Moeder aller derby's in rood en blauw

Zeven jaar heeft Spakenburg moeten wachten op de moeder aller derby's. Rood ontving blauw en Gérard van der Nooij, in 1995 nog rood, droeg blauw....

NOG een geluk dat er in Spakenburg geen sneeuw lag. Van die harde ballen had hij dan naar zijn hoofd gekregen, denkt Gérard van der Nooij. Net als Wim Jansen destijds. Die waagde het in Ajax-shirt terug te keren in de Kuip. Nog voor Jansen het veld betrad, had hij al een ijsklomp tegen zijn linkeroog.

Van Feyenoord naar Ajax, misschien is dat vergelijkbaar met de overstap die hij heeft gemaakt. Buiten Spakenburg dan hè. In het visserdorp aan de voormalige Zuiderzee valt de transfer van Wim Jansen in het niet bij wat hij heeft geflikt.

Van IJsselmeervogels naar SV Spakenburg, van de rooien naar de blauwen: on-ver-teer-baar is dat voor de dorpelingen.

Wat hij niet over zich heen heeft gekregen de afgelopen jaren. Overloper; dat is bijna een compliment in het licht van alle bagger die over hem is uitgestort. Dat hij is weggestuurd, in plaats van weggegaan: niemand wil er van horen. Voor Spakenburgers is het zonneklaar. Hij heeft een doodzonde begaan.

Is het dan gek dat hij bezorgd was over het duel van zaterdag?

Voor het eerst in zeven jaar speelde Spakenburg weer tegen IJsselmeervogels. Ze-ven jaar. Een eeuwigheid heeft het dorp dus moeten wachten op de wedstrijd die doorgaat voor de moeder aller derby's. Als de voorzitters werd gevraagd waarom het toch zo lang duurde voordat de wedstrijd weer werd gespeeld, was er altijd wel één die naar hem verwees.

De overstap van Van der Nooij (en zijn medespeler Pascal de Bruijn) van IJsselmeervogels naar Spakenburg heeft kwaad bloed gezet, klonk het dan. Bij de clubs en in de gemeenschap. Dat maakte het onverantwoord beide ploegen tegen elkaar te laten spelen, hoe graag het dorp de derby ook ziet.

Dat het er toch van is gekomen, vindt Van der Nooij geruststellend. Kennelijk heeft de tijd wonden geheeld. Veel later had het trouwens niet moeten gebeuren. Dan was zijn kans verkeken om het duel in rood en blauw te spelen verkeken. Hij is 38 jaar, voor een schaduwspits is dat bejaard.

In het dorp werd al weken uitgezien naar de derby, wist hij. Fans van Spakenburg trokken speciaal naar Parma, Italië, om blauwe vuurwerkfakkels te halen. In Nederland zijn alleen rode verkrijgbaar, de kleur van de aartsrivaal.

De middenstip werd de hele week bewaakt met infraroodcamera's, nadat onbekenden de witgekalkte plag tot tweemaal toe wisten te stelen. Stond er 's morgens een rood-wit wegenbouwpaaltje in het gat, heel triomfantelijk.

De ludieke sfeer vond hij plezierig. Maar toch leefde hij minder ontspannen naar het duel toe dan hem lief was. Vooral zijn opkomst zat hem dwars.

Hij zag het voor zich. De speaker zou zo neutraal mogelijk aankondigen, alsof er niets speciaals aan de hand was: 'Met nummer tien: Gérard van der Nooij.' Maar dan. Dan zou een hels fluitconcert losbarsten. Vierduizend IJsselmeervogels zouden zijn trommelvliezen met schrille klanken pijnigen.

De lokale verslaggevers verdreven zijn zorgen niet. Integendeel. Ze stelden steeds vreemdere vragen.

'Klopt het dat je bent bedreigd?'

'Heb je de afgelopen week ook dreigbrieven ontvangen? Kogels misschien?'

Niets van waar, zei hij dan naar waarheid. Volstrekte flauwekul. Maar de vragen werden gesteld. Alsof dat een mens onberoerd laat.

Nu kan hij er om lachen, nu wel. De derby is hem honderd procent meegevallen, hij kan niet anders zeggen. Hij is niet uitgefloten, althans, gehoord heeft hij niets. Spakenburg heeft meer dan verdiend gewonnen, met 2-1. En hij heeft bereikt wat weinigen, misschien wel niemand, hem kunnen nazeggen.

Hij heeft de moeder aller derby's in rood én blauw gewonnen.

Zijn spel, ach, daar hoeft niet lang over gepraat te worden. Hij heeft in dienst van het elftal gespeeld, zoals de trainer van hem verlangde. Geeft niks. Hoogstaand voetbal leveren de derby's doorgaans toch niet op. De zenuwen spelen een te grote rol; in het dorp telt vooral de uitslag.

Waar hij wel dankbaar voor was: dat Spakenburg geen strafschop kreeg toegewezen. Hij was de aangewezen man, omdat de vaste elf-meterspecialist niet meedeed. Een penalty nemen tegen de IJsselmeervogels, het leek hem verschrikkelijk.

Ga maar na wat Theo de Graaf zeven jaar geleden overkwam. Hij miste een paar minuten voor tijd een penalty die Spakenburg de overwinning had opgeleverd. Dankzij het gelijkspel kon IJsselmeervogels later de titel grijpen.

'Theo bedankt, Theo bedankt', heeft De Graaf de tegenpartij jarenlang voor zijn ramen horen zingen. Dat hij de derby een jaar eerder met een ziedend afstandschot besliste, is bijna iedereen vergeten.

Merkwaardig was het trouwens wel om terug te zijn op het oude nest. IJsselmeervogels en Spakenburg mogen dan naaste buren zijn, sinds zijn vertrek had hij er geen voet gezet. Het voelde vertrouwd, het rook naar vroeger. De kleedkamer kon hij maar niet uitkomen. Lekker was dat, nog even op de bankjes hangen.

Meer over