Moderne cowboys in het wilde Irak

In het levensgevaarlijke Irak, elke dag toneel van bloedige aanslagen, trainen ze het leger en bewaken ze diplomaten en konvooien....

Van onze verslaggever Stieven Ramdharie

Op een hoogte van ruim drie kilometer, met de luchthaven van Bagdad in zicht, gooit de vlieger de Hercules C-130 plotseling in een steile, misselijkmakende duikvlucht naar beneden om niet uit de lucht te worden geschoten. Maar in de ‘Ambassade Pendel’, op wat Amerikaanse diplomaten en een Noorse officier na gevuld met ‘contractors’ die voor honderden dollars per dag hun leven gaan wagen in Irak, geeft niemand een kik.

Op de grond, te midden van net gearriveerde scherpschutters van het Amerikaanse marinierskorps die sjouwen met hun speciale geweren, vallen de ‘KBR-jongens’ op het militaire deel van de luchthaven meteen op. Honkbalpet, spijkerbroek, T-shirt en zonnebril. Mannen – vrouwen zijn er amper – van middelbare leeftijd die aanslagen en onthoofdingen voor lief nemen om jaarsalarissen van 80 duizend euro in de wacht te slepen.

Zo’n honderdduizend ‘avonturiers’ uit alle delen van de wereld, onder wie de contractanten van het Amerikaanse Kellog, Brown and Root (KBR), zijn twee jaar na de oorlog neergestreken in Irak om olie-installaties en elektriciteitscentrales te repareren of om de 138 duizend Amerikaanse militairen te bevoorraden.

Onder de avonturiers, bevindt zich ook een ‘schaduwleger’ van zo’n 20 duizend bewakers, voornamelijk oud-militairen en commando’s, die zijn ingehuurd om konvooien, gebouwen of personen te beveiligen en om het nieuwe Iraakse leger op te leiden. Voor soms duizend dollar per dag.

De mannen van bedrijven als Blackwater, Zapata of Custer Battles vormen inmiddels het grootste privéleger dat ooit in een conflict is verzameld. In Irak zijn ze, na de 140 duizend Amerikanen, nu zelfs de grootste troepenmacht. Nog groter dan het Britse leger. Ze ogen als moderne cowboys, compleet met schiettuig en holster.

‘Ik kan niet ontkennen dat het avontuur, naast het geld, een reden was om naar Irak te komen’, zegt Bob, een Amerikaanse veertiger, in het uitgestrekte Amerikaanse militaire kamp Camp Victory naast het vliegveld. Om veiligheidsredenen wil hij, net als veel collega van hem, niet met zijn achternaam in de krant. ‘Waar in de wereld kan je als oud-militair nog zo je expertise ten gelde maken? Alleen toch in Irak.’

‘Ze doen net of ze in het Wilde Westen zijn’, schampert echter een groepje militairen van Task Force Liberty bij Baquba, ten noorden van Bagdad, als een handvol bewakers, gestoken in woestijnkleuren en de pistolen bungelend aan het onderbeen, zich voor de eetzaal verzamelt. ‘We doen hetzelfde werk, maar wat wij in een maand krijgen aan soldij, verdienen die lui in minder dan een week.’

‘Uitbesteding van oorlog’, zo noemen critici van het Irak-beleid van president Bush de grootschalige inzet van burgers in Irak voor allerlei taken. Nu gaat zelfs de NAVO het omstreden Amerikaanse voorbeeld volgen.

Hoewel Nederland en een aantal lidstaten bedenkingen hadden, heeft de Noord-Atlantische Raad, het hoogste orgaan van de NAVO, ingestemd met het tijdelijk inhuren van privébeveiligers om haar 110 instructeurs rond Bagdad te bewaken.

Ruim twee miljoen soldaten hebben de 24 Europese lidstaten van de NAVO onder de wapenen, maar er is bar weinig animo om militairen naar Bagdad te sturen. Met de trainingsmissie, met ook vijftien Nederlanders, probeert de alliantie een steentje bij te dragen aan de opbouw van het Iraakse leger.

Vanuit de zwaar bewaakte Groene Zone in Bagdad, dat bijna dagelijks het doelwit is van aanslagen, worden Iraakse militairen al sinds begin dit jaar opgeleid door NAVO-instructeurs. Maar juist nu de missie wordt uitgebreid buiten de Groene Zone, zijn de lidstaten niet zo happig militairen te sturen om de instructeurs te bewaken. Al in september, zo besloot de NAVO, moet op een locatie buiten Bagdad de training beginnen van 88 Iraakse officieren.

De inzet van de beveiligers, van wie er inmiddels zo’n 150 zijn gedood, is in Irak uitgegroeid tot een industrie. Geplaagd door een overbezette krijgsmacht laat het Pentagon nu tal van militaire taken, zoals het opruimen van explosieven, uitvoeren door Amerikanen, Britten, Chilenen en Zuid-Afrikanen die zijn ingehuurd door 25 paramilitaire beveiligingsbedrijven. Alleen al voor het vernietigen van Saddams wapenarsenaal door particuliere krachten, gaf het Pentagon ruim een miljard dollar uit. Tekenend is dat Washington zelfs de beveiliging van toenmalig bewindvoerder Paul Bremer uitbesteedde, aan Blackwater USA.

Zelfs de militaire transportvluchten van Koeweit naar Bagdad worden gecoördineerd door KBR, een dochter van grootverdiener Halliburton in Irak dat ooit geleid werd door vice-president Dick Cheney. Onomstreden zijn de beveiligers, die niet onder Iraaks recht vallen maar onder het recht van hun eigen land, niet. Berucht is hun wangedrag tegen Irakezen, vooral op de gevaarlijke wegen.

De Britse beveiliger Nigel, die op de militaire luchthaven van Bagdad wacht op een vlucht voor een korte vakantie naar het buitenland, wordt woedend als hij vertelt over de situaties waarin hij verzeild raakte.’ De wereld heeft geen besef hoe sommige van deze lui zich misdragen’, zegt de Brit, die werkt voor een Brits beveiligingsbedrijf in Bagdad.

Nigel lijkt in het geheel niet op zijn Rambo-achtige collega’s. ‘Ze schieten lukraak, ook als ze niet bedreigd worden. Op de wegen misdragen ze zich door burgers te bedreigen of van de weg te rijden. Ze weten dat ze dit ongestraft kunnen doen, want wie controleert ze? Niet de Iraakse regering en zeker niet de Amerikaanse troepen.’

Meer over