Misschien dient Lirie al als menselijk schild

Tranen komen vanzelf. Bijvoorbeeld als iemand de vraag stelt: 'Was het niet moeilijk om al die mensen in Pristina achter te laten?' Ardi, Benni, Jehona, Ilir, Vlera, Lirie......

Ze zitten nu in hun huis met de luiken dicht en de deur op slot te wachten tot iemand klopt. Of misschien zijn ze al opgepakt, zitten ze samen met duizenden anderen opeengepakt in en rond militaire objecten waar ze dienen als menselijk schild dat, als het wordt geraakt, de Servische wraakzucht een beetje zal bevredigen. Op wie moeten de Serviërs zich anders wreken? Het is heel goed mogelijk dat Ardi, Benni, Jehona, Ilir, Vlera, Lirie vandaag al dood zijn.

Dat dat schild bestaat, is vooralsnog een gerucht. Veel meer dan geruchten dringt niet naar buiten uit Kosovo, sinds donderdag de laatste journalisten uit Pristina zijn verdreven. Journalisten die in het veilige Skopje hun geweten proberen te sussen door de hele dag vergeefs te proberen hun achtergelaten vrienden en kennissen te bellen.

Soms lukt het iemand te bereiken. Contact met de tengere Lirie. Zij ging altijd mee 'het veld in', naar het front, naar het Kosovo Bevrijdings Leger UCK, naar de brandende dorpen. Nooit was iets gevaarlijk. Kom op, alles kan. Donderdagavond is ze in blinde paniek. Ze huilt en krijst door de telefoon. Ze is doodsbang, haar broer is nog thuis en mannen als hij- oud genoeg om 'terrorist' te zijn - worden doodgeschoten.

In twee wijken doorzoeken 'ze' al huis na huis. 'Ze'? De politie, de militie, de paramilitaire commando's? Lirie weet het niet. Ze weet niet hoe het met familie en kennissen gaat. Ze weet niets. Ze is alleen maar bang. 'Kom hier, kom toch hier' smeekt ze, alsof een handvol journalisten Lirie en haar familie nu nog kan beschermen.

Ook andere gesprekken komen door. Van vrienden, en van schaarse medewerkers van internationale organisaties die ondanks alles zijn achtergebleven. In de loop van vrijdag beginnen de berichten samen een vaag maar angstaanjagend beeld te geven. Meerdere bronnen melden dat de politie in Drenica vluchtelingen heeft bijeengedreven in de Fero Nikel, een fabriekscomplex waarin een flink wapenarsenaal ligt opgeslagen, en in een munitiefabriek in Srbica.

Getallen van vijftien- tot twintigduizend vluchtelingen doen de ronde. Volgens bronnen binnen het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft de Servische politie opdracht gekregen deze mensen vandaag af te slachten.

In alle grotere plaatsen zijn paramilitaire commando's actief. In Djakovica, in het zuidwesten van Kosovo, hebben dergelijke commando's volgens verschillende bronnen twintig mannen opgepakt en geëxecuteerd. In Pristina staat het US Information Centre, de Amerikaanse 'ambassade', in lichterlaaie. Er worden razzia's gemeld tegen intellectuelen, advocaten, journalisten.

De berichten over de Servische misdaden tegen de Albanezen in Kosovo zijn niet alleen vaag en onvolledig, ze zijn bovendien algemeen. Ze bevatten geen namen, en alleen namen tellen dezer dagen. Net als de gevluchte journalisten tellen ook de Albanezen en Serviërs elk uur van de dag angstig hun neuzen.

Radovans moeder heeft donderdagochtend om vijf uur heel even verbinding gehad met haar zus in Urosevac. Het gaat goed met de familie, zegt Radovan. Dat is belangrijk. Want er is een kruisraket op de stad gevallen. Slachtoffers? 'Ik weet het niet. De verbinding werd verbroken.'

Radovan is een Macedoniër, of een Serviër, of allebei. Hij woont in Skopje, maar meer dan de helft van zijn familie woont in het buurland. Veel Macedoniërs als hij hebben de afgelopen dagen in Skopje deelgenomen aan gewelddadige pro-Servische betogingen.

De naweeën daarvan worden vrijdagmiddag duidelijk. Een troosteloos konvooi vertrekt dan bij het Alexander Palace. Oranje jeeps van de OVSE en een witte jeep van Church Aid sukkelen achter elkaar aan; de ruiten ingeslagen, spiegels geamputeerd, deuken in de deuren. Het zijn de directe gevolgen van de demonstratie van een dag eerder, die ontaardde in aanvallen op de Amerikaanse ambassade en op het Alexander Palace, waar het tijdelijke hoofdkwartier van de OVSE is gevestigd.

Vrijdag staat een batterij televisiecamera's klaar om een nieuwe demonstratie vast te leggen. Maar de demonstranten blijven weg. Het protest komt niet buiten de binnenstad, verscholen achter een haag agenten. Geweld blijft uit. De leiders van de schermutselingen van donderdag zijn gearresteerd. Voor de OVSE zijn de rellen desondanks aanleiding om een groot deel van het personeel toch maar naar het meer van Ohrid te verhuizen. Daar is het rustig en mooi. Het meeste personeel wordt naar huis gestuurd. Als de NAVO Kosovo binnentrekt is de OVSE niet meer nodig, en als de NAVO Kosovo niet binnentrekt evenmin. De missie is voorbij.

Meer over