Minimalisme in nieuw pak

Met het programma City Life keert Orkest de Volharding in zekere zin terug naar zijn wortels. Niet alleen speelde het gezelschap in de jaren zeventig als socialistisch strijdorkest op pleinen, werven, en andere grotestadslocaties, het bracht daar ook zijn eigen variant van de toen nog bijzonder moderne minimal music....

Frits van der Waa

Beide aspecten komen aan bod in City life, maar de ambiance is iets respectabeler: het eerste concert van de reeks vond plaats in Felix Meritis en maakte deel uit van de serie die de Stichting Kamermuziek Amsterdam daar organiseert. Hetgeen aantoont dat kamermuziek een rekbaar begrip is, want op het hoogtepunt van het optreden stonden er twintig musici op het podium en benaderde het geluidsniveau dat van een popconcert.

Omdat New York de bakermat is van het minimalisme was het een zinnige gedachte het stuk dat aan de basis van deze stroming in het programma op te nemen: In C van Terry Riley is inmiddels veertig jaar oud, maar heeft nog niets aan vitaliteit ingeboet. De overige vier stukken waren nieuw, of in elk geval in een nieuw jasje gestoken. Zo bewerkte Hans Koolmees zijn jazzband-compositie Les Fumées . Het stuk, genoemd naar een schilderij van Paul Signac van de Rotterdamse haven, combineert schurende akkoordopstapelingen met knipoogjes naar een big-band-idioom, inclusief lopende bas en wulpse vibrafoon .

Wat Morgen, een nieuw werk van Gerard Beljon, met het stedenthema te maken heeft werd niet duidelijk. Het stuk biedt veel rumoer , maar met zijn vervloeiende, uiterst elementaire akkoordopeenvolgingen heeft het nog het meest weg van een uit de hand gelopen harmonieleeroefening. Dan zit Cheese Cake van Jacob ter Veldhuis strakker in het pak. Het muzikaal verhaal is eenzijdig en de combinatie van live-muziek en gesamplede spraakfragmenten is ontleend aan Steve Reich, maar het verknippen van woorden en medeklinkers uit een toespraak van Dexter Gordon is wel geestig.

Reich is hoe dan ook de betere componist. Dat was te horen in diens City Life, solide sluitstuk én spil van het programma. De bewerking van Volharding-programmeur Anthony Fiumara klinkt uitstekend .

Doordat de gesamplede claxons en sirenes worden toegevoegd door levende toetsenisten klinkt het resultaat soms minder strak, maar het ontdoet de ingeblikte klanken wel van hun machinale karakter.

Meer over