Miramesí dankt nieuw begin aan God en Miller

Acht kilometer ten noorden van Tegucigalpa, op de glooiende heuvels langs de weg naar de provincie Olancho, kappen honderden Hondurezen 's morgens vroeg met machetes de cactussen en het struikgewas weg....

Van onze verslaggever

Art van Iperen

TEGUCIGALPA

Ondanks de kou en de wind is de sfeer bijna euforisch. De vrouwen bakken tortilla's, de kinderen doen spelletjes en de mannen hakken, lachen en slijpen onder het eten hun kapmessen. Ze zijn allemaal slachtoffer van de orkaan Mitch. In de nacht van 31 oktober 1998 werd Miramesí, hun krottenwijk in Tegucigalpa, door de Choluteca-rivier weggevaagd. In een klap waren de 1285 bewoners alles kwijt.

Doordat ze net op tijd waren geëvacueerd, vielen er geen doden. Maar vanaf de hoger gelegen krottenwijk Buenos Aires zagen ze hoe de kolkende Choluteca al hun bezittingen meesleurde. Binnen enkele uren was Miramesí weggevaagd.

Drie maanden later is het nog steeds een woestenij. De rivier, de grote boosdoener, is weer een stinkend, door lijken en uitwerpselen besmet stroompje. Op de oever aan de overkant vechten gieren om een stuk vlees. Hier en daar ligt nog een verwrongen spiraal van een bed, een verroest karkas van een auto en een damesschoen. Twee kleuters spelen in de blubber, waar ook al weer wat brandnetels groeien. Niemand mag hier ooit nog wonen, want het gevaar van nieuwe overstromingen en landverschuivingen blijft bestaan.

De bewoners van Miramesí hebben het geluk dat de Amerikaanse vrijwilliger Michael Miller al zijn tijd en energie steekt in het oplossen van hun problemen. Hij zamelde in de Verenigde Staten 45 duizend dollar in om een nieuw stuk land te kopen. Hij onderhandelt met de gemeente en buitenlandse organisaties om zo snel mogelijk een nieuw Miramesí te kunnen bouwen.

'Dankzij God en Michael Miller kunnen we een nieuw begin maken', glundert Ricardo Canales, een van de oudste inwoners. 'We zullen hard moeten werken, maar we zijn optimistisch over onze nieuwe toekomst in Villa Linda Miller.' De bewoners hadden aanvankelijk besloten hun nieuwe gemeenschap naar Michael Miller te noemen, maar dat vond hij te veel eer.

'Ik heb toen maar voorgesteld dat ze mijn moeders naam gebruikten. Linda betekent toevallig nog ''mooi'' in het Spaans ook.'

Miramesí heeft geluk gehad. Volgens Miller kan Villa Linda 'een modelgemeenschap' worden, een voorbeeld voor de duizenden andere daklozen in Tegucigalpa. Als er geen geld was geweest om grond te kopen, zouden ze, net zoals de andere slachtoffers in Tegucigalpa, zijn ondergebracht in opvangkampen met een vage toezegging van de regering dat ze over een jaar recht hebben op een nieuw huis op een veilige plek.

'Wij hebben nu de grond, en de huizen zullen er spoedig komen, want de hulporganisaties hebben voldoende geld om huizen te bouwen, maar geen grond. De bewoners gaan hun nieuwe gemeenschap zelf opbouwen.'

Een verslaggeefster van de National Geographic loopt bewonderend rond op de bouwlocatie. Ze werkt aan een groot verhaal over de wederopbouw in Midden-Amerika. 'Ik heb al veel projecten bezocht, maar dit is het allerbeste. Nergens is de solidariteit en de hoop onder bewoners zo groot als hier.'

Villa Linda is een gunstige uitzondering op de trage wederopbouw van Honduras. Duizenden daklozen in Tegucigalpa hebben de afgelopen tweeënhalve maand bij familie doorgebracht of verbleven opgepropt in scholen, sporthallen en kerken. Omdat het schooljaar weer is begonnen, moeten ze de scholen verlaten.

Veel daklozen wonen sinds deze week in zogeheten macroalbergues, grote opvangkampen met houten prefab-huisjes. 'Voorlopig voor dertien maanden, maar dat zal wel langer gaan duren', denkt Miller, 'want het gemeentebestuur heeft geen geld om grond te kopen en nieuwe huizen te bouwen. De buitenlandse financiële hulp is in handen van de regering en die heeft andere prioriteiten: wegen, bruggen, scholen en opvangkampen.'

Net als vele andere hulpverleners vreest ook Miller dat de opvangkampen met hun duizenden bewoners spoedig een broedplaats zullen worden voor besmettelijke ziekten, criminaliteit, milieuvervuiling en prostitutie.

'Het is een verschrikkelijke situatie', meent Salvador Suazo, directeur van Cedec, een organisatie die met steun van de Nederlandse medefinancieringsorganisatie Bilance woningbouwprogramma's op gang probeert te brengen. 'De gemeente heeft geen geld om nieuwe terreinen te kopen voor de permanente huisvesting van de daklozen. En als er geen nieuwe colonias komen, zullen de slachtoffers op den duur terugkeren naar hun oude wijken, die, zo heeft Mitch bewezen, op levensgevaarlijke plaatsen liggen.'

Leonidas Avila, directeur van Icade, een andere partner van Bilance, is een van de weinige hulpverleners die kritiek durven te leveren op de regering en het gemeentebestuur.

'Rond Tegucigalpa ligt nog voldoende veilig land waarop nieuwe wijken kunnen worden gebouwd', zegt Avila, 'maar sinds Mitch hebben sommige landeigenaren hun prijs vervijfvoudigd. De regering zou moeten zeggen: het nationale belang vereist dat de daklozen en boeren een ander stuk grond krijgen, maar dat gebeurt niet, omdat de regering het establishment vertegenwoordigt. De regering beschermt de belangen van de grootgrondbezitters. Zonder land komen er geen huizen voor de daklozen.'

Volgens Avila heeft Honduras nog steeds geen uitgewerkt plan voor de wederopbouw. 'Er las laatst iemand op de radio een lijst voor met maatregelen die moeten worden genomen om een nieuwe ramp te voorkomen. Het bleek een lijst uit 1974 te zijn, opgesteld na de ramp die de orkaan Fifi toen veroorzaakte. De afgelopen vijftien jaar is er niets gedaan tegen de ontbossing. Er is geen rivier uitgebaggerd, er is geen dijk aangebracht om overstromingen te voorkomen.'

Meer over