Minister zonder macht. De eenzame politieke strijd van Robert Reich

NA EEN VIERJARIG verblijf op 'de planeet Washington' heeft Robert Reich, de enige linkse Democraat in de eerste regering-Clinton, een scherpzinnig en soms hilarisch boek geschreven over zijn wederwaardigheden als minister van Arbeid en 'Friend of Bill' (FOB)....

Toch heeft zijn besluit om niet terug te keren in de tweede regering van Clinton weinig te maken met zijn bijna hopeloze strijd om de kloof tussen arm en rijk te overbruggen. Zijn Brits-Amerikaanse vrouw en twee opgroeiende kinderen hielden het niet langer uit in het officiële Washington met zijn eigen mores, verhullend taalgebruik, jungle-achtige wetten en opgeblazen persoonlijkheden.

Reich wist uit ervaring dat het ministerschap onverenigbaar is met het actief opvoeden van zijn zoons Adam en Sam. Hij koos na grote aarzelingen - ook hij was verslaafd geraakt aan het politieke bedrijf - en enkele knallende ruzies met echtgenote Clare, die haar werk als directeur van een bureau voor gezinsproblemen wilde hervatten, voor zijn gezin.

Zijn persoonlijke belevenissen als minister van Arbeid vormen de eerste laag van Locked in the Cabinet. Vooral zijn entree op het 'in neo-fascistische stijl opgetrokken' departement van Arbeid in Washington beschrijft hij met veel zelfspot. Hij raakt in de eerste weken een aantal malen verdwaald in het gebouw, omdat hij als 'modern minister' zonder begeleiding van zijn staf contact zoekt met gewone ambtenaren. Als hij gaat lunchen in de kantine, wordt hij niet herkend, laat staan dat lagere ambtenaren - er werken in totaal achttienduizend mensen - zijn naam kennen.

Onder het ministerie blijkt de geheime bunker te liggen waar de president en zijn ministers zich terugtrekken bij een nucleaire aanval op Washington. Als hij in conspiratieve sfeer gevraagd wordt naar de bunker te komen, verwacht hij tekst en uitleg te krijgen over de te volgen procedures in oorlogstijd. In plaats daarvan moet hij een plas doen in een flesje: zelfs ministers moeten zich onderwerpen aan de verplichte drugstest.

De beschrijving van een van de eerste, volwaardige ministerraden op het Witte Huis is hoogst komisch. Onderwerp van beraad is het verkleinen van de bureaucratie met onmiddellijke ingang. Een collega meldt trots het aantal departementale limousines te hebben verminderd van vijf naar twee. Een andere minister is nog drastischer: zij heeft alle limousines afgeschaft. 'Ik heb de eetzaal voor topambtenaren gesloten', roept een andere minister. Verdomme, denkt Reich, dat had ik ook willen zeggen. In een poging mee te doen stelt hij voor dat alle ministers voortaan gewoon 'coach' (toeristenklasse) gaan vliegen. Er valt een diepe stilte, die wordt verbroken door minister van Financiën Bentsen, die op verachtelijke toon zegt: 'Coach? I don't believe that would be appropriate.'

Als Democraat en minister van Arbeid had hij gedacht met Democratische Congresleden en de vakbeweging bondgenootschappelijke relaties te ontwikkelen. Dat viel in de praktijk zeer tegen. Vooraanstaande Democraten in het Congres bleken meer geïnteresseerd in het handhaven van hun eigen machtspositie dan in het steunen van Clintons beleid. En vakbondsbestuurders wantrouwden de linkse intellectueel. 'Wat weet jij nou van gewone werknemers. Je kunt, goddammit, niet eens een schroevendraaier vasthouden.' En: 'Kun je niet eens ophouden met dat gelul over permanente scholing en het wisselen van werk? Daar worden onze leden bloednerveus van', kreeg Reich veelvuldig te horen van vakbondsbestuurders. De AFL-CIO vergaf het hem niet dat hij - met Clinton - het Noord-Amerikaans vrijhandelsverdrag (Nafta) met Canada en Mexico verdedigde.

Als minister ontbeert hij ervaring op het gebied van de politiek en het management en hij moet daardoor regelmatig nederlagen incasseren. Als hij in

Oklahoma een fabriek wil dwingen onveilige machines te vervangen, ontdekt hij de grenzen van zijn macht. In plaats van zich te schikken sluit de onderneming de fabriek en elfhonderd mannen en vrouwen worden werkloos. Onder druk van een razende vakbeweging en een bijkans hysterische pers wordt minister Reich gedwongen een toontje lager te zingen.

De tweede laag - en tevens de rode draad - van Locked in the Cabinet wordt gevormd door de beschrijving van zijn relatie met de Clintons. Hij kende hen al vanaf hun studententijd en beschouwde Bill en Hillary als idealistische politici die zijn ideeën over arm en rijk, de noodzaak van training en opleiding en de rol van de overheid deelden. Reich speelde een rol bij het opstellen van Putting People First, het linksige verkiezingsprogramma van Clinton en Gore.

