Nieuws

Ministerie negeerde wekenlang smeekbeden om evacuatie bewakers ambassade Kabul

Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft tijdens en na de val van Kabul wekenlang smeekbeden om evacuatie van de lokale bewakers en andere medewerkers van de Nederlandse ambassade genegeerd. Dat blijkt uit correspondentie tussen het departement en het bedrijf dat de bewakers leverde.

Arnout Brouwers
Afghanen proberen op 19 augustus de luchthaven in Kabul binnen te komen voor evacuatie uit Afghanistan nadat de Taliban de macht hebben overgenomen. Beeld Getty
Afghanen proberen op 19 augustus de luchthaven in Kabul binnen te komen voor evacuatie uit Afghanistan nadat de Taliban de macht hebben overgenomen.Beeld Getty

Uit die correspondentie, die de Volkskrant in handen heeft, blijkt dat er uitdrukkelijke verzoeken lagen van de directeur van het bedrijf (Asman Abi Construction, Supply and Services) aan toenmalig minister Kaag, en ook latere verzoeken aan de crisisstaf van Buitenlandse Zaken. Een brief, waarin de noodklok werd geluid over de lokale ambassademedewerkers die niet onder direct contract van de ambassade stonden, werd ook aan Tweede Kamerleden gestuurd. De brief was een van de aanleidingen voor het indienen van de motie-Belhaj om naast tolken ook andere Afghanen die Nederland hadden bijgestaan te evacueren.

‘Aankomende dinsdag zal ik dit verzoek dan ook neerleggen en de hoop uitspreken dat alle politieke partijen zich hiervoor positief uitspreken’, schreef D66-Kamerlid Belhaj aan de directeur van het bedrijf op 15 augustus, de dag dat Kabul viel. De motie werd twee dagen later aangenomen, maar de meer dan 170 medewerkers (onder wie circa 110 bewakers) zitten nu nog steeds nog in Kabul. Per eind december worden ongeveer 150 van hen ontslagen.

Loyale oud-werknemers

Tijdens de actieve fase van evacuatie is het bedrijf gevraagd om een lijst met medewerkers die langer dan tien jaar voor de ambassade werkten, een indicatie dat het ministerie zelf met deze groep loyale oud-werknemers in haar maag zat. De lijst bevatte meer dan dertig namen van oudgedienden. Maar noch deze mensen, noch de anderen kregen iets te horen.

Bij latere navraag, begin oktober, reageerde een medewerker van de crisisstaf op het ministerie dat ‘zoals we eerder berichtten’ de namenlijst was doorgestuurd naar de sectie die zich bezighoudt met het valideren van verzoeken. ‘Ik vertrouw erop dat ze snel met u contact zullen zoeken.’ Maar dat gebeurde niet, zeggen bronnen in het bedrijf.

De bewakers en andere medewerkers kregen pas uitsluitsel nadat de Volkskrant vorige week over hun lot publiceerde en het departement bekendmaakte ze niet te zullen evacueren. Reden was volgens het ministerie dat in de Afghanistan-Kamerbrief van 11 oktober van minister Knapen en de discussie in de Kamer twee dagen daarna het criterium zou zijn vastgelegd dat deze mensen niet in aanmerking kwamen omdat ze niet direct in dienst waren van de ambassade. Ook Knapen gebruikte dit argument vorige week tegenover de Kamer, hij sprak van ‘heldere criteria’.

Nieuwe argumenten

Niettemin ontbrak dit criterium in die brief en het debat. Woensdag stuurde Knapen daarom een nieuwe brief over deze oud-helpers van de ambassade, met nieuwe argumenten tegen hun evacuatie. Volgens politicoloog Sara de Jong, gespecialiseerd in de omgang van westerse landen met hun Afghaanse personeel, is de handelswijze van Buitenlandse Zaken kenmerkend. ‘Er komt altijd alleen een reactie als een Nederlandse politicus, of journalist of expert, navraag doet. Niet als een Afghaan zich meldt en zegt: Ik ben in gevaar, help me alstublieft. Dat blijkt nu weer.’

In de aanloop naar de val van Kabul gold er een duidelijk onderscheid tussen ambassadepersoneel dat wel of niet direct onder Nederlands contract stond. Dat onderscheid verviel met de motie-Belhaj, die deze mensen nieuwe hoop gaf. Niettemin heeft het kabinet nu besloten deze (diverse) groep ambassademedewerkers en -bewakers af te wijzen, terwijl dezelfde categorie medewerkers door de Conservatieve Britse regering wel is aangemerkt voor evacuatie.

Verontwaardiging op verontwaardiging over benoeming De Grave in Afghanistan-commissie
In een debat donderdag over de benoeming door het kabinet van oud-minister en VVD-coryfee Frank de Grave als voorzitter van een ‘externe en onafhankelijke commissie’ die de evacuatie uit Afghanistan moet gaan onderzoeken, zijn de ministers Knapen (Buitenlandse Zaken, CDA) en Kamp (Defensie, VVD), met ‘volledige steun’ van de demissionaire coalitiepartijen VVD, CDA en D66, hard gebotst met de linkse en rechtse oppositie.

Dat de oppositie De Graves benoeming afwijst, omdat hij dan ook de rol van drie VVD-bewindslieden (Rutte, Blok, Broekers-Knol) kritisch tegen het licht moet houden, en dat over dit gevoelige onderwerp ‘elke schijn van belangenverstrengeling’ (Piri, PvdA) moet worden voorkomen, stuitte op grote verontwaardiging van de coalitie. Volgens Kamp ‘siert dit het parlement niet’. Knapen verwierp de vraagtekens, sprak over een ‘traditie’ en waarschuwde voor ondermijning van de politieke cultuur. Ook Boswijk (CDA, eerder kritisch), Belhaj (D66) en Brekelmans (VVD) stonden pal achter de keus voor de Grave. De ChristenUnie was afwezig.

‘Ik heb het gevoel dat ik tegen een muur aanpraat’, zei Jasper van Dijk (SP), die wees op de ‘constructieve (alternatieve, red.) voorstellen’ van de oppositie. Over een motie van Kati Piri (PvdA), waarin wordt gevraagd om een ‘gepast nieuw voorstel’ wordt dinsdag gestemd. Met een van de alternatieve partijen, het Niod (Nederlands Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies), praat het kabinet al over een rol bij de grootse evaluatie van twintig jaar Afghanistan, zei Knapen.

Meer over