Mladic heeft het makkelijk tegen de enclaves

Many chiefs, no indians. Van het Bosnische regeringsleger klopt niets, zei een Nederlandse VN'er uit Srebrenica over de Moslim-verdediging van de enclave....

Van onze buitenlandredacteur

Karin Veraart

AMSTERDAM

Verwarrende informatie wellicht, na recente berichten over een zich versterkend Bosnisch leger dat militaire successen boekt tegen de oorlogsmoede Serviërs.

Nu heeft het Bosnische regeringsleger zich het afgelopen jaar inderdaad gehergroepeerd en herbewapend. Op veel plaatsen vinden de Bosnische Serviërs nu een geloofwaardige vijand tegenover zich, een die hemelsbreed verschilt van de haastig opgetrommelde verzameling verraste en slecht bewapende patriotten die zij begin 1992 bevochten.

Volgens militaire bronnen hebben de Bosnische eenheden de afgelopen maanden in weerwil van het wapenembargo via bevriende Moslim-landen een groot aantal mortieren, enkele lange-afstands anti-

tankwapens en een paar tanks bemachtigd. Lichtere wapens worden in toenemende mate geproduceerd in Bosnische plaatsen als Novi Travnik en Bihac.

Het Moslim-leger heeft meer en beter gemotiveerde manschappen dan het Servische. Volgens dezelfde bronnen zijn de Moslims zeker met 110 duizend man en kunnen ze nog honderdduizend extra mobiliseren. Het Bosnisch-Servische leger telt 80 duizend militairen, die erg verspreid zijn over de 70 procent van het grondgebied dat zij in handen hebben.

Maar met mankracht en motivatie is het lichtbewapende Bosnische regeringsleger er nog niet. Een herfstoffensief bij Bihac vorig jaar mislukte toen ze ook Kroatische Serviërs tegenover zich vonden; alleen in centraal-Bosnië werd toen wat terreinwinst geboekt. Een daaropvolgend lente-offensief dat vanuit Tuzla werd ingezet, werd ook een halt toegeroepen door de Bosnische Serviërs; de bestandslijnen veranderden nauwelijks. Pogingen in juni om Sarajevo uit de Bosnisch-Servische wurggreep te ontworstelen hebben evenmin veel opgeleverd. Van het op handen zijnde 'ontzet' van de hoofdstad wordt weinig meer vernomen.

Waarnemers wijten het uitblijven van een echte doorbraak wel aan het gebrek aan zware wapens van de Moslims. Bij het uiteenvallen van het land viel het overgrote deel van het materieel van het Joegoslavische Volksleger toe aan de Bosnische Serviërs. Dit leger werd gedomineerd door de (Bosnische) Serviërs, die er ook hun training ontvingen. De Moslims begonnen met niets. Daardoor wisten de Serviërs in het begin van de oorlog in niet al te lange tijd 70 procent van het grondgebied in te nemen.

Het initiatief hebben de Bosnische Serviërs de laatste maanden vaker uit handen moeten geven. Oorlogsmoeheid sloeg toe, ieder Moslim-offensiefje kwam hard aan. De Serviërs hadden een succes nodig. En waar was dat makkelijker te behalen dan in de moeilijk verdedigbare, kleine enclaves?

Al sinds in mei 1993 werd besloten tot de instelling van de 'veilige gebieden' zijn met name de eilandjes in het oosten zorgenkinderen van de VN geweest. Volgens de betreffende resolutie van de Veiligheidsraad (824) eiste Unprofor de terugtrekking van de militaire of paramilitaire eenheden uit de gebieden, met uitzondering van die van het Bosnische regeringsleger.

De Unprofor-soldaten moesten de aanvallen op de zones afweren en toezien op de wapenstilstand in de gebieden. Maar voor de uitvoering van die taak ontbrak het de VN aan manschappen; alleen al de bevoorrading van de bevolking en de blauwhelmen bleek een krachttoer.

Met enige regelmaat werden de 'veilige gebieden' beschoten. Vaak ging het om pesterijen, soms betrof het een dronkemansactie. Het was een status quo met weinig uitzicht op verbetering. De Bosnische regering klaagde regelmatig over de toestand in de enclaves, die voor de Moslim-bevolking veel weg hadden van een openluchtgevangenis.

De laatste tijd konden de Serviërs ook rekenen op tegenvuur, want gedemilitariseerd waren de enclaves niet. Vanuit Tuzla en Sarajevo werd dit voorjaar een klein offensief ingezet. Dit was voor Radovan Karadzic een mooi handvat: de Serviërs stonden in hun recht de 'veilige gebieden' in te nemen, want vanuit die gebieden werden zij aangevallen. Bevelhebber Mladic kon zich geen nederlaag veroorloven en zette een goed gecoördineerde actie op touw.

Juist die drie oostelijke gebieden vorm(d)en in werkelijkheid nauwelijks een bedreiging. De Moslim-verdediging bevond zich al jaren in een relatief isolement, onder barre levensomstandigheden. De soldaten werden nauwelijks afgelost, versterkingen bereikten hen niet.

Niet verwonderlijk dat de Moslims in Srebrenica in paniek raakten toen ze de Servische tanks de berghellingen af zagen rollen. Het was een onmogelijke situatie: vrijwel onvoorbereid stonden ze tegenover de Serviërs, die met meer en manschappen en wapens vanuit betere posities opereerden.

Tegenstand boden ze bijna niet. De Moslim-strijders in het dal waren licht bewapend. Ze hadden de VN'ers, maar van te voren al was duidelijk dat die weinig zouden kunnen doen. En er zaten burgers. Het was zeker niet ondenkbaar dat die massaal het slachtoffer zouden worden wanneer de Moslims verzet zouden bieden. Achteraf valt niet vast te stellen of de consequenties van een dergelijk verzet 'erger' zouden zijn geweest dan de deportaties en de onzekerheid omtrent het lot van de vele vermisten die volgden op de val van Srebrenica.

Zepa, de tweede enclave waarop de Serviërs hun zinnen hebben gezet, kon zich voorbereiden op een aanval. Maar ook daar is de positie van de verdediging vrij hopeloos, en de burgers smeekten bij monde van hun burgemeester om 'evacuatie'. Vertegenwoordigers van de bevolking hadden generaal Mladic al overgave beloofd, maar dit werd weer ingetrokken toen bleek dat de Serviërs erop stonden de 'weerbare mannen' gevangen te nemen. In paniek namen de Moslims de meeste VN'ers in gijzeling, een taktiek die zij hadden afgekeken van de vijand. Terwijl duizenden burgers in bussen wachtten op hun vertrek, laaiden de gevechten op. Militaire deskundigen geven de enclave niet lang.

Voor Gorazde heeft de internationale gemeenschap een streep getrokken: tot hier en niet verder. Een 'substantieel' antwoord kunnen de Bosnische Serviërs verwachten als zij de grootste en volgens waarnemers best verdedigbare van de drie oostelijke gebieden aanvallen. Of de Serviërs zich daar iets van zullen aantrekken valt te bezien. Tot nu toe hebben de dreigementen slechts hun hoongelach geoogst.

Meer over