Nieuws

Minister De Jonge moet eind november besluiten of hij inzage geeft in duizenden vertrouwelijke coronadocumenten

Demissionair minister Hugo de Jonge moet uiterlijk 30 november beslissen of hij duizenden vertrouwelijke coronadocumenten openbaar gaat maken die de NOS en NTR hebben opgevraagd. Gebeurt dat niet, dan moet het ministerie een dwangsom van 100 euro per dag per Wob-verzoek betalen.

Demissionair Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid bij aankomst op het Binnenhof voor de wekelijkse ministerraad. Beeld ANP
Demissionair Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid bij aankomst op het Binnenhof voor de wekelijkse ministerraad.Beeld ANP

Dat heeft de Raad van State vandaag bepaald in een zaak die de omroepen hebben aangespannen.

De omroepen achter het programma Nieuwsuur hebben bij de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) eind mei 2020 drie verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) ingediend over de coronacrisis en de bestrijding ervan. Deze wet stelt burgers in de gelegenheid documenten op te vragen bij de overheid. In de praktijk maken met name journalisten gebruik van de Wob.

De drie verzoeken gaan over de periode tussen december 2019 en mei 2020. Nieuwsuur wil graag inzage hebben in documenten over de communicatie tussen het Outbreak Management Team, het ministerie van VWS en het Bestuurlijk Afstemmingsoverleg, over het gebruik van digitale middelen in de bestrijding van het coronavirus en over de besmettelijkheid onder kinderen.

Volgens minister De Jonge gaat het bij de verzoeken van de NOS en NTR om bijna 25 duizend documenten. Daarnaast staan er nog 240 gelijksoortige verzoeken open, waardoor het ministerie in totaal over bijna 2 miljoen documenten moet beslissen of ze openbaar worden gemaakt.

Weinig tijd door corona

Sinds het uitbreken van de coronacrisis hanteert het ministerie een nieuwe werkwijze om met de Wob om te gaan. Het zou niet haalbaar zijn om alle verzoeken individueel te behandelen en daarom publiceert het periodiek zelf geselecteerde documenten.

Deze werkwijze werd al eerder van tafel geveegd door een rechter die eind juni 2021 oordeelde dat elk verzoek individueel moet worden behandeld. Ook de NOS en de NTR waren het niet met de aanpak eens. Volgens hen heeft de minister met deze werkwijze niet op tijd een beslissing genomen op hun drie verzoeken en staat de Wob deze werkwijze niet toe.

Woensdag oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State echter dat deze werkwijze niet in strijd is met de wet, aangezien de Wob een gefaseerde besluitvorming toestaat. De Raad heeft ‘begrip’ voor het feit dat er door de coronacrisis minder of geen tijd was voor de behandeling van Wob-verzoeken.

Dwangsom

Tegelijkertijd ziet de Raad van State ook dat de minister de ernst van de gebrekkige informatievoorziening te laat heeft ingezien en hiermee ‘onvoldoende rekening heeft gehouden met het feit dat de coronapandemie voor burgers en ondernemingen tot ingrijpende maatregelen en hevige maatschappelijke discussies heeft geleid’.

Journalisten moeten volgens de Raad van State hun taak als ‘publieke waakhond’ kunnen vervullen en daarom is het van belang dat de minister zo snel mogelijk een besluit neemt over alle Wob-verzoeken.

De Jonge heeft tot 30 november 2021 om een volledig besluit te nemen over de verzoeken van de NOS en NTR. Doet de minister dat niet, dan moet hij de omroepen een dwangsom van 100 euro betalen voor elke dag dat hij te laat is met openbaarmaken van de documenten, met een maximum van 15 duizend euro.

Het ministerie meldt dat zo snel mogelijk en maximaal transparant zijn over de bestrijding van de coronacrisis voorop staat.

Meer over