'Misschien nog eens een kerkdienst'

De jaren gaan tellen. Vut of pensionering ligt in het verschiet. De een staat te popelen, de ander helemaal niet....

HET zijn uiteindelijk zijn ongebruikelijke visies op Bijbel en liturgie geweest die dominee Alex Otten (67) naar de vut deden verlangen. Niet dat hij zich uitgeblust voelde - hij ging met deeltijd-vut - maar zijn voorlaatste baan in Bolsward kon hem nauwelijks meer bekoren. De gevoelens waren wederzijds.

Neem de kerkdienst. 'Ze hadden er bezwaar tegen dat we staand het evangelie gingen lezen. Ik zei: ''Op een begrafenis sta je ook bij de kist. Moet je wel staan voor de dood en niet voor het leven?''

'Bolsward is een stadje van rustende boeren, mensen die altijd baas zijn geweest op eigen erf. Het zijn koninkjes in de kerk, die geen verandering willen. De dominee moet liefst precies zo zijn als zijn voorganger, en de liturgie moet blijven zoals die was. Ook de kerkeraad sprak zich in die zin uit.'

Zo kwam het echtpaar Otten vijf jaar geleden in Ouwerkerk terecht, een dorpje met zeshonderd inwoners op Schouwen-Duiveland. Daar is Otten nog steeds dominee, twee dagen per week plus 36 zondagse diensten per jaar, voor een hervormde gemeente van dertig zielen. Dat kan in de Nederlandse Hervormde Kerk: op je 62ste met deeltijd-vut, tot je 70ste, de definitieve pensioenleeftijd.

In Ouwerkerk hoeft Otten niet meer te vechten voor zijn opvattingen. Hij kan er preken in zijn witte toga - al noemen ze hem 'de winterschilder' vanwege die werkkledij. De dominee en zijn vrouw hebben het naar hun zin, ofschoon ze van oudsher niets met Zeeland hadden. Ze dachten dat het er stijf zou zijn en orthodox.

Alex Otten is geboren in Weesp, in een gelovig boerengezin. Hij studeerde theologie aan de Universiteit van Amsterdam ('de UvA en de VU waren toen nog niet samen op weg') en beklom in 1962 als vaste predikant voor het eerst de kansel in Huissen, bij Arnhem, een dorp met negenduizend inwoners, voor 95 procent katholiek. Verder waren er 22 tapvergunningen en zeven carnavalsverenigingen. Otten: 'Ik was er de eerste dominee die na de kerkeraadsvergadering ging carnavallen.'

Ook in Almelo, zijn tweede standplaats, vlak bij de geboortestreek van zijn vrouw, deed Otten de wenkbrauwen soms fronsen. 'De hoorcommissie zei eens: ''Die preek was goed, die liturgie leren we hem wel af.''. Later was het: ''Dominee, we hebben u liturgische vrijheid beloofd, en die hebben we gegeven.'' Ik antwoordde: ''Ik hoef jullie niet te bedanken, want van die vrijheid heb ik iedere centimeter zelf bevochten''.' Hij woonde zeventien jaar in Almelo, tot 1986, een goede tijd. De post in Bolsward nam hij aan omdat hij om allerlei redenen wèl iets met Friesland had.

Voor zijn opvattingen vond Otten steun in de joodse traditie, die hij grondig bestudeerde. Daaruit rolde bijvoorbeeld een heel andere versie van het bijbelverhaal over Sodom en Gomorra. Meestal wordt gezegd dat God die steden verwoestte omdat iedereen daar alles aan elkaar vast hoerde en snoerde. Nee dus.

Otten: 'Er waren vreemdelingen in Sodom. Een meisje uit die stad vond dat het met een van hen niet goed ging. Ze verborg de man, maar ze werd verraden. Als straf kleedde men haar uit, smeerde haar lichaam in met honing en stuurde een zwerm bijen op haar af. Haar geroep steeg ten hemel.

'Vanwege die onbarmhartigheid van de mensen, om iedereen te willen laten voldoen aan hùn maatstaven, gingen Sodom en Gomorra ten onder. Een actueel verhaal dus. Trouwens, in het Hebreeuws bestaat geen voltooid verleden tijd.'

De studie van de traditie is uitgemond in Ottens medewerkerschap aan een tweemaandelijks blad, waarin klassieke teksten, de joodse Tora bijvoorbeeld, worden uitgelegd. Daar zal hij voorlopig wel mee bezig blijven. Zoals ook met zijn andere taken: de kerk stofzuigen, urine van bejaarden naar de dokter brengen, op ziekenbezoek gaan en elders in Zeeland preken. 'Die twee dagen worden er ook wel eens vier per week. En afgelopen jaar heb ik precies twee zondagen vrij gehad.

'Als het over drie jaar afgelopen is, gaan we in Almelo wonen. Ik hoop dat ik kan blijven lezen. Verder willen we nog naar Amerika, waar een van onze dochters woont. En misschien zal ik nog wel eens een kerkdienst leiden.

'Er zijn dominees die nooit meer een preek hebben geschreven na hun emeritaat. Dat kan ik me voorstellen, die hebben er altijd tegenop gezien om er een te maken. Ik heb het altijd met plezier gedaan; in elk van mijn preken wilde ik zelf iets nieuws horen. Mijn plezier in het werk heb ik kennelijk uitgestraald, want mijn drie dochters hebben allemaal theologie gestudeerd. Eén is predikant geworden.

'Ik blijf gegrepen door de traditie. Want vergeten is in ballingschap gaan. Natuurlijk moet je ademhalen. Maar ga niet zwerven, want zwerfkatten zijn altijd mager.'

Eric Hendriks

Dit is de tweede aflevering van een serie. De vorige verscheen op 11 juli.

Meer over