Miskend, maar nog lang niet verslagen

De zaal van schermmeester Kasper Kardolus veroverde zondag zijn 25ste teamkampioenschap van Nederland. De schermbond KNAS heeft ras-querulant Kardolus, 64 inmiddels, op een zijspoor gerangeerd....

door John Volkers

DE SCHERMWERELD in Nederland is als een dorp. Zij is klein, de meeste van de 2273 geregistreerde schermers weten te veel van elkaar. En door de zaalhouders wordt de particuliere nering van meester Kasper Kardolus, een stevig verbouwde toko in de nieuwbouwwijk, van oudsher gewantrouwd.

Het zijn de ingrediënten van een soap, waar Kardolus senior stevig om zou kunnen lachen, ware het niet dat hij de trieste kanten van dat dilletanterige dorpsleven te vaak aan den lijve heeft ondervonden. Wie hem evenwel treft na het zoveelste succes van zijn zaal, de 25ste nationale equipetitel van zondag, ontmoet een monter man die zich niet oud voelt.

'We hebben weer vreselijk uitgehaald op het NK equipe', meldt hij met plezier. Hij heeft het over een dubbele zege. 'We hebben de olympische selectie verslagen, die jongens van zaal Verwijlen die door de bond zo worden gesteund. En we hebben de KNAS (schermbond) en het NOCNSF verslagen. Heus, ze zijn nog lang niet van mij af.'

Hoe anders was de stemming deze zomer. Een gesprek in zijn pas verbouwde zaal had een hoog blues-gehalte. Het verdriet ging vooral over de uitsluiting van de nieuwe financiële middelen van de bond. Hij had gehoord van een aanvraag van 1,9 miljoen door de KNAS bij NOCNSF. Slechts de snik ontbrak bij de rondgang door het pand, dat is behangen met de memorabilia van 35 jaar schermen.

De vermoeide Kasper Kardolus begreep het allemaal niet zo goed meer. Hij had er, ten einde raad, zelfs een brief over gestuurd aan het team-de-mission van NOCNSF. Van technisch directeur Alberda had hij nog een brief teruggekregen en die zei het ook niet te begrijpen, maar dat hij zich niet in bondszaken kon mengen.

Hoe kon het, klaagde Kardolus dat hij toch nooit meer geraadpleegd werd door zijn bond? Waarom maakte toch niemand in de wereld der sabreurs, florettisten en degenschermers meer gebruik van zijn kennis?

Wie had immers meer verstand van zaken dan hij, Kasper Kardolus, van januari 1937 te 's Gravenhage, maître, kampioenenmaker en instructeur van toneelgezelschappen? Goed, hij was dan wel wat kilootjes zwaarder en wat jaartjes ouder, 'maar ze moeten nog maar van mij zien te winnen', die stelling durfde hij die middag nog wel aan.

Vooralsnog is de tegenstrever onzichtbaar. De bond treedt niet meer in het strijdperk met de nooit versagende Kardolus, de naam die synoniem is voor het gekissebis in de schermsport.

In Zoetermeer bestaat louter onbegrip. Natuurlijk heeft hij in 1994 en de paar lastige jaren erna aangekondigd afstand te nemen. Vooral het vertrek van Pernette Osinga, zijn Pernette Osinga, in december '95, was een klap. 'Ik heb bijzonder moeilijke jaren gehad toen, omdat ik hier niet van kon bestaan. Ik moest aan mijn pensioen denken. Ik heb eigenlijk nooit een gulden gehad. Voor de verbouwing die ik achter de rug heb, moest ik de bank nog overtuigen. Mijn cijfers waren niet fraai.

'Maar ik heb hier wel de beste schermers van de wereld gehad, uit Nederlands oogpunt bezien dan. Ik vind het bijzonder jammer dat de schermbond nu niet de man raadpleegt die een Pernette Osinga, een Indra Angad Gaur of een Stephane Ganeff heeft voortgebracht, wiens schermers op vier Olympische Spelen zijn geweest, die zoveel heeft gepresteerd op de drie wapens, dat de KNAS die man zomaar laat zwemmen.

