Moeder noch zoon

HANS BOUMAN

'De meeste mensen zijn hopeloos eenzaam en kunnen daaraan niet ontsnappen; dat is hun tragiek', aldus Richard Yates. Niet alleen zijn zeven romans en twee verhalenbundels, maar ook Yates' eigen leven vormden de belichaming van deze visie. Toen de schrijver in 1992 op 66-jarige leeftijd overleed, was hij straatarm, door iedereen verlaten en als schrijver vergeten.

Sinds een aantal jaren geleden zijn debuutroman Revolutionary Road (1961) opnieuw werd uitgebracht, maakt Yates' een herwaardering door. Met Een speciaal soort voorzienigheid (A Special Providence, 1969) wordt alweer het vijfde Yates-werk in vertaling uitgebracht.

Hoofdpersonen zijn Robert Prentice (die lezers van de bundel Veertien soorten eenzaamheid zich wellicht herinneren) en zijn gescheiden moeder Alice. De roman begint als Robert zich, najaar 1944, van zijn militaire opleidingskamp in Virginia naar New York spoedt, om zijn moeder enthousiast te vertellen dat hij naar het front in Europa zal afreizen.

Natuurlijk is de werkelijkheid weerbarstiger. Robert blijkt als militair weinig voor te stellen, roept ergernis op bij zijn maten en belandt met een longontsteking in het hospitaal.

Vervolgens verschuift het perspectief naar zijn jeugd en wordt duidelijk waarop Robert zo graag aan zijn moeder wilde ontsnappen.

Alice Prentice is een geheel op zichzelf gerichte, als beeldhouwster mislukte vrouw, die slechts met behulp van een drank in haar droomwereld kan blijven geloven.

De triomf van deze roman zit hem in het feit dat Yates zowel de ge-fnuikte jonge would-be hero als de oudere vrouw wier ambities haar talent zo hopeloos overstijgen tot complete en complexe personages maakt.

Richard Yates: Een speciaal soort voorzienigheid.

Uit het Engels vertaald en van een nawoord voorzien door Marijke Emeis. de Arbeiderspers; 363 pagina's; € 27,50. ISBN 978 90 295 7615 4.

undefined

Meer over