'Misschien moet ik maar Belg worden'

Op de jongste ratinglijst van de werelddambond staat Ton Sijbrands bovenaan; hetzelfde geldt voor de nationale rangschikking. Maar de Koninklijke Nederlandse Dam Bond meende Rob Clerc en niet Sijbrands een wild card te moeten gunnen voor het kandidatentoernooi....

HANS VAN WISSEN

HIJ IS DE minzaamheid zelve. Bescheiden tegen het verlegene aan. Doch zes jaar na zijn rentree lijken de conflicten tussen Sijbrands en de Nederlandse dambond totaal geëscaleerd. De achtergronden zijn complex, het waarom van de controverse is op z'n minst onhelder. 'Het is een voortgezette oorlog waarvan je voortdurend hoopt dat ze hem willen stopzetten. Maar dat gebeurt niet.'

Is hij 'paranoïde', zoals KNDB-voorzitter Anton Schotanus ooit durfde suggereren? Is het wantrouwen van Sijbrands zo groot dat hij in elk woord een chicane ziet en achter elk besluit doelbewuste tegenwerking? Of speelt hier het klassieke conflict tussen de veeleisende perfectionist en de beledigde bestuurder?

Natuurlijk houdt Sijbrands 't op het laatste. Bestuurders beseffen kennelijk niet dat degenen die waarlijk presteren, dat slechts kunnen doen dankzij veeleisendheid. Bestuurders worden kregel als een topspeler te lastig is. De brave Rob Clerc wordt dan ook beloond voor een kwart eeuw braafheid en KNDB-voorzitter Schotanus geeft het nog toe ook: Clerc is steeds loyaal geweest.

Clerc is pas gaan sputteren toen Sijbrands onlangs in Het Parool lang verzwegen aantijgingen deed over het manipuleren van partijen. De vorst uit Voorst beschuldigde Clerc ervan partijen bewust te verliezen om hem te dwarsbomen. Het zou geen toeval zijn dat Clerc alleen van de Rus Tsjizjov verloor als zo'n nederlaag Sijbrands het allerslechtst uitkwam.

Inderdaad, de verstandhouding onderling is rampzalig. Clerc en hij zijn water en vuur. Ze pogen zich nog wel eens beschaafd over de diepe karakter-tegenstelling uit te laten maar als het erop aankomt, is de wederzijdse vloek scherp en onomkeerbaar.

De breuk lijkt nog onherstelbaarder nu Sijbrands heeft beweerd dat Clerc niet schroomt om partijen te verkwanselen met de opzet om hemzelf te dwarsbomen.

Maar al zou Clerc heulen met de KNDB, al zou hij Sijbrands uit afgunst de ultieme hak willen zetten, dan nog zou de vroegere wereldkampioen niet echt verbolgen raken. Persoonlijke brouilles zijn tenslotte overkomelijk. Treurig is het - en in zijn geval zelfs vernietigend - als een bond andere dan prestatie-normen hanteert bij de bezetting van een internationaal optreden.

Sijbrands wilde volgaarne deelnemen aan het kandidaten-toernooi waaruit de uitdager van wereldkampioen Valneris moet voortkomen. De KNDB evenwel schonk niet hem, maar Clerc de wild card. Hoon en gemor. Maar Sijbrands zelf zal zich nooit denigrerend uitlaten over de prestaties van anderen; hij wil het respect tonen dat anderen hem onthouden. Clerc is volgens hem zeker een grootmeester die in het kandidatentoernooi thuishoort, 'alleen niet ten koste van mij'.

Het KNDB-bestuur bepaalde anders en Sijbrands acht zijn loopbaan nu afgebroken. Een week geleden ontving hij de fax met het betreffende bestuursbesluit. Voorzitter Schotanus met wie hij een maand eerder nog een verzoenend gesprek had gevoerd, onder leiding van 'weerman' Harry Otten, moest meedelen dat Clerc de wild card voor het kandidatentoernooi ontving en dat voor Sijbrands de 'reserveplaats' werd opengehouden. Een regelrechte belediging. De werelddambond (FMDJ), waarmee Sijbrands een verstandhouding van wederzijdse achting heeft, zou reglementair zelfs geen reserveplaats voor hem kunnen inruimen. Waarmee de beslissing van het KNDB-bestuur een nog dubieuzer karakter kreeg.

Sijbrands: 'In december beloofde Schotanus zich sterk voor me te zullen maken. Tegelijk begrepen we dat die afspraak niet automatisch tot een wild card voor mij zou leiden. Met twee andere leden uit het bestuur ben ik niet on speaking terms. Het zijn mijn meest verbeten tegenstanders. Met betrekking tot een van die twee speelt al ons leven lang een soort incompatibilité des humeurs. Die geeft een concurrerend damblad uit, het is iemand met een zeer giftige pen. Hij is als bestuurder in zijn blad heel opiniërend aanwezig. Dat om aan te geven dat in het dammen alles mogelijk is en dat heel persoonlijke rancunes een rol spelen.