'Ik heb altijd geprobeerd beter te zijn dan de anderen. Ik heb deze schermzaal gebouwd in 1976, omdat ik vond dat zo'n zaal in Nederland ontbrak. Nu proberen ze me op alle fronten na te doen. Prachtig hoor. Maar het heeft zoals die zaal in Arnhem, miljoenen gekost en zijn daar nou zoveel kampioenen uit voortgekomen? Ik vind het fijn dat het er is, maar aan mij hebben ze nooit gedacht. De schermbond was niet voor toen er over subsidie voor mijn verbouwing gesproken werd. Maar ze gaan wel de hele wereld over met mijn schermers.'

Kardolus was bij de KNAS vele jaren min of meer in beeld, als beoogd technisch manager. Niemand had zoveel verstand van zaken. Hij schreef in '96 een plan, waarbij hij als coördinator vier trainers onder zich zou nemen. Die aanpak is er nooit gekomen. De tegenwoordige topsportcoördinator Oskam werkt volgens andere stramienen en hij is ook niet in Zoetermeer geweest.

'Ik vind dat zo'n man als eerste met Kasper Kardolus zou moeten praten. Zij moeten toch zien dat ik er wat van maak. Wat denk je ervan, Kasper? Maar dat is nooit gebeurd. Waarom? Ik kom niet voort uit die verenigingen, ik ben een particulier. Dat is de enige reden die ik kan bedenken.'

Zijn aversie tegen officials is van oude tijden. Als actief schermer, 'ik was internationaal kampioen van Duitsland', werd hij niet naar de Spelen van Mexico uitgezonden. 'Het was niet kosjer.' Hij werd door de bond prof verklaard, 'terwijl ik voor de belasting nooit een positief inkomen heb gehad.'

Hij stoomde de sabreur Eddie Ham klaar voor de Spelen van 1972, maar hij mocht niet mee als trainer. Een bestuurslid begeleidde Ham. 'Ik was in een oude Audi heel Europa doorgecrosst met die jongen, zoals ik later met Stephane Ganeff, Pernette Osinga en al die anderen heb gedaan. Zonder er een cent voor te krijgen. Want er was geen geld. Maar voor het grote moment kon ik thuisblijven. Een dan heb je natuurlijk kritiek op die mensen van het bestuur en dan mogen ze je niet meer, omdat je kritiek hebt.'

Hij is nooit meer uit die rol gekomen. In '88 kreeg hij steun van de media - hij noemt wijlen Volkskrantverslaggever Hans van Wissen - toen er een kwartet schermers naar Seoul ging, onder wie drie pupillen en twee zoons (Olaf en Erwin) van hem, en hij moest thuisblijven. 'Toen hebben heel lichtgevende krachten ervoor gezorgd dat ik toch nog meekon.'

Hij zet zich nog altijd met gemak af tegen de bond, omdat die zestigduizend gulden aan de Oekraïense trainer, Goloebitski, van Indra Angad Gaur, besteedde. 'Dat spande de kroon. Het is kwalijk dat zo iemand zomaar zestig mille krijgt voor een leerling die ik gebracht heb. Dat je dan niet eerst aan je eigen mensen denkt.'

Zelf vroeg hij 150 duizend gulden opleidingsgeld van Defensie voor zijn vertrokken pupillen Tol en Osinga. 'Als mijn mensen zo goed zijn, neem mij dan aan als een soort generaal.'

Als je al die verhalen aanhoort en een zekere moedeloosheid bespeurt, verwacht je het werpen der handdoek. Fel: 'Ik houd niets voor gezien. Ik heb verbouwd, een nieuwe ruimte gemaakt. We verdienen geld met clinics, mijn zaakjes zijn weer op orde. Ik sta klaar voor ze.'

Zijn ambitie is nog één keer zich te bewijzen, trachten in Athene aanwezig te zijn. 'Ik wil het nog beter doen dan de voorbije twintig jaar. Dat ze in het buitenland weer denken: die boerenhollander heeft toch maar succes.'

Dat gevoel had hij toen Pernette Osinga in Hongarije de Masters-titel won. 'Ik liep 25 meter naast mijn schoenen. Ik kon wel een potje huilen. Daarvoor hadden we al die jaren hier samen in de zaal gestaan.'

Meer over