Nog geen maand na de inauguratiefestiviteiten in januari 1993 ontdekte hij tot zijn ontzetting dat van al die mooie plannen weinig terecht zou komen. Was tijdens de verkiezingscampagne het investeren in mensen, onderwijs en infrastructuur het centrale thema van Clinton, eenmaal in het Witte Huis kreeg het verlagen van het overheidstekort absolute prioriteit.

Reich werd gewaar dat de echte macht in Washington ligt bij de voorzitter van de Federal Reserve Bank, Alan Greenspan, en bij diens acolieten Bentsen, minister van Financiën, en Rubin, Clintons belangrijkste economische adviseur. Uit nieuwe cijfers bleek in 1993 dat het begrotingstekort sneller steeg dan verwacht en bij ongewijzigd beleid in 1996 zou uitkomen op 370 miljard dollar. Alle idealistische plannen voor het creëren van werkgelegenheid, het verhogen van het minimumloon en meer geld voor het onderwijs en het verbeteren van de binnensteden werden overboord gekieperd.

Toen hij Clinton trachtte te overtuigen van de noodzaak de tweedeling in de VS te bestrijden en maatregelen te nemen om het gevoel van onzekerheid in de middenklasse te bestrijden, merkte hij dat Clinton er met zijn gedachten niet bij was. Op 13 februari 1993 noteerde hij: 'Mijn invloed heeft een nieuw dieptepunt bereikt. Ik heb vandaag in het Oval Office een slapende president toegesproken.' Reich stond meestal zo ver af van het politieke centrum in het Witte Huis dat hij in de wandelgangen en zelfs op de parkeerplaats van stafmedewerkers probeerde te achterhalen wat er allemaal aan de hand was.

Wolf Blitzer, de Witte Huis-correspondent van CNN, is op vrijwel ieder moment van de dag of de week beter geïnformeerd over de plannen van de president dan een kabinetsminister, verzucht Reich. Met uitzondering van de ministers van Buitenlandse Zaken en Financiën spelen ministers nauwelijks een politieke rol. Zij zijn schaakstukken die door het Witte Huis naar believen worden verzet. Jonge medewerkers van de president, soms de dertig niet eens gepasseerd, konden Reich naar believen sturen. Hij beval dan ook dat opdrachten van Witte Huis-snotneuzen genegeerd dienden te worden.

De enige weg om zijn denkbeelden over het minimumloon, het verbeteren van scholingsmogelijkheden en de hervorming van de anti-stakingswetgeving kenbaar te maken aan de president, liep via Hillary Rodham Clinton. Zij adviseerde Reich zijn voorstellen op papier te zetten zonder briefhoofd en uitsluitend te ondertekenen met zijn initialen. De gewone weg via de chef-staf, eerst McLarthy en later Panetta, was onbegaanbaar. Vooral Panetta, een rechtse Democraat en begrotingshavik, moest niets hebben van de denkbeelden van Reich.

Pas na de voor Clinton en de Democraten vernietigende tussentijdse verkiezingen van 1994 kreeg Reich meer gehoor. Clinton nam enkele van zijn voorstellen alsnog serieus en Reich zag zijn voorstellen voor het verhogen van het minimumloon en de stakingswetgeving realiteit worden.

Het hernieuwde vertrouwen in het idealisme van zijn vriend Bill kreeg echter snel weer een deuk, toen hij ontdekte dat de president Dick Morris, een professionele adviseur, een regelaar en ritselaar met principes die niet dieper gaan dan de bodem van een bierglas, in dienst had genomen. Morris ('Als de wind naar rechts waait, gaat Clinton naar rechts; als de wind naar links waait, gaat hij naar links.') is een persoon die bij Reich nog altijd enorme weerzin opwekt.

Een absoluut dieptepunt was Clintons besluit over de drastische afslanking van de toch al broodmagere bijstandswetgeving. Dat was een puur opportunistische beslissing, omdat Clinton en Morris wilden voorkomen dat de Republikeinen munt sloegen uit deze zwaar beladen kwestie.

Al voordat hij minister werd, stelde Reich zichzelf vragen over de Clintons. 'Ik heb eigenlijk nooit begrepen hoe zij idealen en ambities met elkaar verenigen. Waar ligt hun grens? Welke idealen en welke vrienden offeren zij op? Welke niet?' Hij snapt dat zij idealen hebben, maar ook ambitieus zijn en, in het geval van de president die hij consequent aanduidt met het afstandelijke B., ook uit zijn op macht.

Impliciet geeft Reich in Locked in the Cabinet antwoord op die vragen, maar - en dat maakt zijn verslag alleen maar overtuigender - hij onthoudt zich van een keihard oordeel. Uiteindelijk is hij een milde intellectueel, die onderkent hoe gecompliceerd het leven in politiek Washington met een over Republikeinen en Democraten verdeelde overheid is.

Oscar Garschagen

Robert B. Reich: Locked in the Cabinet.

Alfred A. Knopf, import Nilsson & Lamm; 338 pagina's; ¿ 58,75.

ISBN 0 375 40064 8.

Meer over