Moderne kunst op belegen beurs

PAN Amsterdam, de beurs van galeriehouders en kunsthandelaren ademde altijd een wat ouderwetse sfeer; de opmars van standhouders van moderner werk brengt daarin verandering.

Rutger Pontzen

amsterdam De prijzen liggen er wat lager, er zijn meer stands met moderne kunst, de bezoekers zijn jonger en minder highbrow en het scala aan galeriehouders en kunsthandelaren is nationaler. Maar voor de rest zou je toch denken, rondlopend over de PAN Amsterdam, dat je op de Tefaf in Maastricht bent verdwaald.


De aankleding is in stijl, met witte bloemen, witte banken en witte vitragegordijnen die van het plafond naar beneden hangen. De vloerbedekking is geblokt in zachtgele en -blauwe accenten. En bij binnenkomst stralen de 17de-eeuwse schilderijen, Chinese vazen en het oriëntaals terracotta je tegemoet.


'De PAN is op Nederland gericht', legt Titia Vellenga, voorlichter van PAN Amsterdam uit, 'de Tefaf vooral op het buitenland. Het is een strategische beslissing geweest om de twee beurzen zo apart te positioneren'.


Een 'strategie', wie had dat gedacht. Want wat blijkt: achter de PAN en Tefaf zit dezelfde organisatie: The European Fine Art Foundation. Eerstgenoemde beurs opende de deuren in 1987, de tweede een half jaar later. De Tefaf heette aanvankelijk ook PAI, Pictura Antiquairs Internationaal, en is dus vergelijkbaar met de PAN: Pictura Antiquairs Nationaal. Niet zo vreemd dat er vanuit het moederbedrijf is nagedacht over wie wat doet, en vooral welke markt ze bedienen.


Ander imago

En wie even goed om zich heen kijkt, ziet inderdaad de verschillen. Ook dat de PAN een ander imago heeft gekregen. Tien jaar geleden was nog ongeveer 80 procent oude en toegepast kunst, nu maar ruim 60 procent. Het beeld van de PAN als een wat belegen kunstbeurs, het stiefkindje van de Tefaf, is naar de achtergrond geraakt.


'Ze hebben ons actief benaderd om hier te komen staan', vertelt Erik Bos van de Haagse galerie Nouvelles Images, gespecialiseerd in moderne kunst van onder anderen Willem Hussem en Jan Roeland. 'Op Art Amsterdam zeggen de bezoekers al gauw: dat werk kennen we wel. Hier zijn ze gelukkig nieuwsgieriger.'


Rob de Vries van de gelijknamige galerie in Haarlem vult hem aan: 'Het oudere publiek neemt af, het jongere toe. En die hebben niet langer dezelfde interesse voor antieke kunst als hun ouders, hoewel ze wel veel te besteden hebben.'


Het is inderdaad tekenend voor de jongere koper dat ze een individuelere smaak hebben dan de oudere generatie die zich alleen op het klassieke kunstvoorwerp richtte, zegt ook Vellenga.


'We richten ons tegenwoordig speciaal op een jonger publiek. Niet alleen door video's, facebook en andere internetmogelijkheden. Ook door platforms van jeugdige kopers te benaderen, zoals Sotheby's New Collectors, jonge managers van ondernemingsorganisatie VNO-NCW en de Titus Cirkel, een onderdeel van de Vereniging Rembrandt.'


Vellenga: 'Je trekt hun aandacht met moderne kunst om ze vervolgens te interesseren voor oude kunst. Nu laten we ze zien dat je goed een 16de-eeuws kastje onder een schilderij van Gerhard Richter kan zetten. Vroeger was het andersom.'


Geesje met twee ton winst doorverkocht

Peter Pappot, van Kunsthandel Peter Pappot in Amsterdam, kocht een kleine twee weken geleden bij veilinghuis Glerum voor 360 duizend euro het schilderij Meisje in rode kimono voor spiegel van George Hendrik Breitner. Zaterdagavond tijdens de opening van PAN haalde hij tussen de vijf en zes ton binnen voor het doek, met een beeltenis van Geesje Kwak, het 17- jarige hoedenverkoopstertje dat model stond in een grote Japanse kimono.


Kassa! In elf dagen tijd ongeveer 200 duizend euro winst. Pappot: 'Het schilderij stond natuurlijk sinds de veiling in de belangstelling, door de publiciteit in de media. Ik had het speciaal gekocht om het op de PAN door te verkopen.'


Maar wat schetst zijn verbazing: kort na de verkoop zaterdagavond meldde zich een nieuwe gegadigde die de kersverse bezitter van het schilderij al weer een ton meer bood. 'Zo gaat dat', verzucht Pappot.


Meer over