'Ik hou van pingpong, ben er zwaar aan verslaafd. En ach, dat NK. Ik ben er een weekendje tussenuit, even uit de sleur. Daar gaat het me om.'

Meer over