'Het gesprek met Schotanus was eigenlijk om wanhopig van te worden. Ik wilde graag een goede verstandhouding want wie ben ik om met wie dan ook te breken? Maar hij had geen enkele bevoegdheid om een gebaar te maken. Integendeel, hij deelde me mee dat het NK van 1995 al vol zat en dat hij voor 1996 een plaatsje voor me in zou pogen te ruimen. Zo treurig.

'Er zijn twee mogelijkheden. Of Schotanus is van goede wil maar een dermate krachteloze voorzitter dat hij niet in staat is zijn stempel te drukken op bestuursbeslissingen, of hij heeft - en dat is de minder vriendelijke verklaring, waarin ik vooralsnog niet geloof - een dubbele agenda. Hoe het ook zij, het bestuur van de dambond voert een oorlog tegen me en Clerc wordt gebruikt als wapen.

'Clerc hoort in de kandidaten-matches thuis, zeker. Hij is een van de meest serieuze grootmeesters. Maar de vraag is: welk criterium hanteer je bij toekenning van wild cards? Het lijkt me dat speelsterkte het enige criterium zou moeten zijn maar het KNDB-bestuur blijkt ook andere normen mee te wegen.'

Wiersma, maar ook Schotanus en zeker de voorzitter van de werelddambond, Wouter van Beek, zouden allen voorstander zijn geweest van Sijbrands' terugkeer in de WK-cyclus, maar het bestuur van de KNDB besliste anders. En het wordt 'alsmaar paradoxaler', zegt Sijbrands, want op de jongste ratinglijst van de FMDJ is hij Tsjizjov inmiddels gepasseerd.

'Zo'n beetje alles waarvan ik Schotanus in mijn Volkskrant-rubriek heb beschuldigd, heeft hij toegegeven. Hij heeft erkend dat het inderdaad een bestuursbesluit was om me te weren uit het NK van 1994 waardoor ik ook niet in aanmerking kon komen voor het WK van Den Haag. Mijn gevoel dat mij van alle kanten de voet wordt dwarsgezet, is louter bevestigd. Ik moest aan de Rus Sjtsjogoljev denken die ook jarenlang in de tang is genomen.'

Twee affaires worden Sijbrands in het bijzonder verweten: zijn weglopen bij het NK 1993 in Apeldoorn en zijn weigering om tegen Wiersma, Clerc en Baljakin uit te komen in de vierkamp die nodig werd na het WK van 1992 in Toulon. De discussie over 'Apeldoorn' ('Dat lag aan dit alles ten grondslag') had voor de leek misschien een hoog Jannes-van-der-Wal-gehalte, maar voor de perfectionist Sijbrands was ze bittere ernst.

Tijdens het gewraakte kampioenschap werd het stadhuis, althans een verdieping boven de speelzaal, vertimmerd. Sijbrands vroeg om stilte, kreeg die niet en trok zich verbolgen terug uit het toernooi. 'Laat ik ten eerste dit zeggen: ook anderen hebben toegegeven dat het een klereherrie was. Ik beeldde me geen dingen dingen in toen ik me tot de arbiter richtte. Het geluid was niet te lokaliseren en ik vroeg of op z'n minst de klok stilgezet kon worden. De arbiter was het zonder mankeren met me eens: er was te veel geluidshinder.

'Terwijl de andere klokken doorliepen was ik zo sportief om niet achter het bord te blijven zitten denken over de stelling. Alle klokken hadden natuurlijk stilgezet moeten worden. Na een minuut of vijftien kwam de arbiter uitleggen wat er aan de hand was. De werkzaamheden zouden worden afgebroken, althans: er zou záchter worden getimmerd. Dit nu had hij hij niet moeten zeggen. Ik liep me al danig op te fokken. Alle ergernissen over de slechte organisatie kwamen terug.

'Ik ben van oordeel dat een grote prestatie slechts onder optimale omstandigheden ontstaat. Ik ga drie weken vantevoren een speelzaal bekijken. Zo consciëntieus bezig zijn is een noodzaak. Als je op de toppen van je zenuwen speelt, moeten de omstandigheden voor zover beheersbaar, ook beheerst worden. Dan moet er geen man op een ladder in een blauwe overall staan te kitten. Toen dat gebeurde was ik eigenlijk nog buitengewoon goedgehumeurd, ik had juist een fraaie overwinning achter de rug. Ik dacht zelfs nog even dat de reparatie werd verricht ten behóeve van de dammers. Weldra bleek dat òndanks de dammers werd doorgewerkt.'

