Nieuws

Minister Koolmees: plannen voor pensioen na 45 werkjaren van de baan

Wie met pensioen wil en AOW wil krijgen, moet op leeftijd zijn. Er komt geen variant waarbij na 45 jaar werken het pensioen ingaat. Dat zou te duur worden en te moeilijk uitvoerbaar. Bovendien is er geen administratie die betrouwbaar aangeeft of mensen 45 jaar gewerkt hebben.

Gepensioneerden pauzeren tijdens een fietstocht door de Achterhoek. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Gepensioneerden pauzeren tijdens een fietstocht door de Achterhoek.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Dit schrijft minister Wouter Koolmees (D66) van Sociale Zaken aan de Tweede Kamer. In het Pensioenakkoord van vakbeweging, werkgevers en kabinet over vernieuwing van het pensioenstelsel is vorig jaar onderzoek afgesproken naar de mogelijkheid om pensioen na een aantal jaar werken, bijvoorbeeld 45 jaar, te laten ingaan. Dat onderzoek van alle partijen samen is in januari gepubliceerd. Koolmees verbindt daar nu conclusies aan.

Koolmees schrijft dat zo’n nieuwe regeling, waarbij het begin van het staatspensioen AOW ‘gekoppeld wordt aan het aantal dienstjaren, zowel juridisch als qua uitvoering zeer complex is en bovendien ondoelmatig is’.

Doelgroep

De regeling werd onderzocht als mogelijkheid voor vroegpensionering van laagopgeleiden die vroeg zijn gaan werken en voor mensen met een zwaar beroep. Maar die groep wordt niet uitsluitend bereikt, meent Koolmees. ‘Weliswaar vallen relatief veel lageropgeleiden binnen de doelgroep, maar middelbaar- en hogeropgeleiden vormen samen in absolute aantallen het merendeel van de groep werkenden met 45 dienstjaren.’

Er is ook geen sluitende administratie over het aantal gewerkte jaren. De Belastingdienst kan voor zelfstandigen twaalf jaar terugkijken. Het UWV heeft voor werknemers in loondienst gegevens vanaf 1998.

Als het staatspensioen na 45 jaar werken zou worden ingevoerd, heeft dat grote gevolgen, schetst Koolmees. Op basis van gegevens van het CBS schat hij dat eenvijfde van de 65-jarigen voor zo’n pensioen in aanmerking zou komen. Dat loopt de komende jaren op door de voorziene verhoging van de AOW-leeftijd. De kosten zouden dan stijgen van 2 miljard euro extra uitgaven aan AOW in 2026 tot 5 miljard euro extra in 2038. ‘Dat zou forse gevolgen voor de overheidsfinanciën kunnen hebben. De kosten en het gebruik voor een publieke regeling liggen naar verwachting hoger dan bij een cao-regeling tussen werkgevers en werknemers’, schrijft Koolmees.

Daarmee legt hij de bal voor vroegpensioenregelingen bij vakbeweging en werkgevers, die daarover in cao’s afspraken kunnen maken. Tot 2026 hoeven werkgevers geen belasting te betalen over uitkeringen tot AOW-niveau aan werknemers die maximaal drie jaar vóór hun AOW-verjaardag stoppen met werken.

Meer over