nieuwssalaris omroepdirecteuren

Minister Slob maakt einde aan ‘bron van ergernis’: topsalarissen omroepbestuurders flink gekort

De meeste omroepdirecteuren moeten salaris inleveren. Vooral bestuurders van kleine publieke omroepen worden fors gekort. Dat staat in een brief die minister Arie Slob (media) donderdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media) tijdens een overleg in de Tweede Kamer over passend onderwijs.Beeld ANP

Dat salarissen in Hilversum hoog zijn, is volgens Slob al jaren ‘een bron van toenemende ergernis’ in de samenleving. Toch ontvangen veel omroepbestuurders nog altijd (bijna) het maximaal toegestane salaris, de Balkenendenorm. Die norm stijgt 1 januari naar 209.000 euro.

Vooral het inkomen van bestuurders van kleinere omroepverenigingen staat in geen verhouding tot de omvang van de organisatie, stelt de minister. ‘Op dit vlak heeft de sector geen zelfreinigend vermogen getoond. Met publiek geld moet je zorgvuldig omgaan.’

Categorieën

Het kabinet gaat omroepen indelen in vier categorieën, op basis van ledenaantal en het publiek dat ze bereiken. Het maximumsalaris van bestuurders daalt naar 148.000 euro bij onder andere Powned, WNL en de meeste regionale omroepen; naar 176.000 euro bij de NTR en naar 193.000 euro bij de EO, VPRO en Omroep MAX.

In de praktijk moeten zo’n 25 van de bijna veertig topbestuurders salaris inleveren. Directeuren van bestuursorgaan NPO, de NOS en grote fusieomroepen als BNNVara worden niet gekort, omdat hun werk ‘complexer’ zou zijn.

Zittende bestuurders die de norm overschrijden, krijgen zeven jaar om hun salaris af te bouwen. 

1,5 ton is ook mooi

Een van hen is Bert Huisjes, directeur-hoofdredacteur van WNL. Huisjes kan ermee leven dat hij salaris moet inleveren. ‘Het is uiteindelijk aan de politiek’, zegt hij. ‘Ik ga er ook niet heel veel op achteruit. Nu kost ik WNL zo’n 170.000 euro per jaar, inclusief werkgeverslasten, auto, en dergelijke. 148.000 euro is ook een hartstikke mooi bedrag: ik zal niet van armoede omkomen. ’

Huisjes vindt het wel raar dat WNL in de laagste categorie belandt. ‘We hebben als nieuwe omroep, opgericht in 2009, een groot publiek bereikt. Het heeft me veel tijd en energie gekost om te bewijzen dat we bestaansrecht hebben. Volgens mij is dat veel moeilijker dan het beheren van een omroep die langer bestaat.’

Nieuwe omroepen

Volgens Huisjes is het geen toeval dat Slob ingrijpt terwijl aspirant-omroepen proberen zich het bestel in te vechten. Woensdag bleek dat omroep Zwart de benodigde 50 duizend leden binnen heeft, Ongehoord Nederland, van onder anderen Arnold Karskens, heeft er nog ruim 7 duizend nodig, vóór eind dit jaar. Daarna is het woord aan allerlei instanties, die onder meer moeten beoordelen of aspirant-omroepen iets toevoegen aan het bestel.

Huisjes: ‘Het is moeilijk aan de samenleving te verkopen dat er kleine clubjes bij komen met directeuren die dik twee ton zouden gaan verdienen. Volgens mij is de minister bang dat nieuwe omroepbestuurders hardop zeggen: wij doen het alleen maar voor het geld.’

Presentatoren

Een woordvoerder van Slob spreekt dat tegen: de plannen zouden niets te maken hebben met de mogelijke komst van nieuwe omroepen.

De minister beklemtoont dat Hilversum er steeds beter in slaagt topsalarissen van presentatoren in te dammen. De nieuwe maatregel geldt niet voor deze groep; daarvoor was al een regeling. Presentatoren mogen sinds 2017 niet meer verdienen dan de Balkenendenorm, maar lopende contracten worden gerespecteerd. Vorig jaar zaten er nog acht boven het maximum.

Meer over