Sijbrands verdween dus en de 'boycot van Apeldoorn' zou hem nog steeds worden nagedragen. 'Maar al is het in wezen de klassieke botsing tussen de professionele sportbeoefenaar en de amateuristische bestuurder, dan nog had het niet zo hoeven escaleren. Het is uiteindelijk toch persoonlijke rancune, naijver denk ik ook. Binnen zo'n bestuur zitten ze elkaar op te fokken. Dat kan bijna niet anders. Als je neutraal bent, kijk je naar de wereldranglijst en vraag je de hoogstgerangschikte of hij wil spelen.

'Toen we hoorden dat ik Tsjizjov was gepasseerd op de ratinglijst, hebben we toch nog wel even een flesje nepchampagne opengetrokken. Maar dat is natuurlijk een schrale troost. Al deze gebeurtenissen zijn misschien ook een bevestiging van wat ik al in 1988 voelde: mijn rentree was ongewenst. In Senegal, in Suriname, in Frankrijk word ik met egards ontvangen, maar de KNDB blokkeert mijn loopbaan.

'Uiteraard vond de bond het een aanfluiting dat ik in Apeldoorn wegliep. Maar ik kan me ook voorstellen dat je daarover nadien gaat praten. Dat is niet gebeurd. De schuld is uitsluitend bij mij gelegd. Om mij niet uit te nodigen voor het NK '94 kun je als een disciplinaire straf beschouwen. Ik dacht aan het woord Berufsverbot. Soms denk ik dat ik al die tijd veel te gemakkelijk en te loyaal ben geweest. Als je het gevoel hebt welkom te zijn, blijven ergernissen achterwege, maar niet eerder.

'Hoe vals is het niet? Boven de fax staat 'beste damvriend'. Ik word als eerste reserve aangemeld, een doekje voor het bloeden. De verontschuldigende toon alleen al. Fuck off, denk ik dan. Schotanus zei eens in een interview dat het, ach, tenslotte allemaal een spel was. Maar voor mij is dammen mijn leven. Gelukkig kan ik los van alle ellende nog steeds genieten van partijen, van het spel zelf. Ik scheid de persoon van zijn spel. Ik bemoei me eigenlijk al jaren niet met bestuurszaken, louter met het spel. De essentie is dat ik de bestuurders het besturen niet belet, maar zij mij wel het spelen.'

SIJBRANDS WIL eigenlijk niet meer spreken over het WK van Toulon en over de redenen waarom hij zich kansloos achtte in de vervolg-vierkamp. Hij wil vooralsnog niets terugnemen van de beschuldigingen ten opzichte van Wiersma, Baljakin en Clerc. Het was hem in ieder geval duidelijk dat hij in de gegeven omstandigheden nooit zou kunnen winnen. Of het nu ging om zakelijke contracten dan wel individuele aversie: van een eerlijke strijd zou in de vierkamp geen sprake zijn. En dus trok hij zich terug.

Want Sijbrands gruwelt van slinksheid. Daaruit komt ook zijn aversie tegen Clerc voort. De verhouding was al eerder verstoord maar de wederzijdse weerzin werd nog groter na Toulon 1992. De vier grootmeesters die op de tweede plaats eindigden hadden allen hun handtekening geplaatst onder het voorstel om voortaan tweekampen te spelen die de winnaar het recht zou verschaffen om de wereldkampioen uit te dagen. Matches dus in plaats van een toernooi. De dammers waren het er over eens dat dat de zuiverste vorm van competitie was.

Het voorstel werd 'nog' niet aangenomen -dat zou pas op het congres van 1994 gebeuren - en Rob Clerc hield uiteindelijk aan de toernooi-vorm vast. Voor Sijbrands was dat eens te meer het bewijs van malafide gedrag. 'Treuriger' was evenwel dat de wereldkampioen van weleer niet kon aantreden bij het WK van Den Haag, 'uitgerekend het toernooi waarin Tsjizjov slecht speelde'. 'Het was niet zo'n slechte typering in het radio-programma 'Hek van de Dam' dat me voortdurend een worst wordt voorgehouden die dan plotseling weer wordt weggetrokken. Ik denk dat ik ten onrechte op de zwarte lijst van de KNDB sta. Mijn grondrechten zijn niet geëerbiedigd. Van diverse kanten wordt me aangeraden naar de rechter te stappen, maar die gedachte vervult me nog met weerzin. Misschien moet ik uiteindelijk toch Belgisch ingezetene worden. Maar er moet iets gebeuren.'

Meer over