Mini-delegatie Oost-Timor tilt, rent en bokst voor het gehele volk

Met z'n vieren wandelden ze twee weken geleden bij de openingsceremonie het stadion in. Zondag, tijdens de sluiting, waren ze nog met zijn tweeën over....

Enig sportief succes behaalden de vier sporters van Oost-Timor de afgelopen twee weken niet. Gewichtheffer Martino De Araujo werd in zijn klasse laatste, marathonlopers Aquida Amaral en Calisto Da Costa kwamen op flinke afstand van de winnaar binnen, bokser Victor Ramos werd na twee minuten en 23 seconden weggeslagen door een Ghanees.

En toch was hun olympisch optreden een groot succes. De Arauja: 'Ik droeg niet alleen de gewichten, ik torste ook mijn gehele volk mee. Ik had het niet anders gewild.' Ramos: 'Ik verloor het gevecht, maar door hier te zijn won ik goud voor mijn volk.'

Ze liepen op de openingsavond onder de olympische vlag het stadion binnen, vlak voor de grote Australische ploeg. Ze droegen witte trainingspakken zonder de naam van hun land erop, luid werden ze toegejuicht, want het 110-duizendkoppige Australische publiek kende hun verhaal.

De wereld kent hun verhaal inmiddels ook. Ze hebben het de afgelopen weken steeds maar weer verteld, aan grote Amerikaanse kranten, aan CNN, aan weekbladen, aan radiozenders. Deze timide sporters vertelden van de ellende die ze de afgelopen tijd hadden meegemaakt.

Van de verschrikkingen die op hun eiland plaatsvonden, nadat de bevolking van 800 duizend mensen zich in augustus 1999 had uitgesproken voor onafhankelijkheid. Los van het grote Indonesië, dat Oost-Timor in 1975, toen de Portugese kolonisator was vetrokken, had geannexeerd.

Ze hebben van het IOC een Chef de Mission toegewezen gekregen, Frank Fowlie, een voormalige Canadese Mountie, die tegenwoordig bij de VN vredesmacht op Oost-Timor werkzaam is. Fowlie: 'Ze mogen van het IOC niet over politiek praten, dat is hen uitdrukkelijk verboden.'

Samaranch, die stiekem hoopt ooit de Nobelprijs voor de Vrede te ontvangen, speelt nu goede sier met 'zijn' Oost-Timorezen. Maar het IOC wilde de equipe eerst helemaal niet op de Spelen hebben. Oost-Timor bestaat immers officieel (nog) niet. Onder druk van buiten - onder wie VN-secretaris-generaal Kofi Anan - ging het Internationaal Olympisch Comité overstag.

De Timorezen mochten naar de 27ste Spelen, net als Joegoslavië in 1992 kon het kwartet sporters onder de neutrale olympische vlag sport bedrijven. De omschrijving op hun accreditatiekaart luidt: Individual Olympic Athlete.

Daar zaten ze vrijdag, achter een grote tafel. Geen politiek, verordonneerde Samaranch, maar natuurlijk ging het gesprek over politiek. Over het zinloze geweld dat over hun eiland was geraasd, over de dodenlijst waarop de naam van bokser Victor Ramos stond geschreven.

'Ik was in de ogen van de Indonesiërs een verrader. Ze kwamen me halen, maar ik was er niet. Ze pakten daarom maar een vriend op. Hij werd vermoord.'

Ramos, die ooit Indonesisch kampioen was en als bokser voor dat land uitkwam op de Aziatische Spelen, vluchtte de bergen in. Hij leefde tot enige maanden geleden in een tent, at alleen rijst. Maar hij bleef trainen door een oude binnenband met zand te vullen en er met zijn knokkels op te slaan tot ze bloedden.

De Araujo zocht, nadat zijn huis was afgebrand, een ijzeren staaf, fabriceerde er twee oude verfblikken aan, die hij met beton vulde. Dat apparaat gebruikte hij in de training. Hij had geen idee wat hij tilde, vijftig, honderd kilo, het kon van alles zijn.

De marathonlopers, hun loopschoenen kwijt, maakten zelf sandalen, ze liepen over met glas bezaaide straten, langs de kapotgeschoten huizen in hoofdstad Dili, langs soldaten van de VN-vredesmacht. Aquido Amaral was zwanger van haar derde kind, ze merkte het pas laat, maar ze bleef lopen, zwanger of niet. Fowlie vertelt dat in hoofdstad Dili alle sportfaciliteiten kapot zijn, de trainers en coaches zijn vertrokken, want dat waren voor het merendeel Indonesiërs.

'Alles moet de komende jaren weer worden opgebouwd. We verwachten geld uit het solidariteitsfonds van het IOC.'

Tien sporters van Oost-Timor mochten uiteindelijk, twee maanden voordat de Spelen zouden beginnen, naar Darwin in Australië om er te trainen en om er op krachten te komen. Het merendeel van hen had nog nimmer in een vliegtuig gezeten. De overgang van het totaal verwoeste Oost-Timor naar de rust van Noord-Australië was enorm.

De marathon bij de vrouwen werd vorige week door de sterke Japanse Noaka Takahashi gewonnen. Zij ontving luid applaus toen ze het stadion in Homebush binnenwam. Meer dan driekwartier later kwam een andere vrouw, geheel in het wit, het stadion binnen. Aquida Amaral stopte voorbij de streep, hoorde vervolgens van een official dat ze nog een rondje moest lopen. 'Ik was moe, zo moe, maar ik deed het graag, voor mijn land.'

Zondag was Da Costa aan de beurt. Hij had 2.33,11 nodig voordat hij het grote stadion binnenliep, waar de sluitingsceremonie al bijna was begonnen. Chef de Mission Frank Fowlie, de Canadese Mountie, keek ontroerd toe vanaf de tribune: 'Dit is het mooiste verhaal van deze Spelen. De marathon is een verhaal van doorzettingsvermogen, symbolisch voor de recente geschiedenis van Oost-Timor.'

Meer over